Industriële revolutie

Uit Oncyclopedia
Ga naar: navigatie, zoeken
Het begin: de revolutionaire vreugdedans.

De industriële revolutie was een lange periode uit de wereldgeschiedenis, gekenmerkt met een tekort aan eenmansbedrijven op wereldschaal. De periode duurde van 1769, toen de stoommachine flink werd verbeterd, tot 1919, toen het Verdrag van Versailles werd gemaakt. Het einde van de industriële revolutie was de directe aanleiding tot de Tweede Wereldoorlog.

Situatie voor de industriële revolutie (? - 1769)[bewerken]

Waarschijnlijk ergens in de oertijd werd een groots uitvinding gedaan: een eenmansbedrijf. Vanaf nu kwamen er heel veel eenmansbedrijven, waar slecht één werkgever bestond, daarbij meestal ook de enige werknemer. Dit systeem werkte prima. Totdat men van gedachten veranderde toen Engeland op ging scheppen...

Het begin: ruzie tussen Engeland en Duitsland[bewerken]

Er was al ruzie tussen Engeland en Duitsland bij de stichting van Engeland. Koning Arthur, stichter van Engeland, vocht dapper tegen de Nedersaksische heidenen uit Duitsland. Maar Duitsland bleek wel heel rijk te zijn, en dat had een hele diepe oorzaak.

Schat van Agamemnon[bewerken]

Al sinds zo'n 3400 v. Chr. was het Trojaanse vorstengeslacht allerlei sieraden aan het verzamelen, zodat, als de Trojaanse staat in geldnood verkeerde, allerlei schatten uit het grote schattencomplex konden worden gehaald. In de Trojaanse Oorlog van de 13e eeuw v.Chr. is Troje echter ondergegaan en is de schat gestolen door Grieks koning Agamemnon. Deze werd sinds dien Schat van Agamemnon genoemd. De schat lag dus sinds dien in Griekenland.

De Romeinen veroverden Griekenland echter, en toen werd de schat naar Rome gebracht. Toen Karel de Grote Rome echter veroverde, werd de schat naar Frankfurt gebracht. Sinds dien bleef de schat altijd in handen van de Duitsers en kwamen zijn economisch heel goed te verkeren.

Engeland schept op[bewerken]

De Nedersaksische heidenen, die altijd tegen de Engelsen vochten, mochten heel rijk zijn van de andere Duitsers om tegen Engeland op te scheppen. Maar dankzij ene James Watt kon Engeland eindelijk eens even opscheppen.

Al eeuwen werkten de Engelsen aan een groot project: de stoommachine. Deze was echter prut, tot James Watt het in 1769 flink verbeterde. Hierop besloten nog meer Engelsen nieuw soort machines uit te vinden, zoals de Mule Jenny. Duitsland waarschuwde Engeland voor een reeks heel vreemde gebeurtenissen die zouden leiden tot een paar wereldoorlogen. Engeland lachte Duitsland echter uit. Toen kwam het grote begin van de industriële revolutie: Goede prijs-periode.

Goede prijs-periode (1769 - 1853)[bewerken]

Het midden: de industriële revolutie ondergronds.

Toen de eerste fabrieken eind 1769 door heel Engeland getoond werden, nu er zoveel nieuwe uitvindingen werden gedaan, gingen alle Engelse eenmansbedrijven een voor een failliet. de laatste in 1789. Hoe dit kwam: de spullen waren met die nieuwe machines zooo makkelijk te produceren. Niemand wilde nog kopen bij die eenmansbedrijven met hun veel te hoge prijzen.

De fabrieken gingen zich als eerste bezig houden met kleding, wat best handig was wegens Jan Smit, die kleren ging sponsoren uit belang van de C&A-winkels. Bovendien werden ook veel kaarsen in fabrieken gemaakt, wat handig was wegens de vele straatlantaarns waar steeds nieuwe kaarsen in gedaan moesten worden. Tenslotte werden ook robo-koeien uitgevonden, cybernetische organismen, die automatisch melk konden produceren en zelfmoord konden plegen, waarop de vleesproductie heel hoog opliep. Tenslotte kwamen er autofabrieken wat voor de rijke mensen handig was.

De hele wereld besloot de nieuwe machines te kopen en uiteraard producten die met de machines gemaakt waren. In 1820 waren het bijna alle landen die aan het systeem van de industriële revolutie meededen. Echter, vier landen niet. Duitsland niet, die van de gevolgen af wist en graag rijk wou blijven, Oostenrijk-Hongarije ook niet, die een bondgenoot van Duitsland was, het Ottomaanse Rijk niet, omdat kapitalisme volgens de islam slecht is, en Bulgarije niet. De joden, die altijd al in oorlog met de islam waren, waren heel boos op het Ottomaanse Rijk omdat ze niet aan het systeem mee gingen doen en gingen gekke dingen doen. Het gekke dingen doen was echter wel goed ondernemen waardoor de joden heel rijk werden.

Rond 1825 besloten ondernemers de lonen laag te houden, omdat de werknemers toch nergens anders konden werken waar de lonen hoger waren. Alle eenmansbedrijven waren immers al failliet gegaan. Hierdoor werd de wereld onderverdeeld in vier groepen: de rijke werkgevers, de arme mensen over de hele wereld, de moslims en de rijke Nedersaksische heidenen.

Lage koop-periode (1853 - 1914)[bewerken]

Omdat lonen steeds lager werden kwam er steeds minder koopkracht. Hier hadden de rijke joden nog niet aan gedacht. Nu moesten de prijzen lager worden. De prijzen werden echter steeds lager en lager wegens concurrentie en uiteindelijk moesten de bedrijven zich specialiseren in productie voor rijke mensen, die nog als enige doelgroep geschikt was. Echter, het bleef massaproductie en rijke consumenten werden hier heel dik door. Nu moest er heel veel geld betaald worden aan gezondheidszorg, waardoor rijke mensen steeds armer werden en koopkracht nog lager werd.

Het was nu ieders belang dat de fabrieken weer veel geld zouden verdienen. Niemand wilde dat de eenmansbedrijven weer terug zouden keren. De rijken wilden dat niet omdat ze dan zoveel concurrentie zouden krijgen, en de armen wilden het niet omdat de prijzen dan enorm zouden stijgen. Eenmansbedrijven hadden immers altijd al hoge prijzen.

Sinds 1910 werd heel veel hulp gevraagd aan de Nedersaksische heidenen in Duitsland en Oostenrijk-Hongarije. Er werd gevraagd of zij misschien veel bij de fabrieken wilden kopen.Er kwamen echter veel conflicten met deze landen toen ze weigerden ook maar ietsie pietsie aan de industriële revolutie mee te doen.

Eerste Wereldoorlog (1914-1918)[bewerken]

Frans Ferdinand, troonopvolger van Oostenrijk-Hongarije, en zijn vrouw Sophie Chotek hadden een vakantiehuisje in Sarajevo, Servië. Ze gingen hier gezellig naartoe maar toen werd Frans Ferdinand vogelvrij verklaard. De moordenaar zou worden beloond met 80.000 ducaten. Hierop werd Frans Ferdinand vermoord en Oosternijk-Hongarije verklaarde Servië de oorlog. Daarop verklaarden de andere drie landen die niet aan het kapitalistische systeem mee wilden doen de rest van de wereld de oorlog.

De Eerste Wereldoorlog waar nu dus over gesproken wordt, duurde vier jaar en eindigde met de ondergang van de vier landen die niet aan het kapitalistische systeem mee wilden doen.

Verdrag van Versailles (1919)[bewerken]

In het Verdrag van Versailles van 1919 werd besloten dat Duitsland en Oostenrijk-Hongarije alle fabrieken zouden krijgen waar de loon laag werd gehouden en dat hier geen andere werkplekken mochten zijn. Over de rest van de wereld moesten in fabrieken hoge lonen zijn.

Datzelfde jaar kregen alle landen ter wereld, behalve Duitsland en Oostenrijk-Hongarije, heel veel rijke inwoners. Om op een lekker stoere manier geld uit te geven gingen deze rijke mensen veel geld aan prijzige producten van eenmansbedrijven uitgeven. Nu eenmansbedrijven dus weer gingen bestaan stopte de industriële revolutie.

Het vervolg[bewerken]

Het einde: de industriële orkestdirigent.

Veel Duitsers en Oostenrijkse Hongaren waren boos op de rest van de wereld. Vooral op de rijke joden, die dankzij het Verdrag van Versailles opnieuw rijk zijn geworden. Duits dictator Adolf Hitler ging hierop in het geheim voor de rest van de wereld een krijgsmacht oprichten. Hij wou echter niet laten merken dat hij, ondanks in het Verdrag stond dat dit niet mocht, alsnog andere werkplekken in Duitsland had; in het leger dus. Hij besloot de Tweede Wereldoorlog pas te beginnen toen hij "Hungary, why wait" op een snoeppapiertje zag staan. Voor meer informatie: why wait?

Zie ook[bewerken]