Fles

Uit Oncyclopedia
Ga naar: navigatie, zoeken
FlesIncognito.GIF
Wie een wind laat in een fles
was beslist niet bij de les:
't Is geen wind, zover ik weet,
iederéén weet hoe dat heet!

~ Drs. P over obscene praktijken met flessen.

Een fles is een glazen object dat speciaal is ontworpen om vloeistoffen in te bewaren en, niet onbelangrijk, met meer gemak te ledigen dan te vullen. Daartoe is de fles voorzien van een nauwe vul-, en dus vooral ledigopening, die bijvoorbeeld goed op de menselijke mond past. De fles is een bekend voorbeeld van hoe een eigennaam, meer bepaald een familienaam, door ongekende populariteit van een ontwerp tot een objectnaam evolueert. In dit geval hebben we het over de Molse familie Flesch, jawel, met "ch", want deze uitvinding dateert niet van gisteren. En evenmin van eergisteren.

Dit artikel gaat over een uitvinding.
Namelijk:
Fles.
Fles is uitgevonden door Adelbert Flesch
vanwege het gebrek aan kaas.

Geschiedenis[bewerken]

Een XVIIde-eeuwse glazen fles (links) en een XIVde-eeuwse metalen kruik (rechts), beide duidelijk herkenbaar als oorspronkelijke producten van Flesch ende sone (Gemeentelijk Museum van Mol).

De fles heeft niet alleen een geschiedenis, maar zelfs een voorgeschiedenis, een prehistorie dus. Dit feit is een belangrijke adelbrief voor de fles, en dus indirect voor al wie betrokken is bij het vervaardigen van dit object.

Zakken en amforen[bewerken]

Millennia lang had de wereldbevolking voor het transporteren, bewaren en distribueren van vloeistoffen het moeten stellen met leren zakken, en uiteindelijk, voor de gegoede burgers, met de door de Grieken ontwikkelde aardewerken amfoor. De nadelen van deze recipiënten waren talloos, en er werd uitgekeken naar de komst van een verlichte geest die... verlichting kon brengen.

De metalen kruik[bewerken]

Die verlichte geest kwam, en kwam zelfs twee keer: hij heette Adelbert Flesch, woonde in het Vlaamse dorp Mol, alwaar hij een herberg uitbaatte, en waar hij in 1288 zowel de metalen kruik, als de bijhorende beugelsluiting met porseleinen dop uitvond. Binnen het jaar huppelden zowat alle schoolplichtige kindjes naar school met een kruikje van Flesch, die het winnen van een jeugdig cliënteel in de hand werkte met zijn nog steeds spreekwoordelijke reclameslogan

"Met een cruyckjen van Flesch
blyft uw kint by de lesch"

De metalen kruikjes werden desondanks nog niet als de "Groote Verlossinghe" beschouwd, omdat ze van ijzer waren, en dus onderhevig aan roest. Oxidatie kan worden voorkomen door het gebruik van andere metalen, maar goud was te duur en te zwaar, en lood te zwaar en te giftig. De tweede komst van de verlichte geest was echter nader.

EVEN UW AANDACHT
Ten einde deze pagina wat meer dynamiek te geven, wordt het vervolg u aangeboden met het gros van de werkwoorden in de tegenwoordige tijd.
DANK VOOR UW AANDACHT

Van metaal naar glas[bewerken]

De inhoud van een fles hoeft niet altijd vloeibaar te zijn, al is het vloeibare element meestal wel in de buurt.

De ontdekking, in 1304, van een indrukwekkende laag zeer fijn wit zand op de bodem van het Molsche Meer[1] in datzelfde Mol, inspireert Flesch tot het voortaan produceren van zijn al enorm populaire kruikjes in glas, een interessant materiaal waarvan zand al millennia lang het basisingrediënt is. Het dient gezegd dat het toeval[2] gewild heeft dat die ontdekking gebeurde op een aan Flesch toebehorend terrein, en dat de vondst van zand van zo hoge kwaliteit (toch voor wie zich met glaswerk bezig houdt) op eigen territorium de doorslag heeft gegeven in een project dat Flesch al langer voor ogen had, maar oorspronkelijk als te duur en te weinig rendabel beschouwde.

Stoppen en stopsels[bewerken]

Flesch, die al een stapje vóór heeft op eventuele concurrentie, met zijn gepatenteerde beugelsluiting, ziet de weg naar succes en onsterfelijkheid geplaveid door de combinatie met elegant vormgegeven glazen kruikjes, die bovendien efficiënter kunnen worden gereinigd, omdat ze doorzichtig zijn, en eventueel ook nog, door toevoeging van kleurpoeder aan het zandmengsel, tegen een billijke meerprijs in vrolijke kleurtjes kunnen worden geleverd. Omstreeks 1450 begint Flesch ende sone ook kurken stoppen te verkopen, die perfect zijn aangepast aan hun flessen. De huidige maten van fleskurken, zelfs de zogenaamde "champagnekurken", zijn quasi onveranderde nazaten van de door Flesch ende sone gelanceerde modellen. Enkel de kroonkurk en de draaidop zijn geen ontwikkelingen van deze pioniersfirma, en ook de conglomeraat- en synthetische kurken hebben ze steeds aan zich laten voorbijgaan. Opmerkelijk, vooral voor Nederlanders, is het gebruik, tenminste voor de producten die in Vlaanderen worden verdeeld, van het woord "stopsel" in plaats van "stop" of "kurk".

Van eigennaam naar objectnaam[bewerken]

Niet iedereen was even dol op het Dame-Jeanneformaat, zoals mag blijken uit dit XIVde-eeuws wandtapijt (Gemeentelijk Museum van Mol).

Het succes van het glazen-kruikje-met-beugelsluiting is zó groot, dat nog vóór het overlijden van Adelbert Flesch het woord "flesch" synoniem wordt voor "glazen kruikje met beugelsluiting". Wanneer later andere sluitingen, zoals kurk, draaidop en kroonkurk het gamma komen aanvullen, blijft de naam.

Flesch en fles[bewerken]

Na de fatale brand van 1872, waarbij het oorspronkelijke, door Adelbert Flesch gebouwde firmagebouw volledig wordt verwoest, wordt het eeuwenoude "Flesch ende sone" aangepast aan de nieuwe spelling, en veranderd in "Flesch en Zoonen", en in 1956 nog eens in "Flesch en Zonen". Wanneer de objectnaam halverwege de XXste eeuw "fles" wordt, besluit de firma, uit respect voor Adelbert, niet aan het oorspronkelijke woord "Flesch" te raken.

Bouteille en bottle[bewerken]

Het glazen kruikje kent een groot succes bij de Franse wijnboeren en dito handelaars, en in 1325 trouwt Elisabeth Flesch, de oudste dochter van Adelbert, met Aristide Bouteille, zoon van een welvarende wijnbouwer uit Bordeaux. Het koppel lanceert meteen het eerste buitenlandse filiaal van Flesch ende sone, en noemt het "Bouteille et Compagnie". Het fenomeen "eigennaam wordt objectnaam" herhaalt zich: sinds halverwege de XIVde eeuw noemt elke Franstalige een fles "une bouteille". Het slordig uitspreken door Fransonkundige Engelsen van het woord "bouteille" maakt dat de oprichting, in 1466, van de Londense vestiging "Bouteille Ltd.", een variant op het taalfenomeen genereert, zodat sinds het einde der Middeleeuwen de Engelstaligen nog enkel het woord "bottle" gebruiken wanneer een kruikje in glas is, en efficiënt kan worden afgesloten. De Engelse variant levert de firma Flesch ende sone dan weer een korter alternatief voor de uitdrukking op flessen trekken: het woord "bottelen" bekt beter in de publiciteit voor de primitieve bottelmachines die de firma vanaf 1410 op de markt brengt.

De historie van Madam Jeanne[bewerken]

Werkomstandigheden bij de firma Flesch en Zonen" in 1957, tijdens een rondleiding geschetst met verborgen potlood door Willy Vandersteen, ter voorbereiding van een nieuwe episode van Suske en Wiske.

Adelbert Flesch trouwt in 1280 met Jeanne Mandekens die niet alleen in haar eentje verder de herberg uitbaat wanneer beslist zich volledig en exclusief aan zijn flessenmakerij te wijden, maar wiens weelderige lichaamsomvang de inspiratie wordt voor een model van fles dat speciaal gericht is op wie dranken wil laten gisten tot alcoholhoudende verkwikkingen in hoeveelheden die te groot zijn voor een normale fles, en te klein voor een vat. De grote fles wordt door de klanten van de herberg spoedig "een Madam Jeanne" genoemd, wat later erodeert tot het iets chiquere "Dame Jeanne". De familienaam van Jeanne inspireert dan weer een werknemer van het bedrijf tot het toevoegen van een mand, die de fles makkelijker draagbaar maakt, en geleidelijk de naam "mandfles" zal opleveren.

De Leydsche Flesch[bewerken]

Van 1698 tot 1746 wordt bij Flesch ende sone onderzoek verricht naar de mogelijkheid om de aan het einde van de XVIIde eeuw populair geworden elektrische energie in een fles op te slaan. Dat onderzoek gebeurt in een filiaal in Leiden, en wanneer het daar uiteindelijk een wetenschappelijk interessant, maar commercieel verwaarloosbaar resultaat oplevert, wordt dit, als "Leydsche Flesch", voor een fraaie som verkocht aan een zekere Pieter van Musschenbroeck, dan hoogleraar natuurkunde aan de lokale universiteit. De man oogst er enige faam mee, en het concept wordt nog steeds beschouwd als de voorloper van de moderne batterij. De firma Flesch ende sone heeft echter juist gezien: met een fles als recipiënt was het idee ten dode opgeschreven.

Breekbaar[bewerken]

Glas heeft een dubbele vervelende eigenschap (die van hoog energieverbruik bij fabricage achterwege gelaten): breekbaarheid enerzijds, en de daardoor veroorzaakte scherpte anderzijds. Dat wordt eenvoudig opgelost door de wanden der flessen een dikte te geven die overeenstemt met het verwachte gebruik van de fles: een fles die bedoeld is om stuk te slaan en als wapen te gebruiken, wordt merkelijk dunner (en goedkoper) uitgevoerd dan een fles die bedoeld is om in een bar in Tokyo tijdens aardbevingen verscheidene keren per week tegen de grond te gaan. Een champagnefles die tijdens een tewaterlating tegen de boeg van een schip moet worden stukgeslagen, is van zeer dun glas gemaakt (het brengt immers ongeluk wanneer de fles bij die gelegenheid niet stuk gaat), een geuzefles die een hobbelig transport naar een onherbergzaam oord moet doormaken van zeer dik glas.

Echte flessen en NEP-flessen[bewerken]

Voorbeeld van respectievelijk een echte fles, in glas (links) en een NEP-fles, in plastic (rechts).

Sinds de komst van kunststoffen, wordt er ook in de flesindustrie ijverig namaak geproduceerd, en ook daar ter wille van de winstmarge van de betrokken directies. Er dient, vooral sinds de tweede helft van de XXste eeuw, dus onderscheid gemaakt te worden tussen de oerdegelijke, echte glazen fles, en de plastic imitatie, die in 1973, na decennialang aandringen door de glasindustrie, een aparte benaming kreeg: de Net Echte Plastic of kortweg NEP-fles. Deze is slap, vervormbaar en smakeloos vormgegeven, en het hoeft ook geen betoog dat de inhoud van zulk een NEP-fles kwaliteitsgewijze evenredig is aan de authenticiteit van deze spullen.

Nostalgie[bewerken]

De wijnzak, de amfoor en het metalen kruikje zijn nooit helemaal weggeweest: in afgelegen gebieden worden de eerste twee nog steeds gebruikt, en het laatste heeft aan belang herwonnen bij de opkomst van het aluminium: licht, goedkoop en roestvrij. De tweede helft van de XXste eeuw, en de eerste van de XXIste, worden bovendien gekenmerkt door een commercieel sterk uitgebuite golf van nostalgie, die ervoor zorgt dat er toch nog regelmatig firma's zijn die die producten voorstellen als getuigen van " die goeie ouwe tijd, toen alles nog degelijk en betrouwbaar was", en dat er voldoende geïnteresseerden zijn om die firma's een tijdje boven water te houden. De firma Flesch ende sone (nu Flesch en Zonen) heeft de productie van metalen kruikjes nooit helemaal gestaakt, en is zelfs de enige die ze nog, in beperkte oplage, in ijzer aanbiedt, naast het aluminium aanbod.

De fles in onze cultuur[bewerken]

Dat de fles (de echte) intussen diep in onze cultuur geworteld is geraakt, daarvan getuigen een aantal uitdrukkingen en spreekwoorden, zoals

  • "aan de fles zijn" (intraveneus gevoed worden);
  • "de fles gaat zolang te water tot de boodschap aankomt" (wie iets te zeggen heeft vindt uiteindelijk gehoor);
  • "de geest is uit de fles" (de fles met frisdrank heeft te lang open gestaan);
  • "aan de fles kent men de brouwer" (kwaliteit drijft altijd boven);
  • "een fles soldaat maken" (een alcoholverslaafde aan een baan helpen);
  • "is geen lesser van dorst wie met flessen veel morst" (ooit vind je de job van je leven);
  • "iemand op flessen trekken" (iemand een mensonwaardig kleine leefruimte verhuren);
  • "wie rekent op een fles heeft ze vast niet alle zes" (wie zich vreemd gedraagt valt niet altijd op);
  • "op de fles gaan" (zich geen echt toilet kunnen veroorloven).


Het wezen ener fles: vóór (links), tijdens (midden) en na (raad eens).

Notenbalk[bewerken]

  1. Een doorreizende, bij Flesch logerende donkerhuidige vreemdeling die beweerde "Winnetoe" te heten, maar door de lokale bevolking "Witte Veder" werd genoemd, omwille van de witte kippenveer die hij in zijn hoofdband placht te dragen, zou Flesch ingeluisterd hebben dat daar op de bodem van dat meer een schat lag, en dat hij dat meer het "Zilvermeer" zou moeten noemen. Flesch heeft die anekdote altijd ontkend, en de "Schat van het Zilvermeer" naar het rijk der fabelen verwezen.
  2. Vrouwe Fortuna, zij weer...
Dit is een
Pieperzegelkers.png
KERS