Breinprothese

Uit Oncyclopedia
Ga naar: navigatie, zoeken

Een breinprothese, in de volksmond ook wel hersenhulp genoemd, is een apparaat dat kan helpen om een verminderde breinfunctie te compenseren. De prothese wordt niet alleen ingezet voor de compensatie van verloren gegane capaciteit door bijvoorbeeld een TIA of alcoholisme: moderne breinprothesen zijn in staat om ook diegenen die vroeger als "dom" werden aangeduid te assisteren een menswaardig bestaan te handhaven in onze zich snel ontwikkelende wereld.

Vroege typeringen[bewerken]

Rond het jaar 1760 werd op het eiland Java gewerkt aan een kruidige versie van de breinprothese, hoewel stimulerend middel wellicht een betere benaming is voor deze prothese. In dit scenario was er sprake van een uit kruiden getrokken stimulerende drank, die de werking van een beschadigd brein ten dele zou kunnen herstellen. De Javanen noemden het kruidenbrouwsel koffie. Heden ten dage zijn er nog hele volksstammen die geloven dat de effecten van met name alcohol op de breinwerking met koffie geneutraliseerd kan worden.

Een laat-Victoriaanse breinprothese

In de negentiende eeuw werden breinprothesen vooral onderscheiden door het aandrijfmechanisme. Zo was er de breinprothese van Dr. Bibber, die een horloge-achtig schudmechanisme aan boord had. Wanneer de drager van de prothese heftige bewegingen maakte met het hoofd trad een mechaniek in werking dat ervoor zorgde dat een horlogeveer werd opgewonden. Deze horlogeveer diende als krachtbron. Een natuurlijk voordeel was dat wanneer de krachtbron van de breinprothese leeg begon te raken, de gebruiker heftiger en heftiger met het hoofd begon te bewegen, waardoor de breinprothese als het ware on demand weer werd opgeladen.

De Amerikaanse uitvinder Dr. Who, een nazaat van de Schotse James What, bouwde rond 1860 breinprothesen welke door een ingenieus miniatuur stoommachientje werden aangedreven. Hij was hiermee redelijk succesvol, maar werd van hogerhand verplicht in de Amerikaanse Burgeroorlog ingezet en sneuvelde helaas in de slag om Gettysburg. Zodoende kon hij z'n levenswerk niet afmaken.

Intra- en extracraniaal[bewerken]

In de dertiger jaren van de vorige eeuw verschoof de nadruk voor wat betreft de indeling van breinprothesen naar een meer pragmatisch criterium: betreft het een inwendige of een uitwendige prothese?

Inwendige prothesen worden operatief in de hersenpan ingebracht. Dit gebeurde destijds meestal via de gehoorgang, soms ook via de oogkas. De meer volumineuze apparaten werden noodgedwongen via de

Planning van de operatie

neusholte aangebracht. Een groot nadeel van de intracraniale breinprothesen was in die tijd, dat er meestal een stroomkabel uit de hersenpan naar buiten moest worden geleid om de prothese via een externe krachtbron (batterij, accu, transformator) van stroom te voorzien. Dit stigmatiseerde de drager van een dergelijke prothese aanzienlijk. Een groot voordeel van de intracraniale prothese was dat deze veel krachtiger impulsen kon afgeven dan de uitwendige exemplaren.

Uitwendige prothesen worden buiten de hersenpan gelokaliseerd en moeten hun invloed door de schedel heen manifesteren. Tot midden jaren vijftig van de vorige eeuw werkten deze apparaten middels secundaire prikkels:

  • elektromechanische kloppertjes op verschillende plaatsen op het hoofd, circa 1939
  • akoestische signalen via de gehoorgang, circa 1947
  • lokale variaties in het elektromagnetisch veld (radio- en microgolven, circa 1956)

Hoewel in individuele gevallen een spectaculaire invloed op de werking van het brein kon worden vastgesteld (met name microgolven), was de wetenschappelijke consensus dat de uitwendige prothese een doodlopende weg was. Ook de uitvinding van de transistor (1948) en van het Integrated Circuit (1957), en de daaruit voortvloeiende computerindustrie, zorgde ervoor dat veel prominente wetenschappers de verwachting koesterden dat geminiaturiseerde elektronische intracraniale breinprothesen de toekomst hadden.

Hersengolven[bewerken]

Een jonge Nederlandse onderzoeker, de fysicus Jeroen Palsenbarg, ontdekte in 1958 tijdens werkzaamheden voor zijn doctoraalscriptie het fenomeen hersengolf (Eng. brain wave). Bij de analyse van een serie metingen aan uitdovingsverschijnselen van ongesynchroniseerde bronnen in het microgolf gebied ontdekte hij een onverklaarbaar verschijnsel: soms versterkten de golven elkaar juist, in plaats van elkaar uit te doven. In een serie inmiddels klassiek geworden experimenten toonde hij aan, dat zijn eigen gemoedstoestand de enige variabele was die van invloed kon zijn op het resultaat van de metingen. Deed hij het experiment in de ochtenduren fris, schoongewassen en uitgerust, dan was de uitkomst anders dan wanneer hij het experiment in de ochtenduren uitvoerde na na een nacht lang wild feesten rechtstreeks vanaf de dames van lichte zeden naar zijn laboratorium te zijn gegaan.

Hersengolven

Inmiddels is het effect uitvoerig bestudeerd en bestaan er redelijk scherpe theorieën over de oorzaak. Het blijkt dat er een tot dan toe onbekende beïnvloeding bestaat tussen de geest en de materie. Bij gebrek aan een beter woord noemt men dit hersengolven. Voorts blijkt dat niet alleen hersengolven beïnvloed worden door de materie, maar ook andersom.

Toen bovendien bleek dat hersengolven zich voortplanten buiten de normale vierdimensionale ruimte-tijd, en zich dus niets aantrekken van een dikke schedelwand, kwamen de uitwendige breinprothesen ineens weer heel erg in the picture.

Philips Medical bracht in 1962 als eerste een commercieel model uitwendige breinprothese op basis van hersengolven op de markt. Het zag eruit als een gehoorapparaat, maar dat was bewuste misleiding of misschien wel briljante marketing van de makers. Immers, als een breinprothese niet meer te onderscheiden is van een gehoorapparaat, dan is de drager ervan ook niet meer gestigmatiseerd.

Dagelijks gebruik: niet zonder gevaren[bewerken]

De breinprothese heeft jarenlang een gemarginaliseerd bestaan geleid. Echter, met de opkomst van de dot com bubble werd het ineens salonfähig voor de bon-ton om een breinprothese te gaan gebruiken. Door verregaande miniaturisering kunnen hedendaagse prothesen zich voordoen als een trendy oorbel, wenkbrouwpiercing, of beauty spot

Het dagelijks gebruik van de breinprothese is echter niet zonder gevaren, althans niet voor diegenen die zonder de prothese op intellectueel gebied ook mee kunnen komen en de prothese dus eigenlijk meer

Verslaafd en dan zonder breinprothese de weg op....

als gemaksdingetje zien. Sluipenderwijs wordt men geestelijk afhankelijk van het prettige gevoel dat het dragen van een breinprothese veroorzaakt, en na enige tijd treedt het verschijnsel denkluiheid in. Kort gezegd houdt dit in dat de intellectueel zonder zijn breinprothese ineens een stuk dommer blijkt in vergelijkbare situaties dan voordat hij of zij zich een breinprothese had aangemeten. Dat dit een gevaarlijke ontwikkeling is moge blijken uit het volgende praktijkvoorbeeld:

De heer S. te A. werd op een ochtend zodanig dom wakker, dat hij vergat om voor het verlaten van de echtelijke woning zijn breinprothese in te doen. Toen daarna de motor van zijn voertuig afsloeg net terwijl hij een onbewaakte spoorwegovergang overging, was hij zonder breinprothese zo dom dat hij niet meer wist wat te doen. Hij bleef dus maar gewoon in zijn auto zitten. Enkele minuten later werd zijn voertuig gegrepen door de 08:12 van Amerongen naar Arnhem en tientallen meters meegesleurd. De heer S. overleed later aan zijn verwondingen. Tragisch, en vermijdbaar.

Zie ook[bewerken]

Potatohead aqua.png
Aan de schandpaal genageld!
Vastgenagelde versie:
17 december 2007
Dit artikel is een verschrikking! Daarom is het vastgenageld aan de schandpaal zodat iedereen er rotte groenten tegenaan kan gooien.