Jommeke

Uit Oncyclopedia
Ga naar: navigatie, zoeken
VlaleeuwL.JPG
VlamuisL.JPG
! Opgelet !
Dit artikel bevat zóveel
Vlaamse elementen,
dat het voor een
gemiddelde Nederlander
niet meer te volgen is.
Zijt gij in dit geval,
waarde lezer, begeef u dan
terstond en zonder dralen
HERWAARTS,
nu het nog kan...
VlaleeuwR.JPG
VlamuisR.JPG
JommekeBeeld.JPG

Jomme toch, jomme toch!
~ Een hoofdschuddende Urbanus van Anus over het laatste Jommekesalbum.

Jommeke, zoals men in Vlaanderen een klein uitgevallen Guillaume pleegt te noemen[1], is één van Vlaanderens meest populaire stripfiguren. Al meer dan 50 jaar lang worden zijn heldendaden in tekenverhaalvorm weergegeven door Jozef Amadeus Sebastian Nys, "Jef" voor de vrienden. Het ideaal van een stripverhaal immer voor ogen houdend, laat hij deze waar gebeurde verhalen tot lering van de jeugd strekken.

Modellen[bewerken]

Guillaume "Jomme" Dockx in 1978: wanneer een Jommekesmodel opgroeit blijft er vaak weinig over van de originele charme die ooit tot uitverkoring leidde.

Zo geniaal als Nys blijkt te zijn wanneer het aankomt op tekenen naar model, zo hopeloos verloren is hij wanneer hij een ventje moet tekenen uit het blote hoofd. Daarom duurde het jaren vooraleer hij kon leven van de opbrengst van zijn meest bekende stripverhaal: in den beginne gaf hij fortuinen uit om de juiste modellen te vinden voor zijn tekenwerk. Pas toen de stripreeks enorm populair werd, begon men zich spontaan en massaal aan te bieden om gratis model te staan, voor de eer. Een bijkomend probleem vormt de voornaam van het model, want die dient dezelfde te zijn als die van het strippersonage. Nys is nu eenmaal een perfectionist, die het niet over zijn hart kan krijgen om iemand die "Jean-Pierre" heet, model te laten staan voor een hoofdpersonage dat "Jommeke" heet, en dat geacht wordt Vlaanderens jeugd met moreel verantwoorde avonturen als voorbeeld te dienen. Aangezien het alleerste model "Jommeke" heette, en hij er zijn personage naar genoemd had, moesten alle volgende modellen voor Jommeke dus óók "Jommeke"" heten. Of "Jomme". Of "Guillaume". Of "Guy". Desnoods "Gwijde", zoals hier en daar een Conscience-fan zijn zoon wel al eens durft te noemen.[2]. Zelfs de Engelse variant "Willy" kon erdoor, en natuurlijk het eerder vermelde "Willem", of kortweg "Wim".

Jomme Dockx (1955-1960)[bewerken]

Voor het allereerste Jommeke, dat in 1955 de Vlaamse parochiebladen begon op te fleuren, stond de toen zevenjarige Guillaume "Jomme" Dockx model, wiens jeugdige trekken sindsdien bepaalden hoe een Jommekesmodel er moest uitzien. Hij bleef model tot in 1960[3]. In 1978 speelde Dockx in de populaire TV-serie "De Collega's" de dubbelrol van klasseerder Manu Verreth en diens tweelingbroer, de afdelingschef en latere directeur René Verreth. Dockx was een ware virtuoos in het weergeven van de tegenstellingen in de tweelingbroers, wat hem een Grammy-nominatie opleverde.

Guy Verhofstadt (1961-1968)[bewerken]

Dit Jommeke verschilde voornamelijk van het vorige door het spleetje tussen zijn bovenste voortanden. Dit spleetje is echter alleen te zien in de eerste drukken van de albums uit deze periode, want bij ter gelegenheid van de overstap naar vierkleurendruk werd het uitzicht van het hoofdpersonage ingrijpend geuniformiseerd. Het spleetje werd overschilderd, wat de eerste drukken enige jaren later enorm in waarde deed stijgen. Het aantreden van het model als premier van de Belgische regering deed de waarde even enorm weer dalen. Qua uiterlijk had hij het nog langer kunnen volhouden, maar in mei '68[4] voelde hij een sterke drang om zich naar Parijs te begeven, om daar samen met de studenten heibel te gaan schoppen.

Willy Sommers (1968-1970)[bewerken]

Willy Sommers was wat men noemt een laatbloeier : hij was al zestien toen hij model begon te staan voor Jommeke, maar zijn uitzonderlijk late puberteit en kleine gestalte lieten dat gemakkelijk toe. Toen hij op z'n twintigste de baard in de keel voelde, verliet hij na zijn laatste tekensessie[5] het atelier van Nys met de stoutmoedige uitspraak dat hij zanger zou worden. De gevolgen daarvan zijn nu nog altijd merkbaar in de Vlaamse showbizz.

Willy De Clercq III (1970-1975)[bewerken]

Oppervlakkige lezers zouden kunnen denken dat de "III" staat voor de derde regering van Willy De Clercq, maar niets is minder waar, tenzij misschien de bewering dat de aarde geleidelijk afkoelt, en dat we een nieuwe ijstijd tegemoet gaan. De vergissing is begrijpelijk, omdat Willy De Clerq I driemaal vice-eersteminister van de Belgische regering is geweest, zonder het ooit tot premier te schoppen. Maar we hebben het hier over niemand anders dan de kleinzoon van Willy I, die in het voorjaar van 1970[6] zijn opwachting maakte als model voor deze legendarische reeks. De Willy III-albums zijn gemakkelijk te herkennen aan de overheersing van de kleur blauw, door kenners geweten aan de politieke strekking van de familie De Clerq, door anderen aan een plotselinge prijsstijging van de andere inkten, die, in tegenstelling tot de blauwe inkt, alle op basis van petroleum werden gemaakt. Dit is onzin: een beetje kenner wéét dat drukinkten, bedoeld voor publicaties in parochiebladen en aanverwante media, op basis van wijwater worden gemaakt.

Willem Zondermeer (1975-1981)[bewerken]

Verificatie van de bronnen blijft noodzakelijk, zelfs bij ogenschijnlijk banale avonturen zoals dit.

Willem Zondermeer was het enige niet-Vlaamse Jommekemodel. Deze Nederlandse jongen bracht al zijn vrije dagen door bij zijn oom en tante in Antwerpen, en vond die twee zo saai, dat hij zijn vrije tijd liever in de studio van Nys doorbracht. Hierom werd hij op school in Nederland zodanig gepest, dat er binnen het jaar een liedje over hem circuleerde. Met de titel "Willempie" werd het zelfs een hit voor een beginnend Nederlands komisch talent. Willempie liet er zich niet door van de wijs brengen, en werd vereeuwigd in klassiekers als "Het plezante kliekske" en "Het piepend bed". Pas in 1981[7] werden de pesterijen hem teveel, en kocht hij een vuurwapen waarmee hij eerst zichzelf, dan zijn oom en tante, en dan zijn klasgenootjes omlegde. Tenminste, zo werd de gang van zaken later door het parket gereconstrueerd, al beweren kenners dat de volgorde niet klopt.

Willy Jeep (1981-1988)[bewerken]

Willy Jeeps grootvader was een na de Tweede Wereldoorlog in Vlaanderen achtergebleven Britse officier, die Nederlands had geleerd met behulp van Suske en Wiske-verhalen. De man bleef verslingerd aan Vlaamse strips, en rekende bijvoorbeeld "De grasmobiel", een Jommekesalbum uit 1974, tot de beste strips uit de literatuurgeschiedenis. Toen hij hoorde dat Nys een nieuw Jommekemodel zocht, zag hij meteen een goeie kandidaat in één van zijn kleinzonen, de kleine Willy. Deze was nog maar vijf jaar oud, maar Nys stemde toe. Jeep zou het laatste echte Jommekemodel worden.

Studio Nys (1989-heden)[bewerken]

Na het vertrek van Willy Jeep kwamen er geen modellen meer opdagen, of toch geen modellen die de juiste naam hadden. Nys vond het ogenblik gekomen om het tekenwerk volledig over te laten aan zijn assistenten, die tot dan toe allen maar decors en nevenpersonages hadden mogen tekenen, en albums inkleuren. Deze asistenten waren wél bereid om met een afwijkend model, en uiteindelijk zelfs zónder model te werken. Na precies 150 solo-albums begon voor de reeks met "Het meermonster" een nieuw tijdperk, waarin de auteur zich enkel nog met de scenarii zou bezighouden, gecombineerd met het houden van een vaderlijk oogje op de kwaliteit van de tekeningen.

Avonturen en omgeving[bewerken]

Alle avonturen van Jommeke zijn echt gebeurd, al worden de verhalen zelden of nooit door de modellen aangedragen. De auteur put zijn verhaalstof uit de schat aan faits divers die de nationale en regionale kranten hem bieden. Hij doet hiervoor het nodige veldwerk, en gaat de betrokkenen uitgebreid interviewen. Wie als kind een bijzondere én leerzame gebeurtenis meemaakt in Vlaanderen, maakt veel kans op een uitgebreid relaas daarvan in de vorm van een nieuw Jommekesavontuur.

Jommeke assisteert zijn mentor, Professor Gobelijn.

Onderwijs en wetenschap[bewerken]

Onderwijs, en de daarmee onlosmakelijk verbonden interesse woor wetenschap, vormen beide een belangrijk onderdeel der Jommekesavonturen. Niet alleen zijn ze, zoals een stripverhaal betaamt, voornamelijk georiënteerd naar de vorming van de leergierige jeugd, bovendien worden de vorderingen en verdiensten der wetenschap er in het zonnetje gezet. De wetenschap wordt doorgaans op virtuoze wijze vertegenwoordigd door Jommekes mentor Professor Jeremias Gobelijn, professor in alles. Deze eminente collega van Professor W. Druyff en Professor Barabas stelt zich totaal ten dienste van de mensheid, en vindt uitsluitend zaken uit die het mensdom vooruit kunnen helpen. Onder zijn voornaamste vondsten vinden we een plastieken walvis (sic), een zwevende hangmat, een vliegend ei en een vergeetkop. Wie zich afvraagt hoe het komt dat de mensheid sinds de tweede helft van de XXste eeuw zoveel vooruitgang heeft geboekt, weet nu dat men niet alles in Einsteins schoenen kan schuiven.

Het Jommekesgezin[bewerken]

De familie van Jommeke als lichtend voorbeeld: als echt braaf kind heeft Jommeke de ogen van zijn moeder en de neus van zijn vader, als echte brave ouders stonden zij deze lichaamsdelen met graagte af.

Het gezin waardoor Jommeke omringd wordt, is een bijzonder natuurgetrouwe weergave van het gemiddelde Vlaamse gezin: een enig kind, een moeder, een vader, en een papegaai. Eveneens typerend voor traditionele gezinnen in die streek is het afstaan van lichaamsdelen aan de kinderen. Zo heeft Jommeke de ogen van zijn moeder, en de neus van zijn vader. Deze traditie dient om de band tussen ouder en kind te versterken, en zo het gezin tot de spreekwoordelijke "hoeksteen der beschaving" te maken. Het wordt meteen ook duidelijk waarom in Vlaanderen de gezinnen zo klein zijn: ouders van kroostrijke gezinnen zijn na het afstaan van talrijke lichaamsdelen totaal aangewezen op bijstand door bijvoorbeeld de "Bond der Kroostrijke Gezinnen", die de vrijwillig gehandicapten zo goed mogelijk bijstaat.

De vriendjes[bewerken]

Jommeke heeft ook vriendjes, net als hijzelf allen afkomstig uit respectabele families. Alleen over de aap Choco bestaat enige twijfel. Net als hijzelf zijn zij door hun ouders voorzien van diepvlaamse namen, die traditioneel op "ke" eindigen. Zo is daar zijn trouwe kameraad Filiberke, en de tweeling Annemieke en Rozemieke, gemeenzaam de Miekes geheten. De jongen die als eerste model stond voor Filiberke, Philibert Ambroise Schuynslaeghers, werd tijdens de tekensessies vergezeld door een sneeuwwit hondje dat hij "Blackie" noemde. De tekenaar normaliseerde dit gegeven handig tot een zwarte hond die hij "Pekkie" doopte. De aap heette van in den beginne (1969) "Choco", en hier moest de tekenaar zijn eigen regel aangaande de overeenkomst van uiterlijk én naam van een model geweld aandoen. Apen hebben een veel kortere levenscyclus dan mensen, zijn in Vlaanderen relatief zeldzaam, en worden bijzonder zelden "Choco" gedoopt. In de tekenstudio van Nys zijn apen gepasseerd die bijvoorbeeld "Chita", "Jane" of "George" heetten.

Toekomst[bewerken]

Rekening houdend met het huidige productieritme van 4,4 albums per jaar, zou Nys in 2066 het 500ste album moeten bereikt hebben. Omdat de auteur dat nogal laat vindt, heeft hij in 2008 zijn studio aangevuld met extra tekenaars, en een archivaris die de kranten uitpluist op interessante verhalen[8]. Zo hoopt hij het magische getal al in 2038 te halen, met een spectaculaire persvoorstelling op zijn 111de verjaardag. Wij wensen hem veel sterkte.

Potatohead aqua.png
Aan de schandpaal genageld!
Vastgenagelde versie:
14 maart 2010
Dit artikel is een verschrikking! Daarom is het vastgenageld aan de schandpaal zodat iedereen er rotte groenten tegenaan kan gooien.


Stripverhaal

Alpen · Daltons · Garfield · Jommeke · Nero · Samson en Gert · Sjors en Sjimmie · Smurfen · Striptaal · Suske en Wiske · Urbanus


Notenbalk[bewerken]

  1. In Nederland pleegt men daarvoor de term "Willempie" te gebruiken, wat óók best lief is. Maar over Willempie is maar één liedje geschreven, dat zelfs met 33.333 verkochte exemplaren het niet haalt bij zo'n kleine 250 albumtitels met een totaal van meer dan 50 miljoen verkochte exemplaren!
  2. Terwijl die fameuze "Gwijde van Dampierre", waarmee men de Vlaamse jeugd sinds het midden van de XIXde eeuw heeft om de oren geslagen als met een goedendag, toch gewoon "Guy de Dampierre" heette. De Vlaamse adel sprak in de XIVde eeuw even goed (of slecht) Frans als nu.
  3. Album nr. 19 "Wie zoekt die vindt", een klassieker. Kenners beweren dat de titel verwijst naar de aankomende puberteit van Dockx, die eindelijk zijn mannelijke identiteit zou vinden. Wie goed kijkt ziet het verschil tussen de beginnende puber en het wederom kinderlijke ventje in het volgende album "Apen in huis".
  4. Kort na het verschijnen van het laatste album met spleetje. Dit heette "De vliegende ton", volgens kenners een verwijzing naar de manier waarop Guy naar de Franse hoofdstad zou zijn gereisd.
  5. Het resultaat van deze sessie was het album "De witte bolhoed", niet toevallig het hoofddeksel waarmee Sommers zich tooide gedurende zijn eerste optredens.
  6. Zijn eerste optreden was in het album "Filiberke gaat trouwen".
  7. Ten tijde van de totstandkoming van "Zoete mosterd". Deze mosterd was hem duidelijk "tot in de neus gestegen", zoals de Fransen dat zo welluidend zeggen.
  8. Dit wordt moeilijker en moeilijker, omdat de jonge rakkers niet meer buiten ravotten, maar in virtuele werelden die zij "online games" noemen. En die werelden interesseren Nys, die nog van de oude stempel is, geen zier.