Knellis Tamstra

Uit Oncyclopedia
Ga naar: navigatie, zoeken
Tamstra in 1970.

Knellis Tamstra (Groningen, 1921-1995) was een Nederlandse literaire paus van katholieke komaf. Nu al bijna vergeten was hij in zijn eigen tijd niet weg te denken uit het Nederlandse literaire leven. Hij had zitting in dertien van de veertien literaire commissies die Nederland rijk was en strooide met literaire prijzen, wat hem de bijnaam 'de Mandarijnenman' opleverde. Tamstra schreef zelf ook: voornamelijk essays (volgens critici 'vol met gemeenplaatsen en onbegrijpelijke volzinnen') en autobiografisch werk. Hij vond de autobiogafie het hoogste literaire genre.

Biografie[bewerken]

Jonge jaren[bewerken]

Tamstra werd geboren op 31 december 1921 als kind van een onderwijzer. In tegenstelling tot zijn oudere zus Takkie, die op aandringen van hun vader Rechten ging studeren, begon hij in 1940 aan een studie sociale geografie in Amsterdam. In 1943 was hij er als een van de eersten bij om de loyaliteitsverklaring te tekenen. Hij studeerde af in 1945 en werkte vanaf 1946 aan zijn dissertatie over doodijsgaten in Flevoland. Hij promoveerde nooit.

Hoogleraar-directeur[bewerken]

In 1960 stapte Tamstra met veel openbaar vertoon over op het gereformeerde geloof. Kort daarna kreeg hij een hoogleraarschap aangeboden aan de Rijksuniversiteit Franeker. Hij zou deze leerstoel meer dan twintig jaar bezetten, zonder dat er iets van waarde uit zijn instituut kwam, zeg maar gerust niets. Aan een gebrek aan inspanning lag dit niet, want hij besteedde naar eigen zeggen '3000 uur per week' aan zijn werkzaamheden, waar bepaalde collega's er met 30 uur per jaar de kantjes vanaf liepen.

Optimist[bewerken]

Tamstra was een rasechte optimist, hoewel hij het altijd koud had en vaak velerlei truien over elkaar droeg. Altijd goedgemutst vond hij het leeuwendeel van zijn collega's maar 'zwartkijkers, kankeraars, misantropen en querulanten'. In een interview kort nadat een naaste medewerker van Tamstra een grote vakprijs had gekregen liet hij zich ontvallen dat deze collega misschien wel knap was, maar dat hij hem nog nooit in een seksclub had gezien: een echte vakidioot, in de omgang totaal gestoord. Aan dit thema wijdde hij enkele tientallen bijtende essays, zoveel dat zijn oom Douwe Tamstra hem op een dag vroeg 'of hij zelf nog wel met recht kon zeg'n dat hij 'n haer beter was'.

Literaire leven[bewerken]

Controverse[bewerken]

In 1960 schreef Tamstra het flinterdunne boekje 'De katholieken', vermoedelijk om zijn overgang op het gereformeerde geloof kracht bij te zetten. Zogenaamd bedoeld als een ironisch verhaaltje zonder bijbedoelingen laat Tamstra zijn protagonist Louis Stegeman op pagina 3 zeggen:

De katholieken! Dat is het meest schunnige, belazerde deel van ons volk! De Tachtigjarige Oorlog is voor niets gevoerd als we ze niet subiet het land uitzetten!
~ Louis Stegeman over de katholieken

Tamstra, die de hoop koesterde dat de bui wel zou overwaaien, ontving hierop forse kritiek: op diverse plaatsen werden boekverbrandingen georganiseerd. Omdat het hier maar voor een klein gedeelte om roofdrukken ging verdiende Tamstra aan deze affaire ironisch genoeg veel geld. Tamstra werd ook voor de rechter gedaagd voor het beledigen van het katholieke volksdeel, maar hij werd eind 1952 vrijgesproken omdat uitspraken gedaan door een romanpersonage volgens de rechter per definitie niet de mening of het wereldbeeld van de auteur weerspiegelen. Tamstra heeft later wel gezegd dat hij het gevoel had goed weggekomen te zijn.

Affaire Weinreb[bewerken]

Na de oorlog verraste de joodse schrijver Friedrich Weinreb vriend en vijand door te verklaren dat hij in de oorlog veel joden van de ondergang gered zou hebben, terwijl er een onderzoek liep dat vermeende oorlogsmisdaden van Weinreb aan de kaak moest stellen. Tamstra sprong onmiddellijk in de bres voor Weinreb (overigens zonder ooit een bladzijde in Weinrebs autobiografie te hebben gelezen). Dit leverde hem een levenslange vriendschap met Weinreb op, ook nadat deze in 1949 als oplichter was ontmaskerd en ondergebracht in een spinhuis.

Bibliografie[bewerken]

Ondanks de werkdruk, die toch volgens hemzelf geenszins te hoog was, vond hij veel tijd om met de literaire bobo's te vergaderen (waarbij moet worden opgemerkt dat zijn eigen bijdrage aan zo'n vergadering meestal minimaal was), literaire beurzen en -prijzen toe te kennen en een omvangrijk oeuvre bij elkaar te schrijven. Tot zijn belangrijkste werken worden gerekend:

  • Converse (1944)
  • De bladeren der acacia's (1947)
  • Ik heb altijd gelijk: een autobiografie (1952)
  • Paranoia: een herziene autobiografie (1953)
  • Damocles/Damokles en andere spellingkwesties (1958)
  • De katholieken (1960)
  • Onder professoren (1975)
  • De laatste rover: verzamelde essays (1990)
  • Bozen brieven aan Rijkaard, of het wel en wee van het totaalvoetbal (1992)


Pluimpatat.JPG
Auteur of geen auteur, dát is de kwestie!

Bomans · Boon · Brusselmans · Caesar · Christie · Claus · Erasmus · Finkers · Foucault · Van Gaal
Galileo · Goethe · Hitler · Ibsen · Kafka · Luther King · King · Liefnius · Leviticus · Van Loon · Mulisch
Von Münchhausen · Van Ostaijen · Drs. P · Polo · Reve · Shakespeare · Stevin · Tamstra · Wilde · Wolkers