Hoe:Vang je een gems?

Uit Oncyclopedia
Ga naar: navigatie, zoeken
Gorillatrans.gif Hoe? 
Dit artikel maakt deel uit van Oncyclopedia's Hoe?-reeks.

Bekijk meer Hoe?s

Wie een gems vangen wil, moet geluk hebben!

Wie een gems wil vangen, moet, behalve over een gedegen kennis van zijn leefgewoonten, beschikken over het volgende:

  • Een goede vermomming
  • een Gemzenloktoeter
  • 12 meter Gemzentouw
  • Een Gemzenkooi. Een Gemzenkooi is een kooi die
    • groot genoeg is om een gems te bevatten
    • Van tralies voorzien is die zo dicht op elkaar zitten, dat een gems er niet tussendoor kan.

Verder zijn flinke dosis standvastigheid en geluk absolute vereisten, vanwege het wispelturige karakter van de gems. Menig Gemzenjager is door deze slimme beesten in de val gelokt, waardoor menig gemzenjagersvrouwtje met de gemzenjagerskindertjes gemzenjagerloos achterbleef.

Spirituele achtergrond van de gemzenjacht[bewerken]

Een Oncyclopedist, die onderzoek deed voor dit artikel, stuitte op een 94-jarige bewoner van Windegat, die de laatste in een lijn van laatste gemzenjagers was, en deze vertelde de volgende anekdote:

Anekdote van de laatste gemzenjager[bewerken]

"Toen ik nog jong was en onbesuisd," zo verhaalde de oude man hevig knipogend, "nam mijn grootmoeder me eens bij haar aan tafel en zei: Ïk ga je vertellen van de eeuwenlange innige verbondenheid van onze familie met de gems. Lang lang geleden, toen de mensen

  • nog staarten hadden en
  • elkaar begroetten door modder op elkaars hoofd te druppelen,

leefde er in een armetierig achterafdorpje een houthakkersgezin, waarvan de man nogal dom was en de vrouw niet veel slimmer. Deze houthakker was zo dom, dat hij:

  1. zijn bijl bij de kling hield en met de steel tegen de boom sloeg;
  2. als hij te laat voor een afspraak was, achteruit ging lopen om de tijd in te halen.
  3. 'pardon meneer' zei en zijn hoed afnam als hij tegen een boom opbotste.

Zijn vrouw daarentegen was

  1. zo scheel als een dienstbode en
  2. zo lelijk als een bank van Ikea.

Ze was nog dommer dan haar man en wist het verschil niet tussen het dak van haar huis en een omgevallen emmer melk"".

Intermezzo[bewerken]

De Oncyclopedist vermeldt hier in zijn verslag, dat de oude man, op dit punt van zijn verhaal gekomen, in hevige opwinding scheen te verkeren. Hij trilde, verbleekte, zweette hevig en greep de rand van de tafel zo stevig beet, dat men zijn knokkels kon horen kraken. Toen scheen hij zich te herstellen.

Vervolg anekdote[bewerken]

Gemsjes zijn lief!
~ Mieke Maaike over Gems

""Deze domme mensen", zo vervolgde hij het relaas van zijn grootmoeder, "hadden echter een dochter, Mieke Maaike geheten, die in alles het tegendeel was van haar ouders.

  • Waar zij dom waren als een pannenkoek, was zij zo slim als een fijngeslepen briljant.
  • Waar zij zo lelijk waren als een drol op een doek van Karel Appel, straalde zij als de lentezon, 's ochtends vroeg, als de gemzen door het bedauwde gras drentelen.

Maar bovenal was zij erg lief, want haar ouders hadden ook nog eens een gemene inborst. Jaloers als ze waren, knepen ze haar vaak in haar

om dan schijnheilig 'pardon' te zeggen! Het spreekt dus voor zich dat Maaike liever met de gemzen in het bos dwaalde dan bij die domme, lelijke en ook nog eens gemene mensen in de buurt te zijn. En zo gebeurde het op een van haar zwerftochten....""

Onderbreking van de anekdote[bewerken]

Hier stopte de oude man weer met het verhaal van zijn grootmoeder en met vreemd indringende ogen waar de tranen uitstroomden, keek hij de Oncyclopedist aan. Deze vroeg hem:

"Wat gebeurde er verder"?

Waarop de oude, oude man hevig schokkend van ontroering uitbracht:

"Hier stopte mijn oude overgrootmoeder met haar verhaal. Met vreemd indringende ogen waar de tranen uitstroomden keek ze me aan.

"Wat gebeurde er verder?" vroeg ik haar.

Hevig schokkend van ontroering wilde ze verder gaan met haar geschiedenis van de eeuwenlange innige verbondenheid van onze familie met de gems. Ze wilde opstaan, maar het werd haar teveel en voor ik nog 'gemzepastei' had kunnen zeggen verstijfde zij en viel toen dood neer over tafel".

Op dit punt van zijn verhaal gekomen wilde de oude man opstaan, maar voor de Oncyclopedist 'gemzekeutel' had kunnen zeggen, verstijfde hij en viel dood neer over de tafel waar ze aan zaten te praten.