Beeldhouwkunst

Uit Oncyclopedia
Ga naar: navigatie, zoeken
HamerkeuhBeitelkeuh.GIF

Een beeld van een vrouw.
~ Goethe over Doña Fabiola de Mora y Algo Más.

Ik heb een beeld van mezelf, en ik houw ervan.
~ Oscar Wilde tijdens een poging tot woordspeling.

Tot beeldhouwkunst wordt elk voorwerp gerekend dat uit harde materie bestaat, bij voorkeur steen of hout, waarbij de oorspronkelijke materie en door mensenhanden is omgevormd tot iets dat een uit een mensenbrein ontsproten begrip moet voorstellen. Het object wordt dan een "beeldhouwwerk" genoemd, behalve door meerwaardezoekers, die het een "sculptuur" noemen. Deze kunst maakt deel uit van de Zeven Vrije Kunsten.

Voorgeschiedenis[bewerken]

"Moeder en kind", megalistisch beeldhouwwerk uit het 22ste millennium vóór C. (Stedelijk Museum van Quenast).
"Moeder en kind", primitivistisch beeldhouwwerk uit het 6de millennium vóór C. (Stedelijk Museum van Neandropolis).
"Moeder en kind", christianistisch beeldhouwwerk uit de XVIIIde eeuw (Stedelijk Museum van Mariakerke).
"Moeder en kind", modernistisch beeldhouwwerk uit de eerste helft van de XXste eeuw (Stedelijk Museum van Bukarest).
"Moeder en kind", kubistisch beeldhouwwerk uit de eerste helft van de eerste helft van de XXste eeuw (Stedelijk Museum van Málaga).
"Moeder en kind", bauhaussiaans beeldhouwwerk uit de tweede helft van de eerste helft van de XXste eeuw (Stedelijk Museum van Bâtibeaux).
"Moeder en kind", surrealistisch beeldhouwwerk uit de derde helft van de eerste helft van de XXste eeuw (Stedelijk Museum van Brussel).
"Moeder en kind", postmodernistisch beeldhouwwerk uit de tweede helft van de XXste eeuw (Stedelijk Museum van Shanghai).
"Moeder en kind", nihilistisch beeldhouwwerk uit de XXIste eeuw (Stedelijk Museum van Moskou).

De allereerste mensachtigen beschikten nog niet over de juiste gereedschappen om steen of zelfs hout een andere vorm te geven dan de oorspronkelijke. Toch was er al vroeg behoefte aan driedimensionale kunst, en aan die behoefte werd voldaan door stenen en stukken hout te verzamelen die een (meestal vage) weergave schenen te zijn, al dan niet op ware grootte, van een object, een dier, een mens, of een abstract gegeven. Pas toen de eerste degelijke gereedschappen werden in gebruik genomen, zo omstreeks 2.400.067 vóór C., probeerde men dergelijke weergave uit willekeurig gevormde basismaterialen te scheppen. De beeldhouwkunst was geboren, en zou, na een lange formatieve periode, vanaf het 33ste millennium vóór C. een klein tiental belangrijke kunststromingen reflecteren, van megalisme tot nihilisme.

Houwen, gieten, en wat al meer[bewerken]

Het ding kan gehouwen zijn, zoals de term "beeldhouwkunst" al laat vermoeden, maar ook gegoten in een materie die pas achteraf hard wordt. Één eigenschap staat onwrikbaar vast: de toeschouwer moet om het gehele beeldhouwwerk heen kunnen lopen[1]: een "bas-relief" wordt alleen door onopmerkzame leken tot de beeldhouwkunst gerekend, en door experts tot de "prentjes voor slechtzienden". Men spreekt sinds de XXste eeuw ook wel van "3D-kunst", een term die voor verwarring zorgt sinds het ontstaan van 3D-film, en dus vermeden dient te worden.

Beeldhouwen[bewerken]

De artiest wordt getroffen door een brok steen of hout, en, eenmaal weer bij zinnen, begint hij er met een scherp voorwerp, bij voorkeur een beitel, in te kerven, want er zit een interessant object in, dat hij alleen kan zien. Wat dat object precies is, komt de buitenwereld pas te weten wanneer het overtollige omgevende materiaal verwijderd is. Een kunstwerk is geboren.

Beeldgieten[bewerken]

De artiest wordt getroffen door een brok steen of hout, en, eenmaal weer bij zinnen, begint hij er met een scherp voorwerp, bij voorkeur een beitel, in te kerven, want er zit een interessant object in, dat hij alleen kan zien. Wat dat object precies is, komt de buitenwereld pas te weten wanneer het overtollige omgevende materiaal verwijderd is. Een kunstwerk is geboren.

Wanneer de interesse voor het resulterende object die van het gebruikelijke duo "artiest-sympathisant" overschrijdt, wordt van het object een afdruk, een mal gemaakt, zodat er in een stevig, betaalbaar, maar niet te snel oxiderend metaal replica's kunnen van gemaakt worden. Brons is populair, goud is voor dictators met een indrukwekkende schatkist. Een kunstwerk vindt zijn weg door de wereld, zij het een kleine wereld.

Beeldprinten[bewerken]

De artiest wordt getroffen door een brok steen of hout, en, eenmaal weer bij zinnen, begint hij er met een scherp voorwerp, bij voorkeur een beitel, in te kerven, want er zit een interessant object in, dat hij alleen kan zien. Wat dat object precies is, komt de buitenwereld pas te weten wanneer het overtollige omgevende materiaal verwijderd is. Een kunstwerk is geboren.

Wanneer de interesse voor het resulterende object die van het gebruikelijke duo "artiest-sympathisant" overschrijdt, wordt van het object een afdruk, een mal gemaakt, zodat er in een stevig, betaalbaar, maar niet te snel oxiderend metaal replica's kunnen van gemaakt worden. Brons is populair, goud is voor dictators met een indrukwekkende schatkist. Een kunstwerk vindt zijn weg door de wereld, zij het een kleine wereld.

Ook de gewone man wil het object in huis, bijvoorbeeld als souvenir aan een exotische reis, dus doet men beroep op geavanceerde technologie om een gegoten exemplaar driedimensionaal te scannen, de aldus verkregen gegevens aan een computerprogramma te voeren, en vervolgens een 3D-printer een onuitputtelijke reeks exemplaren te laten produceren, in een even eindeloze scala aan afmetingen, en in goedkope synthetische materialen. Een kunstwerk is universeel geworden.

Dynamiettechniek[bewerken]

Een heel aparte en spectaculaire beeldhouwtechniek is de door Alfred Nobel op punt gestelde dynamiettechniek, waarbij het overtollige basismateriaal door een reeks van explosies wordt weggeblazen. Omdat dynamiet moeilijk te controleren is, heeft de beeldhouwer het uiteindelijke resultaat niet volledig in de hand, en het dynamiet wordt zodoende als "medeschepper" beschouwd. Beroemd zijn de in 2001 door de Talibanschool[2] aldus vervaardigde "Boeddha's van Bamyan" (Afghanistan), een ode aan de meest vredelievende levensbeschouwing. Zoals wel vaker het geval is bij moderne kunst, is de uitleg van een gids vereist om in te zien dat het om Boeddhabeelden gaat, en niet om een willekeurige rotsformatie. Een ander voorbeeld is de "Stad der Duizend Zuilen" (Palmyra, in Syrië, in 2015 met dynamiet gecreëerd door de Daesh-school[3], in een geslaagde poging om een XXIste-eeuwse versie van de klassieke Romeinse sculpturen te maken. Hier is het begrip "beeldhouwkunst" breed gezien, aangezien de verkregen kunstobjecten sterk aan tempelzuilen doen denken. Ook hier is de vakkundige uitleg van een ervaren gids wenselijk.

Afmetingen en gewicht[bewerken]

De status van beeldhouwwerk is niet afhankelijk van afmetingen of gewicht: van microscopisch klein en vederlicht tot monsterachtig groot en niet te tillen[4], alles kan en alles mag. Monumentale beeldhouwers[5] kijken reikhalzend uit naar betaalbaar interplanetair verkeer, om bijvoorbeeld de eerste te zijn die Pluto hermodelleer.

Onbestaande beeldhouwkunst en andere misverstanden[bewerken]

Kentekenend voor beeldhouwkunst is de faam van beeldhouwwerken waarvan geen spoor terug te vinden is, zelfs niet het minste archeologisch onderbouwd bewijs dat ze hoegenaamd bestaan hebben. Toch heeft de hele enigszins cultuurgezinde wereld het over wondere beelden zoals

  • het door ene Phidias gemaakte 12 meter hoge, chryselephantine godenbeeld van "Athena Parthenos";
  • de 36 meter hoge "Kolossus van Rhodos";
  • het 72 meter hoge massief gouden standbeeld van Pape Jan in Bilbrich.

Verder is er nog de kwestie van de slordig gemaakte kopieën, zoals die van de Atheense kariatiden, die op het verkeerde been steunen, en de Venus van Milo met armen.

Helemaal te gek wordt de toestand met de zogenaamde "conceptuele kunst", waar onoplettende beeldhouwliefhebbers een urinoir of een pot mosselen als beeldhouwwerk bestempelen. Maar zolang er niet gehouwen is geweest geworden, is het geen beeldhouwwerk, dat is de logica zelve.

Moeder en kind[bewerken]

Het onderwerp dat het allervaakst beeldhouwers heeft geïnspireerd, is "Moeder en kind". De geschiedenis van de beeldhouwkunst kan dan ook heel treffend en overzichtelijk geïllustreerd worden aan de hand van dit ene begrip. De tien[6] voornaamste beeldhouwkunstperiodes zijn:

  1. Formatieve periode: niet zozeer een echte kunstperiode, maar een lange oefentijd in het leren gebruiken van gereedschap, van ca. 2.400.067 vóór C. tot het 33ste millennium vóór C;
  2. Megalisme: 33ste millennium tot 11de millennium vóór C.;
  3. Primitivisme: 11de millennium vóór C. tot Iste eeuw na C.;
  4. Christianisme: Iste eeuw na C. tot XXste eeuw;
  5. Modernisme: einde XIXde eeuw tot einde eerste helft XXste eeuw;
  6. Kubisme: eerste helft van de eerste helft van de XXste eeuw;
  7. Bauhaus: tweede helft van de eerste helft van de XXste eeuw;
  8. Surrealisme: derde helft van de eerste helft van de XXste eeuw;
  9. Postmodernisme: tweede helft XXste eeuw;
  10. Nihilisme: XXIste eeuw.

Tussen deze periodes worden nog zogenaamde "subperiodes" onderscheiden, zoals "Romeinse", "Romaanse", "Romantische" en "Roemeense" beeldhouwkunst, maar de verschillen zijn te subtiel om door leken opgemerkt te worden.

Hamerkeuh, beitelkeuh, zaagskeuh[bewerken]

Het gereedschap ener beeldhouwer is even bescheiden als onmisbaar: een hamer en een beitel. Omgekeerd mag ook, mits ze maar op de juiste manier worden vastgehouden:

  • de hamer wordt bij de steel in de rechterhand gehouden, met de kop van de hamer opwaarts geheven;
  • de beitel wordt met de scherpe kant naar de basismaterie (het kunstwerk in wording en in spe) gericht met de linkerhand.

Linkerhand en rechterhand kunnen ook omgewisseld worden, maar omdat zulke operaties duur, pijnlijk en zonder gegarandeerd resultaat zijn, is het beter om de handen op hun plaats te laten, en het gereedschap om te wisselen. Zelfs dan is het resultaat niet altijd wat de beeldhouwer gewenst had, omdat men op die manier een negatiefbeeld krijgt van het oorspronkelijk ontwerp: het beeld zal ondersteboven, in spiegelbeeld en binnenstebuiten tevoorschijn komen.

De aanwezigheid van een zaag is niet zo noodzakelijk, maar kan van pas komen om te grote brokken basismateriaal te verkleinen tot iets handelbaars. Schroevendraaiers zijn zozeer uit den boze, dat de term door beeldhouwers wordt gebruikt als scheldnaam voor al wie

  • hun kunst niet waardeert;
  • een doe-het-zelver blijkt te zijn.
Potatohead aqua.png
Aan de schandpaal genageld!
Vastgenagelde versie:
13 februari 2018
Dit artikel is een verschrikking! Daarom is het vastgenageld aan de schandpaal zodat iedereen er rotte groenten tegenaan kan gooien.


Notenbalk[bewerken]

  1. Wandelen mag ook, zelfs stappen is toegestaan: de verschillen in de interpretatie van de termen gebruikt om de menselijke voortbewegingen aan te geven, willen nogal eens voor spanningen tussen Noord en Zuid zorgen.
  2. Een zeer vooruitstrevende kunststroming, aanleunend bij het nihilisme.
  3. Een zeer vooruitstrevende kunststroming, aanleunend bij het nihilisme.
  4. "Microscopisch klein en niet te tillen" enerzijds, en "Monsterachtig groot en vederlicht" anderzijds zijn de twee onderdelen van de sinds 1886 in Parijs georganiseerde "Contrastbeeldhouwbiënnale", een tweejaarlijkse beeldhouwwedstrijd waarbij specifiek naar die tegenstrijdigheden gestreefd wordt. De winnaar van de vorige editie was de Brit David C. Opperfield, die erin slaagde om een "Moeder en kind"-beeld te houwen dat slechts 1 kubieke centimeter in beslag neemt, maar wel anderhalve ton weegt. Het verplaatsen van dit meesterwerk is telkens weer een uiterst lachwekkende gebeurtenis.
  5. Hiermee wordt bedoeld dat de beeldhouwwerken monumentaal zijn, niet de artiesten, hoewel het ene het andere niet uitsluit.
  6. Negen voor wie de eerste, formatieve periode niet als een kunstperiode beschouwt.