Geneeskunde

Uit Oncyclopedia
Ga naar: navigatie, zoeken
Dit Artikel gaat over een Uitvinding.
Namelijk:
Geneeskunde.
Geneeskunde is uitgevonden door Asklepios
omdat het nog niet bestond
Asklepios, de uitvinder van de geneeskunde en van de gemeentelijke vuilniszak.
Oegha woegha woegha! Ugh!
~ Indiaanse medicijnman over geneeskunde.
Ulambatal! Ulambatal! Alalaah!
~ Mongoolse sjamaan over geneeskunde.

Geneeskunde is de in de Vde eeuw vóór C. ontstane kunst (of kunde, natuurlijk) om het biologisch degradeerproces, dat u en mij, kortom ons, van flinke baby in een hoopje compost transformeert, een wetenschappelijk verantwoord tintje te geven, en dit proces, al naargelang de stand van de wind en van de muts van de geneeskundige, te vertragen of te versnellen.

Ontstaan: het gat in de markt[bewerken]

De antieke Griek Asklepios was de eerste die, in de Vde eeuw vóór onze jaartelling, doorhad dat er geld te verdienen was met het versnellen óf vertragen van het natuurlijke degradeerproces, en nog heden ten dage kan men zich tussen de ruïnes van het antieke Epidavros een idee vormen van de weelde die dat idee heeft opgebracht, althans in de vastgoedsector. De pionier leende ook zijn naam aan het logo dat de geneeskunde symboliseert, de esculaap, waarin zijn favoriete huisdier, de slang, een prominente rol speelt.

Terminologie: benoem de vijand en heers![bewerken]

Een doorsnee optrekje van een geneeskundige vanaf niveau 11. Onder dat niveau is het bewonen van een dergelijke constructie verdacht, en dient gemeld te worden aan de Orde der Geneesheren. Let op het (verplichte) esculaapteken.

Een niet te versmaden onderdeel van geneeskunde is het benoemen van de aandoening, of er nu vooruitzicht op genezing is of niet. Wie zijn vijand kan benoemen heeft er een begin van macht over, een stelling die in zowat alle culturen, vroeger en nu, als een rots in de branding staat. Maar het belang van een goede terminologie gaat verder dan dat: het is voor het welslagen van het genezingsproces heel belangrijk om gedurende heel het traject de juiste benamingen te gebruiken, anders gaat het onherroepelijk fout, en geneest of sterft de zieke vanzelf. Hoe ingewikkelder de benaming die de geneeskundige kan geven aan de aandoening, hoe meer de patiënt zich gesterkt kan voelen dat hij hier werkelijk met een vakbekwaam geneeskundige te maken heeft.

Geneeskundige en heelkundige[bewerken]

Wie zich bezig houdt met het genezen, of toch het willen genezen, of tenminste het schijnen te willen genezen van een aangedane[1] medemens wordt zeer algemeen een "geneeskundige" of een "heelkundige" genoemd, en meer concreet, afhankelijk van de cultuur en de territoriale gebruiken, een "medicijnman", een "sjamaan", een "heler"[2], een "kwakzalver", een "heilige", een "medicus" of een "dokter" genoemd.

Patiënt[bewerken]

De klant van een geneeskundige, de zieke, wordt zonder uitzondering "patiënt" genoemd. Zolang die term niet consequent gebruikt wordt, verkeert de zieke in een onzekere, ja zelfs illegale situatie. Het woord is niet in voege gebracht door Asklepios[3], maar stamt uit het Latijn, en is eigenlijk een soort van geuzennaam. Het betekende immers oorspronkelijk "geduldig", en werd gelanceerd door de befaamde Romeinse stand-up comedian Comicus, die er het geduld mee aanduidde dat zieken moesten hebben wanneer ze in handen vielen van een geneeskundige. Het waren de Medici, een invloedrijke Romeinse familie waarin veel geneeskundigen voorkwamen, die omstreeks 68 na C. zelf de term begonnen te gebruiken om er hun klanten mee aan te duiden, en de faam van deze familie zorgde ervoor dat niet alleen het woord "patiënt", voor "zieke klant", maar ook het woord "medicus", voor "geneeskundige", voor de komende eeuwen de officiële termen werden.

Diagnose[bewerken]

Voor de volgende fase van het genezingsproces had Asklepios een poëtische naam bedacht: "diagnose". Het woord is verwant aan de woorden "ikhthyokentauroi" en "hippalektryon", die respectievelijk "geef je varken een naam maar niet de mijne" en "iets meer naar het westen" betekenen. Alles samen komt het hierop neer: na een lange monoloog, die moet doorgaan voor luidop denken, kiest de heelkundige uit zijn medische woordenschat een woord dat goed past bij de windrichting, het sterrenbeeld met dienst, en de financiële situatie van de patiënt. De patiënt is tevreden met elk woord dat tevoorschijn komt: wat zijn toekomstperspectief ook moge zijn, de onzekerheid is uit de weg geruimd.

Symptoom[bewerken]

Een woord dat thuishoort in de diagnosefase, maar dat een apart kopje krijgt omdat hier tenslotte de terminologie behandeld wordt, is "symptoom", een fraai woord voor ziekteverschijnsel. In een ideale wereld wordt de diagnose bepaald aan de hand van drie symptomen, maar er zijn eigenzinnige ziektes die er meer of minder hebben, en eigenzinnige geneeskundigen die er meer of minder vaststellen. Toen Asklepios zelf nog actief was in de branche (vóór zijn apotheose[4], werden uitsluitend symptomen vastgesteld wier naam begon met "sym-". Een zieke kon in die tijd dus zonder schroom last hebben van symbiose, symfonie en sympathie, en zijn overbuur van symmetrie, symboliek en symfyse: de lokale geneeskundige vatte die verschijnselen dan samen in een passende diagnose. Toen Asklepios (lichamelijk) van het toneel verdween, voelden de overgebleven collega's zich moreel sterk genoeg om de medische woordenschatregels te versoepelen, en de bruikbare woorden uit te breiden naar al wat met "sy-" begon. Een wereld van mogelijkheden ging open voor de mensheid: voortaan werden ook syllogisme, syntaxis en syndroom als ziekteverschijnselen erkend. Deze woordenschat ging enkele millennia mee, tot in de XIXde eeuw er nog een uitbreiding plaatsvond. Toen werd door de Orde der Geneesheren tijdens het Geneeskundig Concilie van 1869 beslist dat woorden die met "s-" begonnen eveneens als symptoom konden vastgesteld worden, mits in groepjes van drie ondergebracht te worden in een geheel waarvoor vanaf dan uitsluitend het woord "syndroom" zou gebruikt worden, met als toevoeging "van" en de naam van de geneeskundige die de combinatie voor het eerst had vastgesteld, met een voorkeur voor geneeskundigen wier naam met een "s" begon[5].

Geneesmiddel[bewerken]

Geneeskunde drijft op geneesmiddelen, en kwakzalf behoort tot de allerpopulairste.

Wanneer de vijand eindelijk benoemd is, kan de geneeskundige uit zijn machtige brein een geneesmiddel tevoorschijn toveren. In dat machtige brein zitten ook de gegevens van een bevriende alchemist, die tegen een billijke vergoeding dat geneesmiddel zal bereiden. Dagelijkse vergaderingen (of, zoals dat in de vaktaal heet, "briefings") om half acht in de morgen, in Café "Den Chirurghyn", staan er garant voor dat de geneeskundige geen geneesmiddel zal voorschrijven dat bijvoorbeeld het ingrediënt "paddendrek" bevat terwijl de voorraad van de bevriende alchemist dat niet bevat.

Sinds het unaniem opgeven van de zoektocht naar de Steen der Wijzen op 26 juni 1997, is de naam van het vak omgedoopt naar "apotheker", bij wijze van eerbetoon aan de Centraal-Amerikaanse Indianenstam der Apotheken, van oudsher befaamd om hun geneeskrachtige bereidingen op basis van cocaïne en om hun open hartoperaties op de top van de door hen gebouwde piramides. De term "apotheker" is echter nog niet geheel ingeburgerd, en de meesten hebben hun oude uithangbord nog niet vervangen. Het in 1997 ingevoerde groene kruis heeft daarentegen wél zowat overal het oude logo (u kent het nog wel, met die vijzel en stamper) vervangen, mede dankzij het publicitaire voordeel dat uit zo'n lichtgevende reclame kan gehaald worden.

Voorschrift[bewerken]

Het voorschrijven van een geneesmiddel is pas toegelaten vanaf vanaf niveau 7 op de Schaal van Hippocrates, en resulteert, hoe kan het anders, in een voorschrift. Dit wordt opgesteld in een speciaal handschrift dat, in overeenstemming met de hoge vereisten van vakbekwaamheid en medisch geheim, werd ontwikkeld uit Grieks, Egyptische hiërogliefen en oud Medo-Perzisch. Het kan enkel gelezen worden door geneeskundigen en alchemisten/apothekers, die hiervoor aparte schrijf- en leescursussen gevolgd, en hoewel sinds de doorbraak van de computer in de medische wereld het lettertype Itsgreektome werd ontwikkeld om deze schrijfstijl te imiteren, wordt in praktijk enkel en alleen handgeschreven voorschriften erkend door zowel alchemisten/apothekers als ziekenfondsen. Net als het noemen van ingewikkelde ziektenamen, heeft dit tot doel het ontzag voor en vertrouwen in de geneesheer te sterken, en de werkzaamheid van het voorschrift is ervan afhankelijk.

Ontwikkeling: hoogtes en laagtes[bewerken]

Wil een uitvinding de tand des tijds weerstaan, dan dient zij "doorontwikkeld" te worden. Met andere woorden: de uitvinding moet gestaag evolueren. Ook de geneeskunde maakt hierop geen uitzondering, en evolueert al duizenden jaren min of meer gestaag verder. Min of meer, want de geneeskunde evolueert volgens een onregelmatige golving, met periodes van stilstand, periodes van kennisverlies, en periodes van spectaculaire ontwikkelingen.

Houdbaar tot zie elders[bewerken]

Van het ontstaan van het mensenras tot de komst van Asklepios, was de houdbaarheid van de mens vastgesteld op zo'n 35 à 40 jaar, en op een zeldzame lange-termijndenker na, was iedereen met die regeling tevreden. Toen de vindingrijke Griek echter de mensen begon aan te praten dat geneeskunde wel eens de poort naar een langer leven kon openzetten, kwam daar verandering in. De mensen die de geneeskundige ingrepen overleefden begonnen hun oorspronkelijke versheidsdatum inderdaad gaandeweg verder en verder te overschrijden, en toen in 1670 in hetzelfde dorp van 247 inwoners[6] er niet minder dan drie (3) ouder dan zestig bleken te zijn, was dat niet eens meer zo'n groot nieuws te zijn: de vaststelling kwam niet verder dan een paragraafje op bladzijde zeven (van de acht) van het lokale maandblad. Tegen het einde van de twintigste eeuw was het zover gekomen dat wanneer iemand op zestigjarige leeftijd het leven liet, de persoon veel te jong werd bevonden om te komen te gaan.

Geneeskunde en religie: één strijd?[bewerken]

Een ander aspect van Asklepios' eeuwig-levenplannen was de afname van de interesse van de mensen voor een eventueel hiernamaals: deze nieuwsgierigheid nam in dezelfde mate, exponentieel zeg maar, af als het opschuiven van de menselijke houdbaarheid. Omdat religieuze leiders hierin een bedreiging voor hun beroep zagen, stookten zij hun gelovigen op om andersgelovigen en ongelovigen te lijf te gaan, en aldus een zo mooi nabestaan te verdienen, dat een langer leven in dit aardse tranendal daarmee vergeleken klein bier was. Ook in de XXIste eeuw is goed te merken dat het aantal gewelddadige overlijdens van relatief jonge mensen in naam van religie exponentieel toeneemt, terwijl de bejaardentehuizen overlopen van de eeuwelingen.

Ingebeelde ziekten en geestesziekten[bewerken]

Niet alle geneeskundigen zijn gespeend van humor, en eenmaal de patiënt onder verdoving, komt de scherts boven!

Ergens ter hoogte van de Hoge Middeleeuwen werd de geneeskunde, die zich tot dan enkel had beziggehouden met het behandelen van lichamelijke kwalen, uitgebreid met het behandelen van geestelijke afwijkingen, en in deze tak werd omstreeks de Verlichting een splitsing doorgevoerd tussen ingebeelde ziekten en geestesziekten. De eerste soort is vrij eenvoudig te behandelen, en een welkome aanvulling van het magere loon ener geneeskundige, omdat het de overigens kerngezonde patiënt enkel te doen is om de erkenning als zieke, met voorschrift van geneesmiddel en al, en niet zozeer om de aard van de ziekte, laat staan de geneesbaarheid. De tweede soort is moeilijker te behandelen, omdat de ziekte, overigens net zoals het geval is bij de vorige soort, zich ook volledig in de hersenen afspeelt, maar met dat verschil dat de patiënt volhoudt dat hij niet ziek is. Samengevat: de ingebeelde zieke is niet ziek maar wil wel als dusdanig erkend en behandeld worden, en de geesteszieke is wél ziek, maar wil dat niet inzien, laat staan ervoor behandeld worden. De moeilijkheid van de behandeling van de geesteszieke[7] ligt ook, en vooral, in het fysieke geweld waarin de onwil tegenover behandeling kan ontaarden, een gevaar dat bij het behandelen van een "normale" zieke niet voorkomt. De ultieme redding van een geesteszieke is dan ook een totale hersentransplantatie, het summum op de Schaal van Hippocrates, maar hersendonors met valabele hersenen zijn even zeldzaam als heelkundigen die de ingreep kunnen uitvoeren. De beroemdste was Dr. Victor Henry Frankenstein (1768-1815), wiens resultaten echter nooit door andere geneeskundigen erkend werden.

Beroemde ingebeelde zieken waren de XVIIde-eeuwse Franse toneelschrijver Molière, die zijn laatste toneelstuk eraan wijdde, en zich zelfs inbeeldde dat hij op het podium stierf tijdens de opvoering ervan, terwijl de man heden ten dage levendiger is dan ooit, en de XXste-eeuwse Amerikaanse zanger Elvis Presley, die ondanks zijn intensief pillengeslik en daaraan geweten schielijk overlijden nog altijd leeft, en populairder is dan ooit[8].

Spontane genezing: een illusie?[bewerken]

Een blije verzameling definitief genezen patiënten met zicht op zee: de zegen der geneeskunde.

Twee en een half millennium van doorontwikkeling der geneeskunde zijn er niet in geslaagd om de grote nachtmerrie der geneeskundigen de nek om te wringen: het verschijnsel der spontane genezing, en vooral de in het medisch jargon "S.G.1" genoemde versie. Die drie letters duiden een geval aan waarin een zieke spontaan geneest, zonder tussenkomst van een geneeskundige, en zonder onder de groene zoden te gaan. Wanneer een zieke spontaan geneest door het hoekje om te gaan, dan wordt de term "S.G.2" gebruikt. Maar onder een grafsteen berokkent een spontaan genezen zieke minder kwaad aan de reputatie van de geneeskunde, dan erboven: zulke gevallen zouden aanleiding kunnen geven tot het overbodig vinden van geneeskunde. De enige remedie die de geneeskunde hiertegen heeft gevonden, en die toch vrij goed werkt, is het onderbrengen van deze gevallen onder de noemer "homeopathie" (zie verder), met als bijkomende verduidelijking dat deze mensen wel degelijk als patiënten beschouwd worden, maar van "homeopaten", waarvan bekend wordt geacht dat dezen geneesmiddelen voorschrijven waarvan de werkende ingrediënten zo sterk verdund zijn, dat ze geen helende werking kunnen hebben. Met andere woorden: de patiënten kunnen niet genezen zijn door de door homeopaten voorgeschreven geneesmiddelen, dus zijn ze spontaan genezen, dus treft de geneeskunde geen blaam. Een vrij holle redenering, met cirkelvormige trekjes, maar de geneeskunde bloeit als nooit tevoren, dus, in tegenstelling tot de homeopathische geneesmiddelen, werkt deze zienswijze duidelijk en waarneembaar.

Er- en ontkenning[bewerken]

Het gilde der geneeskundigen, beducht voor oneerlijke concurrentie en ongeschoold geknoei, groepeerde zich al vroeg tot de "Orde der Geneesheren", een term die duidelijk aangaf dat geneeskunde een mannenzaak was, wat in 1216 vóór onze tijdrekening niet ongewoon was. Zo oud is inderdaad deze Orde, die op 2 januari van dat jaar voor het eerst vergaderde. Op die vergadering werd uitsluitend gewerkt aan de statuten van de Orde, en vanalles plechtig gezworen en zo. Het eerste echte Geneeskundig Concilie had plaats ten tijde van het beruchte Concilie van Antiochië (324 na C.), toen parallel aan de kerkelijke bijeenkomst er in café "IN MEDICO VAFERO", rechtover de parochiezaal van Antiochië (waar het religieus concilie plaats had), de toonaangevende geneeskundigen van de IVde eeuw hun eerste medische vonnissen velden. Één daarvan was het van erkenning uitsluiten van wat zij "homeopathie" noemden, één der weinige medische termen die niet uit het Grieks, maar uit het Oezbeeks stamt[9]. Op deze wijze maakten de geneeskundigen duidelijk dat deze marginale tak niet tot hun nobel ambt mocht of kon gerekend worden. Tot op heden is het nog steeds de Orde der Geneesheren die bepaalt of een geneeskundige al dan niet als geneeskundige, of een bepaalde uitoefening van de geneeskunde al dan niet als geneeskunde kan erkend worden. Behalve in geval van nood, vergaderen zij één maal per jaar, op 2 januari, telkens in een andere stad.

Ziekenfonds[bewerken]

Tot aan het begin van de XIXde eeuw moest een zieke zelf opdraaien voor zijn medisch geassisteerde genezing, ongeacht de uitslag ervan. Omdat de geneeskunde zo de klandizie van een groot maar arm gedeelte van de bevolking misliep, en de opkomende industrie een filosofie had doen ontstaan van steeds groter productie, en de bijhorende zoektocht naar en uitbreiding van afzetmarkten, ondernam de Orde der Geneesheren actie. Tijdens het Geneeskundig Concilie van 2 januari 1813 besloten zij de Europese staatshoofden onder druk te zetten om wetten uit te vaardigen, waarbij elke meerderjarige man een deel van zijn inkomen moest storten in een fonds waaruit kon geput worden voor geneeskundige bijstand voor wie dit niet kon betalen. Met succes: op 26 mei van dat jaar overhandigde de voornaamste Europese autoriteit, keizer Napoleon Bonaparte, hun voorzitter persoonlijk een afschrift van de door hem uitgevaardigde wet die het allereerste ziekenfonds op poten zette.

Nog vóór het einde van dat jaar kwamen de eerste meldingen binnen van gevallen waarin patiënten ervan verdacht werden
onrechtmatig aanspraak te maken op deze bijstand, een traditie die nooit opgehouden heeft te bestaan.

In 1815, kort na de Slag bij Waterloo, breidde de ziekenfondsactiviteit zich op twee manieren uit:

  • buiten het geografische territorium van het voormalige Franse keizerrijk: andere Europese landen volgenden Napoleons voorbeeld;
  • buiten de prestatie van de geneeskundige prestatie: ook de aanschaf van geneesmiddelen kon, mits erkend door de Orde, in aanmerking komen voor steun door het ziekenfonds.
Nog vóór het einde van dat jaar kwamen de eerste meldingen binnen van gevallen waarin alchemisten/apothekers ervan verdacht werden
invloedrijke personen te overhalen om hun producten op de bijstandslijst te zetten, een traditie die nooit opgehouden heeft te bestaan.

Geneeskunde in de pers[bewerken]

Tussen geneeskunde en pers[10] heerst sinds de XVIIde eeuw, wanneer kranten hun eerste grote bloei kenden, een haat-liefdeverhouding. Enerzijds gebruiken geneeskundigen graag de media om de medische vooruitgang in het zonnetje te zetten, maar anderzijds zien ze niet graag hoe één helft van hun resultaten meer belicht wordt dan de andere. Het gaat namelijk om de gevallen van genezing waarbij de patiënt het leven laat, een vorm van genezing die, hoe definitief en onweerlegbaar ook, nog steeds niet populair is.


Het overmatig in beeld brengen van miraculeuze genezingen, die tot doorgaans terug te leiden zijn tot spontane genezingen, van het type dat de patiënt in leven laat, vaak verbonden met religieuze overtuigingen en praktijken, brengt het subtiele evenwicht tussen de medische resultaten nog verder aan het wankelen, nog gezwegen van het adverteren van talloze wondermiddeltjes tegen zowat alle aandoeningen en de rest ook, zonder inspraak van de Orde der Geneesheren. De Orde beschikt dan ook over een uitgebreide persdienst, die dagelijks instaat voor het bewaren van dit evenwicht.

Niveaus der geneeskunde[bewerken]

De vaardigheid van een geneeskundige kan teruggevonden worden op de zogenaamde Schaal van Hippocrates, opgesteld door en genoemd naar Yannis Hippocrates, de beroemdste leerling van Asklepios. Aardig om weten: de vaardigheid van de geneeskundige dient, bijvoorbeeld op een visitekaartje, voorafgegaan te worden door een A of een B. De A duidt aan dat de geneeskundige ook, zonder uitzondering, alle lager op de schaal voorkomende vaardigheden beheerst. De B duidt aan dat de geneeskundige alleen de aangeduide vaardigheid beheerst. In niveaus 1 tot en met 6 mogen ook vrouwen actief zijn.

Potatohead aqua.png
Aan de schandpaal genageld!
Vastgenagelde versie:
9 februari 2015
Dit artikel is een verschrikking! Daarom is het vastgenageld aan de schandpaal zodat iedereen er rotte groenten tegenaan kan gooien.


Notenbalk[bewerken]

  1. Men zegt ook wel eens "met een aandoening".
  2. Een heler die maar half in zijn heelkundige ingreep slaagt wordt ook wel eens een "halver" genoemd.
  3. Asklepios verkoos het ernstiger aandoende "anthropoxanthos", wat zoveel betekent als "gele mens", naar de gelige gelaatskleur die de meeste zieken toen hadden.
  4. Zijn opname als god onder de goden, in dit geval god der geneeskunde.
  5. Zo ontstond het Syndroom van Sabbe toen Dr. Severinus Sabbe (broer van schrijver Maurits Sabbe) in augustus 1924 voor het eerst de symptomen slaperigheid, stinkvoeten en stokbroodallergie samenvoegde. Het syndroom werd zonder dralen erkend tijdens het eerstvolgend jaarlijks concilie, in dit geval dat van 2 januari 1925, in Plymouth (Verenigd Koninkrijk).
  6. Klapsteke, een intussen verdwenen dorp in Oost-Vlaanderen, gelegen op het kruispunt van Romeinse steenwegen XL (Berlijn-Blankenberge) en XIX (Parijs-Amsterdam).
  7. Het synoniem "geestelijke gestoorde" was algemeen in voege tot en met de XXste eeuw, maar werd, onder druk van diverse religieuze overheden, aan de kant geschoven omdat te veel grappenmakers er "gestoorde geestelijke" van maakten.
  8. Het Sportpaleis in Antwerpen is weer voor de komende tien jaar uitverkocht, maar de eigenaars hebben ook nu weer een paar gaatjes gelaten voor lokale zangers. Zo worden ook de logistieke problemen verlicht (maar niet opgelost) die immers verbonden zijn met de toevloed van fans van over de hele planeet: de het asfalt van de vijfde strook van de Antwerpse Ring was nog niet droog, of het aantal rijstroken bleek wéér te gering.
  9. Het betekent daar "volksverlakkerij" of "corruptie", en wordt daar nog dagelijks in die zin gebruikt, tenminste wanneer er geen politie in de buurt is.
  10. Een oud woord voor "media", daterend uit het einde van de XVde eeuw, toen nieuws door middel van in hout en lood uitgesneden lettertjes, ingestreken met inkt, tegen een stuk papier geperst werd. Voorbeelden van op papier gedrukt nieuws kan nog bewonderd worden in een aantal musea, een aantal dat steeds kleiner wordt, omdat papier niet alleen, aldus de zegswijze, "verduldig", maar ook en vooral "vergankelijk" is. Allen daarheen dus!