Harskamp

Uit Oncyclopedia
Ga naar: navigatie, zoeken


Harskamp.
Plaats in Nederland
Het wapen van Harskamp
Het wapen van Harskamp
Basisgegevens
Provincie Gelria / Veluwsch Overkwartier
Land Nederland
Oppervlakte 4 km lang, 600 m breed
Inwoners 3500
Politiek Geen
Overige
Stedenband: Ede
Bestuur: Heerlijkheid onder Graaf
Overheersende religie: iets donkers, iets zwarts…
Taal: plaatselijk Neder-saksisch dialect
Portaal  Portaalicoon Plaats

‘’’Harskamp’’’ is een Veluws dorp wat precies op de grens ligt van het Noordoostelijk Veluws Massief (zandgronden) en de Gelderse Vallei. Harskamp, vaak ook ‘de Harskamp’, is vooral bekend door haar extreme conservatief-religieuze gemeenschap en het schietkamp van het leger.

Ontstaan en naamsgeving[bewerken]

Harskamp is betrekkelijk jong, bewoning is bekend vanaf het begin van de middeleeuwen (plm. 6e eeuw.) De naam wordt gemunt in een overdrachtsakte (zg. Plackaette van Overbodigheit, 583) en gespeld als ‘Gaerderskampei’ hetgeen zoveel betekent als ‘de omheinde grond waar verzameld wordt’. In de meeste gevallen wordt met zulks een moestuin bedoeld.

Dorpswapen[bewerken]

Jonker Adolf Graaf Harscamp tijdens de opening van de lente-vierschaar, 2004.

Het wapen wat het dorp voert is strikt genomen niet het dorpswapen maar dat van de familie ‘Harscamp’, een adelijke familie die tot op de dag van vandaag de bezitter van het dorp is. De familie behoort tot de zg. Erfbloedadel en stamt dus uit de 13e eeuw of eerder. Bijzondere aan de familie is, dat haar naam beter bekend is dan haar leden; de familie komt zeer zelden buiten en indien zo, is dat gebruikelijk in harnas met toegeslagen vizier.

Geschiedenis[bewerken]

De ‘gaerderscampei’ was oorspronkelijk het gewassenland (akkers en dergelijke) van de landheer, de directe voorzaten van de latere familie Harscamp. Bekend is dat een motte met kasteel en voorhof in het gebied heeft gestaan; de locatie is onduidelijk. De huidige dwangburcht en woning van de landheer aan de Wekeromsche straatweg is van latere bouw en wordt geschat op de 11e eeuw.

De bebouwing van het dorp vond plaats langs de bestaande weg van Kootwijk (wat toen veel westelijker lag dan nu) naar nieuw-Reemst, over de gronden van het toen verlaten dorp Otterlo. Dit was een belangrijke handelsweg en de tolhuizen van de landheer stonden in wat later het dorp zou worden, ongeveer op de plaats waar nu de dorpsherberg staat.

De landheer verplichtte zijn onderhorigen te wonen langs de weg, dit om de controle te vergroten en bovendien om eigen landbouw middels boerderijen tegen te gaan. Elke horige kreeg een strook land van ongeveer 150 meter diepte en 30 meter breedte toegewezen voor eigen vruchtgebruik. Dit was veel meer dan in de omgeving gebruikelijk en Harskamp werd zo populair onder horigen. Het dorp groeide snel tot de vastgestelde vier kilometer (33 Kootwijker Roeden) was volgebouwd. Dit gold overigens niet voor de westzijde, bekend onder de naam ‘het Zand’.

In later eeuwen kreeg Harskamp vier kapellen toegewezen van de landheer. Geen van de vier oorspronkelijke kapellen staat er nog, wel zijn er nog steeds vier kapellen op de oorspronkelijke plaatsen. Elke kapel was bedoeld voor een bepaalde geloofsrichting: twee voor de Gereformeerden, één voor Reformatorischen en één voor de Herstelde Dolerenden van het Christus Kruis.

De horigen waren werkplichtig aan de landheer en bebouwden zijn akkers. De landheer had op de dwangburcht grote schuren voor zowel vee als gewassen en graan. Buiten de burcht waren twee grote molens ingericht ter bemaling, één daarvan staat er nog.

De Kraafkampsepoort omstreeks 1650 (Archief Arnhem)
De werken van Harskamp eind 18e eeuw. (Archief Militair Geografische Dienst)

In de zestiende eeuw zijn er plannen om het dorpje te omwallen. De landheer heeft zichzelf stadsrechten gegeven en start met de bouw van twee stadspoorten: de Munnikshofpoort en de Kraafkamp. De eerste is nooit voltooid en later omgebouwd naar boerenbedrijf. De tweede heeft er ongeveer een eeuw gestaan en is eind zeventiende eeuw afgebroken. Ook de wallen met de grachten zijn nooit voltooid. Slechts aan de westzijde zijn werken verrezen, die in het begin van de 19e eeuw zijn geslecht. Van de poorten zijn de grachten later gedempt, hiervan bestaan alleen nog delen van de voorgracht van de Munnikshof. Het is nu een parkvijver, waar bastion Zuiderheide lag is nu een visvijver.

In de Napoleontische tijd werd het leger door de landheer uitgenodigd een schietterein in te richten op het Zand. Eigenbelang speelde hierbij een rol; Napoleon had het niet zo op eigengereide landheren die complete dorpen in het bezit hadden. In 1804 viel het eerste schot op de heide. Het schietkamp was een feit.

Religie[bewerken]

De religie is opgelegd door de landheer. Om te voorkomen dat er eenheid in het dorp zou komen op grond van het geloof accepteerde de landheer slechts twee geloven die ook algemeen voorkwamen (en komen!) op de Veluwe: Gereformeerd en Reformatorisch. Daar de landheer zelf invloed wilde hebben in de grootte van de groepen richtte hij zelf een derde groep op waarvan de leden naar willekeur van de landheer overgeplaatst konden worden naar één van de geloofsrichtingen. Deze religie staat bekend als de Hersteld Dolerenden van het Christus Kruis. De naam is onzin en slechts bedoeld om er wat gewicht aan te geven.

De Gereformeerden beschikken over twee kapellen: één voor de burgerstand en één voor de hereboeren. De laatste is een groep horige boeren met extra privileges.

Andere religies worden, in verband met openbare rust, orde en veiligheid, geweerd. De beide landsheerreligies (en de dolerenden) zijn gehouden aan de letterlijke uitleg van de door de landsheer bepaalde bijbel. Dit is ondermeer de reden dat tijdens de zondag (van zaterdagmiddag 12.00 uur tot en met maandagochtend 12.00 uur) alle geldverkeer verboden is. Pinautomaten zijn uitgeschakeld en bij de winkels kan wel wat gekocht worden, maar moet maandagmiddag worden afgerekend.

Bestuur[bewerken]

Het middeleeuwse kastenstelsel (feodaliteit) is door de loop der eeuwen volledig intact gebleven. Landheer is de oudste van de familie, op dit moment Jonker Adolf Graaf Harscamp. De jonker kent een inspraaksysteem binnen de gemeenschap waarin beslissingen over (met name) het boerenbedrijf en de inzet van de molens worden genomen. Dit openbare lichaam staat bekend als de ‘Vierschaar’. De Vierschaar komt aan het begin van de drie seizoenen bij elkaar. Rechtspreken gebeurt tijdens het ‘Ding’ in de Dingkuil op het Zand.

de familie Harscamp[bewerken]

De familie is zeer oud en wordt geacht af te stammen van de Angelsakisch-Romeins-Keltisch-Gaelic-Germaanse koning Arthur. De familie heeft de naam van haar gebied aangenomen als familienaam. Het feodale stelsel wordt met harde hand gehandhaafd. Daarnaast heeft de landheer nog een aantal zg. ‘heerlijke’ rechten. Als opmerkelijk mag worden beschouwd is dat de landheer automatisch getrouwd is met alle vrouwen in het dorp in de leeftijdsgroep 18 tot en met 32. Ongeacht of zij inwonend is bij een horige. Deze maatregel is ingesteld om jaloezie en afgunst, twee van de zeven Hoofdzonden, tegen te gaan. Op deze wijze is bovendien elke Harskamper een Harscamper hetgeen de algemene onderlinge verbondenheid versterkt.

Voorzieningen en economie[bewerken]

Ondanks haar zeer introverte karakter is Harskamp goed geëquipeerd met winkels, openbare voorzieningen e.d. Het dorp beschikt over een grote huishoudelijke winkel (‘het magazijn’), verschillende kleine middenstanders (vis, groente, fruit, brood etc.), een modern supermarket, drie banken, makelaars, bloemist etc. en verschilt zo niet van een modern dorp. Alle winkels worden door Harskampers gedreven, het is niet toegestaan als buitenstaander zelf een nering te starten.

Harskampers mogen dat deel van de winst behouden om in leven te blijven en daarvoor de noodzakelijke inkopen te doen. De rest wordt afgedragen aan de landheer. Grote aankopen (bijvoorbeeld een auto) worden door de landheer in de Vierschaar besproken en beoordeeld. Daar sparen verboden is (een van de bijbelse zonden) worden deze door de landheer betaald.

Het Militaire Schietkamp (MSK ‘de Harskamp’)[bewerken]

Legeringsruimte voor oefenende militairen (plm. 1960)

Als begin negentiende eeuw het leger het Zand betrekt, verandert er iets binnen de kleine Veluwse gemeenschap. Afgezien van het dagelijkse geluid van geweren, mitrailleurs en handgranaten zien de Veluwnaars ook nieuwe gezichten; de soldaten trekken vaak het dorp in om na afloop van een schietdag een glaasje bier te drinken. De landheer staat het horigen toe om betrekkingen op het schietkamp te aanvaarden waardoor er een nieuwe beroepsgroep haar intrede doet: de schietkampers of kortweg: de kampers. Tot op de dag van vandaag zijn de kampers een aparte groep die ook allemaal bij elkaar wonen in een apart kamp ten noorden van het dorp. Door haar grote grauwe barakken steekt dit ‘dorp in het dorp’ schril af tegen de rest van de Harskamp.

Militairen zijn niet inwonend in het dorp, zij die beroepsmatig op het kamp verblijven zijn ondergebracht in betonnen barakken, samen met hun gezinnen en eigen neringdoenden. Het is deze groep militairen niet vergund buiten het kamp te treden. Plaatsing op de Harskamp wordt binnen Defensie gezien als een buitenlandse detachering.

Het schietkamp is tot op vandaag in gebruik; behalve handvuurwapens wordt ook geschoten met experimentele wapens en worden gevaarlijke projectielen tot ontploffing gebracht, iets wat elders te gevaarlijk zou zijn.

Toerisme[bewerken]

De landheer staat toe dat fietsers en wandelaars door de Harskamp komen. Ook mogen zij plaatsnemen op de terrasjes van de uitspanningen. Autoverkeer, mits doorgaand, is toegestaan. Halthouden is verboden vanwege de smalle dorpsstraat (hetgeen overigens niet voor de lokale bevolking geldt) De dwangburcht van de familie Harscamp mag niet worden benaderd.

}