Medium

Uit Oncyclopedia
Ga naar: navigatie, zoeken
Majoorssnor.gif
Ik ben geen medium.
~ Kapitein Overduidelijk
Ik ben geen medium.
~ Oscar Wilde
Ik ben een medium.
~ Obelix
Mwa, doe mij maar well done...
~ Spekkerd over medium gebakken hamburgers

Een medium (meervoud: media) is een zodanig veelzijdig verschijnsel, dat u er nu best even bij gaat zitten, met een hapje en een drankje. Ter voorbereiding kunt u zich bezinnen over het volgende: indien u ooit iemand hebt ontmoet die u intens in de ogen keek, terwijl u de indruk had dat zijn (of haar) snor intussen alle mogelijke vormen aannam, dan was dat waarschijnlijk een medium. Hebt u zoiets nog nooit meegemaakt, dan kunt u even vrolijk overgaan tot het lezen van de onderstaande informatie.

Tijdslijn van het medium van het Neolithicum tot nu zo ongeveer[bewerken]

Om de zaken overzichtelijk te houden, en tevens om een oogje te houden op het onderhevig zijn van dit begrip aan uitwassen en andere woekeringen, is het noodzakelijk om dit verschijnsel strikt chronologisch te benaderen, willen we voorkomen dat deze pagina een duivenkot wordt.

Neolithisch medium: een hypothetisch waas[bewerken]

Over het Neolithisch medium weten we, laten we eerlijk en bescheiden zijn, helemaal niets. Zelfs de Oncyclopedia Neerlandica, toch een gereputeerd naslagwerk, moet verstek laten gaan wanneer dit toch wel bijzonder interessante onderwerp wordt opgezocht[1]. Daarom werd op 25-11-2017 besloten om een wereldwijde "hypothesenwedstrijd" te organizeren, waarbij elke aardbewoner vriendelijk verzocht wordt om zijn of haar theorie omtrent het hoe, wat, waar, wanneer[2], en de uiterlijke kenmerken (en eventuele karaktertrekken) van het Neolithisch medium op te stellen. De wedstrijd loopt af op 24-11-2067 te elfder ure Groningse tijd, en stelt eeuwige roem (plus opname in de Galerij der Onsterfelijken) in het vooruitzicht als enige en unieke prijs.

Bronzen medium: een iets minder wazig beeld op klei[bewerken]

Haiku01.GIF

Dankzij enigszins vage maar voor een welwillend oog toch waarneembare zijdelingse verwijzingen in spijkerschrift op kleitabletten, wordt algemeen aangenomen dat in deze periode het medium bestond, maar voor meer details dient te worden gewacht op het bovenspitten van meer kleitabletten. Aangezien zulks doorgaans in en nabij het Midden-Oosten gebeurt, en de afstammelingen van Sumeriërs, Akkadiërs, Assyriërs, Babyloniërs, Eblaïeten, Elamieten, Stalagmieten en Hettieten elkaar met vuurwerk bestoken en hun hoofd niet naar kleitabletten staat enerzijds, en de afstammelingen van de Minoïsche en Myceense bevolkingen door een diepe economische crisis gedwongen zijn om al hun grond te bebouwen met eetbare gewassen en hun hoofd evenmin naar kleitabletten staat anderzijds, zitten we, wat het Bronzen medium betreft, vast en met een veel te lange zin.

IJzeren medium: de naam wordt vastgelegd[bewerken]

Over het IJzeren medium, ook wel "Keltisch" medium genoemd, zijn we, mede dankzij de administratief goed onderlegde Romeinen, al heel wat beter geïnformeerd. Deze kloeke veroveraars waren de eersten om in duidelijke taal[3] de toen meest voorkomende aspecten van het begrip "medium" op schrift te stellen, zijnde

  1. de helderziende die ziet wat gij niet ziet;
  2. een manier om aan een groot publiek mede te delen wat bij een klein publiek als onzin door de mand valt;
  3. de grootte die een gevechtsuitrusting moet hebben voor een krijger die niet klein uitgevallen is, maar ook niet bepaalt boven de anderen uitsteekt;
  4. een woord waarvan het meervoud "media" vooral niet als een enkelvoud mag gezien worden[4]

Hun voornaamste verdienste blijft wel, dat zij dit veelzijdige begrip een naam gaven, en het prestige van het Romeinse Rijk, gekoppeld aan de efficiënte organisatie ervan, en het verspreiden van het geschreven woord, zorgde ervoor dat het woord wereldwijd overgenomen werd, zelfs door volkeren die niet wisten dat zij media in huis hadden, van welk type ook[5]. Opvallende voorbeelden van Keltische media waren

  1. de druïdes, die zagen wat de anderen niet zagen, en vergeefs waarschuwden voor overheersing door vreemde mogendheden;
  2. de doorsnee krijgersuitrustingen, waarnaar verlangend werd opgekeken door onderdeurtjes die niet serieus werden genomen, en waarop werd neergekeken door kloek gebouwde strijders;
  3. het mondeling overleveren van legendes over onoverwinnelijke Keltische volkeren, waaronder de Belgen de dappersten, de Batavieren de gierigsten, en de Bretoenen de grappigsten waren.

Romeins medium: verspreiding van het begrip[bewerken]

Kelten en Romeinen hadden niet altijd dezelfde ideeën over het begrip"medium". Krijttekening op marmer uit het Archivum Romanum.
In medium virtus est.
~ Julius Caesar, te pas en te onpas aantonend hoe hoog de niet altijd gemiddelde Romein het medium achtte.

Hoewel uit de vorige paragraaf zou kunnen blijken dat de Romeinen de media bij de overwonnen Kelten hadden ontdekt, kenden zij het begrip al. Het aantreffen van dit tot dan toe als alledaags beschouwd en dus enigszins verwaarloosd onderdeeltje van hun cultuur bij een woest en onbeschaafd volk, deed hen beseffen "dat hier meer in zat", en deed hen besluiten tot de ultieme opname van een verschijnsel in een cultuur: naamgeving. Het zich immer uitbreidende Romeinse Rijk nam bij zijn expansie overal de media, begrip én woord, mee, en deze wortelden zich even stevig als de Romeinse wegen, om het imperium uiteindelijk te overleven, zij het in een golfbeweging.

Vroeg-Middeleeuws medium: verloedering van het begrip[bewerken]

De installatie door ondernemende Germanen van de Vroege Middeleeuwen, had op het medium (en dus ook op de media) het effect van een illegale onkruidverdelger: alle aspecten van het begrip werden overbodig bevonden, en uit de maatschappij gezet. Hun ongeletterdheid was er mee de oorzaak van dat een schuchter opgang makende betekenis van het woord, namelijk de fysieke drager van informatie, zoals kleitablet, lei , marmer of papier, nooit doordrong tot de bevolking, een mishandeling die nooit echt is kunnen verholpen worden, ook anderhalf millennium later niet. Het verdwijnen van fysieke informatiedragers ten gunste van virtuele informatiedragers sluit elke renaissance van dit aspect dan ook totaal uit. Alle media gingen dus voor een paar eeuwen in winterslaap.

Hoog-Middeleeuws medium: winterslaap van het begrip[bewerken]

Een typisch Hoog-Middeleeuwse winterslaap, veel minder diep dan, laten we zeggen, een Vroeg-Middeleeuwse winterslaap

Wat er ook hoog was aan de Hoge Middeleeuwen, de achting voor medium of media was het zeker niet. Er werd niet over gesproken, laat staan over geschreven, ook al was het schrift weer in opmars. Het Hoog-Middeleeuwse medium bevond zich in hetzelfde niemandsland als de moderne Iraanse homo: officieel onbestaand, in realiteit aanwezig. Er waren helderzienden, maar die riskeerden de brandstapel. Er gingen geschriften rond met allerhande nieuws, maar bijna niemand kon lezen. Iedereen was van gemiddelde grote, op Karel de Grote na, die bovendien al achterhaald was, aangezien hij in het vorig tijdperk thuishoorde. Het had dus geen zin om een kledingstuk, militair, burgerlijk of religieus, te bestellen in medium, aangezien er maar één maat bestond, en de eventuele buitenbeentjes "hun plan maar moesten trekken, en zwijgen als ze niet op de brandstapel wilden komen", aldus de woordvoerder van de Hoge Middeleeuwen, de heer Adelbrecht Van Middelen Q.E.D..

Laat-Middeleeuws medium: ontwaken van het begrip[bewerken]

Heel laat in de Late Middeleeuwen, zo omstreeks 25 december 1499, opperde een Antwerpse wiegendrukker[6] dat bedrukt papier een medium was. Om zijn bewering kracht bij te zetten gebruikt hij het woord in de titel van wat uiteindelijk de eerste krant zou worden, "Het medium", en hoewel het begrip "krant" pas een eeuw later zou ingang vinden, liet "Het medium" de maker ervan toch toe om zijn uitgerangeerde specialiteit door een andere te vervangen. "Het medium" legde zich in den beginnen vooral toe op roddels over belangrijke en beroemde personen, en speelde een belangrijke rol in de heropleving, tijdens de kort daarop volgende eeuw, van het woord "medium". Deze "renaissance", zoals men deze "wedergeboorte" met een iets chiquer woord aanduidde, zorgde er uiteindelijk ook voor dat meer en meer mensen dachten dat die krant zich uitsluitend met paranormale verschijnselen bezighield, wat de uitgever ervan in 1585 deed besluiten om dit daadwerkelijk te gaan doen. Tussen de mazen van het Inquisitienet door laverend bleef dit medium actief, zij het op een steeds kleiner wordend formaat, en heden ten dage heeft het de grootte van een postzegel bereikt.

Herboren medium: de herleving[bewerken]

Het Medium, kleinste tijdschrift ter wereld, met zijn bekende slogan "Het blad waarvan elk medium al weet wat erin staat door de cover te bekijken".

De Humanisten, waaronder zich voornamelijk prestigieuze persoonlijkheden bevonden, ontfermden zich snel over het uit zijn winterslaap ontwakende medium, omdat zij hierin een middel zagen om hun ideeën nog sneller te verspreiden, en hun doorgedreven studie van de klassieke talen deed hen inzien dat de eerder genoemde definities niet te versmaden waren voor eenieder die, ontwaakt uit de Middeleeuwen, zich een moderne mens wilde noemen. Wisten zij veel dat ze nog maar in de Renaissance zaten... Naar de kleermaker stappen om iets in een medium maat te bestellen was niet langer taboe voor landman, ridder of geestelijke, de Inquisitie kneep een oogje dicht zolang helderzienden niet openlijk tegen de godsdienst ingingen, de zojuist vernoemde taalstudie stond garant voor het onderscheid tussen (en juist gebruik van) enkelvoud en meervoud, en gedrukte boeken, pamfletten en gazetten werden hoog geprezen als efficiënte en vooral snelle en media om al het vorige bij een zo groot mogelijk publiek kenbaar te maken. Dat laatste was geen immens succes, want door de hoge graad van analfabetisme duurde het tot de uitvinding van de televisie eer welk idee dan ook bij een groot publiek terechtkwam.

Verlicht medium: welig tieren of woekeren?[bewerken]

Ik heb dat medium gemediumd omdat medium daar anders geen medium kon mee mediummen.
~ Medium over een mediumbaar medium.

De Verlichting gaf niet alleen, zij het zeer discreet, de aftrap tot het ontwikkelen van de gloeilamp, maar creëerde ook een klimaat dat mensen van allerlei slag aanzette tot het beginnen onderzoeken en uitvinden van vanalles en nog wat. Zo leidde uitgebreid onderzoek naar het begrip "medium" naar het ontwikkelen van andere toepassingen van het woord, met als voornaamste effect dat het woord gebruikt werd voor alles waarvoor men niet meteen een woord vond, hetzij omdat er nog geen bestond, hetzij omdat men er niet kon opkomen. Een beetje zoals het huidige "ding" of "dinges". Toen men het woord ook als werkwoord begon te vervoegen, was de maat vol, en trad er oververzadiging op. Het woord had zijn maximale rekbaarheid bereikt, en de interesse ervoor implodeerde. Een uitwijkmanoeuvre naar het tot dan toe redelijk braaf gerespecteerde en correct gebruikte meervoud "media" luidde, op lange termein, het begin van het einde in.

Modern medium: de tweede verloedering[bewerken]

Na het schijnbaar onstuitbaar opflakkeren van het medium, alsmede de grenzeloze eerbied die de bevolking voor het begrip scheen te hebben ontwikkeld, zette zich, kort na de Eerste Wereldoorlog, een tweede, mogelijks definitieve verloedering in, die in de geschiedenis van talloze volkeren en hun bijhorende talen al meer dan één begrip de das heeft omgedaan: het dubbel meervoud. De Fransen waren de eersten om, waarschijnlijk in de war gebracht door de explosie van media in de XXste eeuw, het woord "media" als enkelvoud te gaan aanzien, en in het meervoud van "les médias" (met accent, want daar waren en zijn het immers Fransen voor) te gaan spreken. De Romeinen uit het IJzertijdperk hadden er nochtans voor gewaarschuwd! De evolutie ging, naar hedendaagse normen althans, langzaam, en er werd nog decennialang weerwerk geleverd door eerbiedwaardige instellingen als "L'Académie Française", "Le Petit Robert", "Le Grand Larousse Illustré", en "Le Petit Larousse Illustré". Maar nog vóór de aanvang van de XXIste eeuw moesten zij inbinden, en is het nu de beurt aan "De Dikke van Dale" en "De Nederlandse Taalunie" om toe te geven, en dan een nieuw gevecht aan te gaan tegen het nogmaals verdubbelen van het meervoud. Van "medias" kan immers gemakkelijk "mediassen" gemaakt worden, een evolutie waarvoor de taal onzer zuiderburen voorlopig immuun is, tenzij een snuggere Fransman een middel vind om op een overtuigende manier aan "médias" een als een aanvaardbaar meervoud klinkend aanhangsel te breien.

De toekomst van het medium[bewerken]

Een voorbeeld van een virtueel medium dat niet alleen een fysiek medium vervangt, maar tevens tracht om tegelijk serieus genomen te worden en tóch even grappig te zijn als een ander virtueel medium.

De toekomst van het medium ziet er dus belabberd uit, en het gestaag uit onze middelbare-schoolopleidingen wegzakken van de klassieke talen zal daar óók al geen goed aan doen. Er gaan al stemmen op uit milieus van helderzienden, scherphorenden en bovenbegaafden om althans de algemene benaming van hun bezigheid te vrijwaren en te beschermen, zodat onze woordenschat wel eens zou kunnen verrijkt worden met het onderscheid tussen

  • medium®™© - hij of zij die ziet, hoort en/of voelt wat gij niet ziet, hoort en/of voelt;
  • media - de afmetingen van kledij geschikt voor zij die te klein zijn voor een grote maat, maar te groot voor een kleine maat;
  • media - wijze om een groot publiek wijs te maken wat een klein publiek als onzin heeft ervaren;
  • medias - meervoud van het vorige;
  • mediassen - meervoud van het vorige dat door veelvuldig gebruik het statuut van enkelvoud zal ontvangen hebben, en het vorige vorige in elk woordenboek door de uitdrukking "(veroud.)" zal gevolgd worden;

en

  • medium (veroud.) - plichtmatig opgenomen lemma ter attentie van nostalgici.

Beroemde media: het medium in de media[bewerken]



Hoewel sommige media absoluut "mediums" willen genoemd worden, en doorgaans alleen in de media genoemd worden wanneer ze een spectaculaire uitspraak doen omtrent een op komst zijnde catastrofe of een verdwenen persoon, zijn ze van de media afhankelijk in die zin, dat ze er hun advertenties in plaatsen. Anders zou geen kat hen weten te vinden, tenzij het een helderziende kat was. In tegenstelling tot wat bij medici gebruikelijk is, gaan media nooit ofte nimmer bij elkaar op consult, zoals dat in helende en raadgevende kringen heet. Ze mijden elkaar als de pest, en aangezien ze enkel geraadpleegd worden door nietsvermoedende en vaak behoorlijk troebel ziende burgers, kunnen deze potentiële klanten enkel bereikt worden door uitgekiend adverteren. Wereldwijd bekende media, mede dankzij de media, zijn


Potatohead aqua.png
Aan de schandpaal genageld!
Vastgenagelde versie:
12 augustus 2013
Dit artikel is een verschrikking! Daarom is het vastgenageld aan de schandpaal zodat iedereen er rotte groenten tegenaan kan gooien.



Notenbalk[bewerken]

  1. De superioriteit van deze encyclopedie wordt nog maar weer eens in het zonnetje gezet wanneer men dit lemma daadwerkelijk opzoekt: het is het enige naslagwerk dat er hoegenaamd iets zegt, al beperkt de tekst zich tot "Over het Neolithisch medium weten we, laten we eerlijk en bescheiden zijn, helemaal niets. Zelfs de Oncyclopedia Neerlandica, toch een gereputeerd naslagwerk, moet verstek laten gaan wanneer dit toch wel bijzonder interessante onderwerp wordt opgezocht[1]. Daarom werd op 26-7-2013 besloten om een wereldwijde "hypothesenwedstrijd" te organizeren, waarbij elke aardbewoner vriendelijk verzocht wordt om zijn of haar theorie omtrent het hoe, wat, waar, wanneer[2], en de uiterlijke kenmerken (en eventuele karaktertrekken) van het Neolithisch medium op te stellen. De wedstrijd loopt af op 25-7-2063 te elfder ure Groningse tijd, en stelt eeuwige roem (plus opname in de Galerij der Onsterfelijken) in het vooruitzicht als enige en unieke prijs. ".
  2. Dat weten we al: ergens tussen 1 januari 11.000 vóór C. en 31 december 3000 vóór C., en over een jaartje gaan we op die schaal niet moeilijk doen, nietwaar?
  3. Relatief duidelijk, het blijft Latijn.
  4. Ook toen al duidelijk een veel gemaakte fout.
  5. Een beetje zoals de indianen, die met zichzelf niet goed blijf wisten zolang ze niet officieel ontdekt waren, en zich, lusteloos rondhangend in slecht befaamde etablissementen, afvroegen of ze nu wel of niet bestonden.
  6. Een drukker die zich specialiseert in het drukken van wiegendrukken, en niet van wiegen, zoals wel eens verkeerdelijk wordt aangenomen. De verwarring is aannemelijk, omdat de specialiteit slechts zeer korte tijd bestond: ze ontstond in 1440, en vanaf 1501 bestelde niemand nog wiegendrukken.