Afrikaans

Uit Oncyclopedia
Ga naar: navigatie, zoeken
Afrikaans
Algemene informatie
Geboren Onbekend
Geboorteplaats Ergens op de Zuid-Afrikaanse Savanne
Nationaliteit Zuid-Afrikaans en Namibisch
Overige informatie
Moeder Nederlands


Afrikaans, ook genaamd Kaaphollands, is modern en eenvoudig Nederlandsch, dus anders dan Nederlands.

De avantgardiestiese digter Paul van Ostaijen stond heel krities tegenover oubollige taal. Zijn spellingsvoorstelle werden in het Afrikaans opgenomen. Anderzijds is het ook gemengd uit West-Vlaams en Plat-Hollands.

Geskiedenis[bewerken]

Een deel van de geskiedenis begon in Frankrijk. Daar begon de ontkerkeliking al vroeg, en wel vooral van de protestantse kerken, die er verboden werden. Velen vertrokken naar Nederland, dat best blij was met extra werkvolk. Ze moesten dan wel Hollandsch leren.

Nederland was ’n grote zeemagt. Ze gingen met hun schepen overal heen, tot in het verre Oosten, waar zij een eilandengroep terroriseerden koloniseerden en een beetje verkeerdelik "Indië" noemden. (Hoe dan ook, men noemde zowat alles buiten Europa "Indië". De Sioux en de Dakota liepen er een trauma van op.) De nieuwe Nederlanders uit Frankrijk gingen ook mee op reis.

Tegen dat de matrozen halfweg waren, hadden ze best wel trek. Ze hadden de goede hoop om onderweg in Afrika wat te eten te kapen.

Sommige mensen bleven daar wonen om wat voedsel te kweken voor de matrozen die steeds langskwamen. Ze boerden er wel goed. Ook wijn was ’n goeie zaak. Daar hadden ze ervaring mee uit Frankrijk, en bij het warme weer in Zuid-Afrika groeiden de druiven goed.

Men hoorde wel nog Algemeen Nederlandsch in de kerk, uit de Statenvertaling.

Zwijg den HEERE, en verbeid Hem; ontsteek u niet over dengene, wiens weg voorspoedig is; over een man, die listige aanslagen uitvoert.

Dit riep toch de behoefte op om buiten de kerk gewoon platuit met elkaar te praten.

O ja, slavenhandel was er ook nog, maar men kon moeilik de nieuwe buren als slaven opkopen. In elk geval waren er vele werknemers in de druivenplantages en ze waren er best wel blygemoed.

Omdat niet iedereen even goed Nederlands praatte, gebruikte men eenvoudige zinnen.

Ons moet eers werk, dan lekker eet.

Later werd de slavernij trouwens afgesgaft en bedacht men andere manieren van samenleven. Dat was wel heel apart.

De matrozen op terugreis uit Indië bragten woorden mee zoals ketjap, piesang en bami goreng, en men gebruikte matrozentermen voor alledaagse dingen, zoals kombuis, kooi, en ’n klippie.

Het taalgebruik zoals dit pas eind 20e eeuw in steden in Nederland zou beginnen te ontwikkelen, begon ginder dus allemaal al eeuwen vroeger.

Eigenschappen[bewerken]

  • soms de g weglaten (West-Vlaams), maar ze soms ook overdreven met keelklanken sgrapen.
  • zeg "die" in de plaats van "de"
  • zeg "die" in de plaats van "het"
  • zeg "die" in de plaats van "dat"
  • gebruik wat andere voornaamwoorden, zoals "ons" i.p.v. "wij", of "hulle" i.p.v. "zij"
  • gebruik soms een 'i' i.p.v. een 'e' en een 'e' i.p.v. een 'i' (sit, dink,...)
  • vereenvoudig de werkwoordvervoegingen, zo heeft men nooit meer last van d, t of dt.
  • sgaf overtollige letters en tekens af, zoals de puntjes op de y, of de letters x en z, die men kan vervangen door ks en s. De ch wordt g.
  • schrijf geen meervouds-n, wanneer je er tog geen zegt.
  • schrijf ook niet een als je niet één bedoelt en als je gewoon n zegt
  • Weg met dt-fouten: vereenvoudig de werkwoordvervoegingen: ek werk, jy werk, hy werk, ons werk, julle werk, hulle werk

Dubbele negatie[bewerken]

Wanneer men iets negeert, verbiedt of ontkent, heeft het voordelen wanneer dit goed begrepen wordt. Een herhaling van het negatiewoord is dan ook tot voordeel.

Jy moenie huil nie.