Neushoorn

Uit Oncyclopedia
Ga naar: navigatie, zoeken
Dit is de
Zomerpieper.png

Zomerpieper 2008

NeushoornPluche.GIF

Neushorens horen door hun neus.
~ Kapitein Overduidelijk in een mindere dag.

Grronfhh!
~ Een willekeurige neushoorn

Voor zover bekend, is de neushoorn de enige diersoort die later dan de mens op deze planeet verschenen is. Dat verklaart ook waarom dit zoogdier nog steeds aan het evolueren is, en er ook steeds mensen geweest zijn die getuige waren van deze evolutie. Een zegen voor de wetenschap, ware het niet dat tot diep in de XIXde eeuw de meeste waarnemers geen wetenschappers waren. Boeren, olifantendrijvers, Eskimo's, artiesten, fundamentalisten, scientologen... waarnemers van allerlei slag, maar geen wetenschappers. Oncyclopedia scheidt het kaf van het koren, en reconstrueert de evolutie van dit dier, dat altijd maar weer gedwongen werd tot migratie.

Evolutie en migratie[bewerken]

De neushoorn heeft altijd evolutie aan migratie gekoppeld, en deze migratie was bovendien totaal. Dit laatste betekent dat wanneer de neushoorn naar een andere streek, een ander continent verhuisde, hij dat telkens voltallig deed, en niemand achterliet, toch niet levend. Er heeft dus nooit méér dan één neushoornsoort tezelfdertijd bestaan, en er zijn ook nog nooit neushoorns tezelfdertijd in méér dan één regio tegelijk waargenomen. Datering en lokalisering lopen bij de neushoorn dus perfect parallel. Zoals al eerder aangestipt, was hun migratie meestal op één of andere manier gedwongen, vaak doordat ze zich na een tijd niet meer in hun sas voelden in hun omgeving.

De Hollandse Neushoorn (ca. 40.000 v.C. tot ca. 19.000 v.C.)[bewerken]

Een exemplaar van de Hollandse Neushoorn besluipt een kudde koeien. Iemand moet dit dier toch eens duidelijk maken dat het al duizenden jaren uitgestorven is. 't Is echt geen zicht zo, en de koeien schrikken ervan.

De alleroudste neushoornsoort waarvan heden ten dage sporen zijn teruggevonden, is de Hollandse Neushoorn (Rinus Batavus). Er is weinig geweten over de huid van dit dier, omdat alleen skeletten teruggevonden zijn. Uit het gebit kan wel opgemaakt worden dat de Hollandse Neushoorn een vleeseter was, en waarschijnlijk op koeien jaagde. Dit dier werd door de vroege Hollandsche Mensch (Batavus Batavus) uiteraard als zeer schadelijk beschouwd. Uiteindelijk werd deze neushoorn gewaar dat zijn aanwezigheid niet langer gewenst was, en week uit naar het noordoosten.

Aangezien de infrastructuur in die tijd nog niet helemaal op punt stond, en er vaak en veel neushoorns verloren liepen, duurde deze eerste migratie zowaar een millennium! Tijdens deze vrij lange periode (alles ging wel trager, toen) werd elke generatie iets hariger dan de vorige, ook al omdat het kouder en kouder begon te worden. Tegen dat deze neushoorngemeenschap in Siberië arriveerde, hadden ze allemaal, om het met de woorden van de eminente rinoloog Professor W. Druyff uit te drukken, "een ferm wollen frakske aan"[1].

De Siberische Neushoorn (ca. 20.000 v.C. tot ca. 7.500 v.C.)[bewerken]

NeushoornSib.GIF

De Siberische Neushoorn (Rinus Siberense) had dus niet alleen een wollen vacht, hij was intussen ook planteneter geworden, vermoedelijk omdat er minder en minder koeien voorhanden waren naarmate de reis vorderde, en omdat al die grazige vlakten van Siberië tóch voor hen alleen waren. Beide eigenschappen kwamen aan het licht toen rond het midden van de XXste eeuw enige exemplaren met vacht, plantaardige maaginhoud en al in de immer bevroren Siberische ondergrond ontdekt werden. De enige zinnige verklaring voor deze vondst is dat deze exemplaren de enige dieren waren die zich verslapen hadden bij het begin van de grote trek op 30 februari van 7.500 v.C., nadat de leider van de kudde, ene Nemo[2] Neushoorn, eens naar de met sterren bezaaide hemel moet gekeken hebben en iets gemompeld hebben in de zin van: "Morgen wordt het frisjes. Laten we eens extra vroeg opstaan en een lange wandeling maken."

Het werd een zeer lange wandeling. Niet zo lang als die van de Hollandse Neushoorn, maar ze gingen dan ook minder ver, en de wegen waren intussen al iets beter. Zij trokken zuidwaarts, wat hen er uiteindelijk toe bracht geleidelijk het dragen van wollen vachtjes tot een minimum te herleiden, en toen zij in Indië aankwamen hadden zij allen een egale, zij het ietwat gerimpelde, grijze huid.

De Indische Neushoorn (ca. 7.000 v.C. tot ca. 1.300 v.C.)[bewerken]

De Indische Neushoorn is te onderscheiden van de Afrikaanse Neushoorn door zijn kleinere oren, maar kijkt even droevig. Met innig mededogen geschetst door Marjolein Bastin.

De Indische Neushoorn (Rinus Indus) kenmerkt zich echter niet alleen door de eerder beschreven grijze huid. Een genetische mutatie, vermoedelijk te wijten aan een onderweg in China opgeraapt virus, had de neus net onder de hoorn laten uitgroeien tot een staartachtig aanhangsel. Hun lichaam had zich daar tijdens de trek goed aan aangepast: om niet op hun eigen neus te trappen, had de Indische-Neushoorn-in-wording in een paar generaties tijd merkelijk langere poten ontwikkeld, en een over 't algemeen groter en zwaarder lichaam. Ook opvallend bij de Indische Neushoorn waren zijn belachelijk kleine oortjes: niet alleen waren die niet meegeëvolueerd met de rest van het lichaam, ze waren ook hun stevigheid kwijt, en hingen erbij als verwelkte rabarberbladeren.

Dit verhoudingloze lichaam maakte deze neushoorn een geliefd doelwit voor de spot van de Indische inboorling, die hem tot overmaat nog als werkdier gebruikte óók. Zelfs nu nog worden hierover verhalen verteld rond Indische kampvuren. Het is waarschijnlijk op een zwoele donderdagavond geweest dat Nemo CXXIV de oudsten[3] van de kudde bijeengeroepen heeft, en verklaard heeft dat "het genoeg geweest was", en dat zij des anderendaags om vijf uur zouden vertrekken, en dat de dames voor de picknick zouden zorgen. Zo gezegd, zo gedaan, en men stelde zich voor hoe in het prille Indische ochtendgloren de neushoorns zuidwestwaarts trokken. Zij zouden pas een eeuw later in hartje Afrika aankomen, waar ze volop konden genieten van de intussen tot bruikbare proporties ontwikkelde flaporen.

De Afrikaanse Neushoorn (ca. 1.200 v.C. tot ca. 950 n.C.)[bewerken]

De Afrikaanse Neushoorn is te onderscheiden van de Indische Neushoorn door zijn grotere oren, maar kijkt even droevig. Met innig mededogen geschetst door Marjolein Bastin.

De Afrikaanse Neushoorn (Rinus Negrus) is niet alleen van zijn Indische voorouder te onderscheiden door de enorme flaporen, maar ook door zijn algemeen hoger gehalte aan elegantie. De oren zijn wel erg belangrijk, omdat deze neushoorns het hoofd koel hielden onder de Afrikaanse zon door ermee te flapperen (met de oren, niet met het hoofd). Wanneer een kudde Afrikaanse Neushoorns zich in een droge en stoffige vlakte bevond, viel ze op door de stofwolken die zij met hun geflapper deden opwaaien. "Dat maakte hen onzichtbaar, en geen roofdier dat zich in zo'n stofwolk waagde!", zo vertelde ons een hartelijke Afrikaan, die deze beschrijving van zijn grootvader had, die het óók weer... enzovoort. Hartje Afrika moet toen óók al voldoende plantengroei geboden hebben om een serieuze neushoornpopulatie te laten overleven, en tóch begonnen ook zij aan een migratie, noordwaarts deze keer.

Deze noordwaartse migratie, wég van een voedselrijke omgeving, kan alleen maar toegeschreven worden aan verhalen, doorgegeven sinds honderden neushoorngeneraties, over een "koeler noorden", waar ze niet meer met hun oren zouden hoeven te flapperen. Wat zij niet konden weten, was dat de tocht naar het noorden hen door barre woestijnen zou brengen. Maar toen was het echter al te laat. Hun fraaie flaporen verschrompelden, hun huid werd hard, en brak in verschillende grote stukken. Een gepantserd monster was op weg naar Europa. Een heel leger van gepantserde monsters. Tegenwoordig verplaatsen legers zich sneller, maar rond het jaar 1000 was 50 jaar voor een migratie van hartje Afrika door barre woestijnen naar Duitsland een hele prestatie, zeker voor een neushoornleger.

De Duitse Neushoorn (ca. 1000 tot ca. 1600)[bewerken]

De Duitse Neushoorn, virtuoos in beeld gebracht door de eveneens Duitse artiest Albrecht Rino Dürer.

Eenmaal in Duitsland gearriveerd, had de Duitse Neushoorn (Rinus Germanicus) alles om dit vreedzame volk te laten schrikken. De neushoorns, doorgaans kalme planteneters als men ze niet sart, kregen een kwalijke reputatie omwille van hun... bijziendheid. Deze was vermoedelijk een gevolg van hun jarenlang worstelen met aanhoudende zandstormen, hoewel er in hartje Afrika óók verhalen worden verteld over bijziende neushoorns. Het kan dus evengoed om een oudere afwijking gaan. In ieder geval richtten zij in het vrij dicht bevolkte land met hun hoorns veel meer schade aan dan in het oerwoud, en weer werden zij als een plaag beschouwd. Bestrijden was onbegonnen werk, omwille van het stevige pantser. De redding kwam tegen het einde van de XVIde eeuw, toen de eerste Schlager in het openbaar gezongen werd. Hiertegen bleek geen neushoorn bestand[4], en zij namen spontaan en in groep in Hamburg de eerste boot naar Zuid-Amerika. Deze zonk meteen, maar gelukkig waren deze neushoorns goede zwemmers, en eenmaal terug aan de wal verspreidden zij zich over verschillende schepen die die richting uitvoeren. Een nieuwe migratie was begonnen.

Het duurde toch zo'n 50 jaar eer alle neushoorns aan de overkant waren, want zóveel schepen vertrokken er nu óók weer niet naar Zuid-Amerika, en ook niet vaak. De reisomstandigheden aan boord van een zeeschip waren barslecht in de XVIIde eeuw, en de neushoorns die de overtocht overleefden waren zonder uitzondering klein van gestalte. Hun nageslacht zou nóg kleiner uitvallen. Vermoedelijk was dit een spontane mutatie, waarbij hun lichaam zich aanpaste aan minderwaardig en schaars voedsel aan boord van de schepen. De zeelui stierven aan scheurbuik, de neushoorns pasten zich aan.

De Zuid-Amerikaanse Neushoorn (ca. 1650 tot ca. 1890)[bewerken]

Twee afbeeldingen van een Zuid-Amerikaanse Neushoorn, om een idee te geven van zijn enigszins teleurstellende dimensies. De foto's werden met de hand wat bijgekleurd om het dier beter tot zijn recht te laten komen.

Hadden de Duitsers van de XVIIde eeuw de Zuid-Amerikaanse Neushoorn (Rinus Tequilense) kunnen zien, dan waren ze die meteen komen terughalen, zó schattig waren ze geworden. O ja, nog altijd gehoornd en bijziend, maar zo lief en klein. Zelfs hun pantsertje deed menig ruwe zeebonk een traan van vertedering wegpinken. Eén der Zuid-Amerikaanse staten riep het diertje zelfs uit tot nationaal zoogdier, en het kreeg een plaatsje in het wapenschild. Na het emigreren der neushoorns vervaagde stilaan het oorspronkelijke idee, werd op latere afbeeldingen eerst de hoorn weggelaten, omdat men die niet esthetisch verantwoord vond, en dan uiteindelijk het hele dier. Het wordt nog wel vermeld als officieel staatsdier, maar dat is het dan ook. Het had tegen het einde van zijn verblijf op Zuid-Amerikaanse bodem trouwens al veel aan populariteit ingeboet, want hoewel het ogenschijnlijk minder kwaad kon doen dan zijn veel grotere voorouders, richtte het diertje toch schade aan bij de boeren, en wel door zijn ongehoord graafvermogen. Op het ogenblik dat er hier en daar al het woord "verdelging" te beluisteren viel, verscheen een Japanse toerist ten tonele, de heer Yamamoto Kipetoku. Deze zocht een nieuwe attractie voor de zoo van Tokyo, en hij had ze gevonden!

In tegenstelling tot hun voorouders, die zich omwille van hun omvang en gewicht over verschillende schepen hadden moeten verspreiden om van Duitsland naar Zuid-Amerika te komen, kon de heer Kipetoku de hele neushoornpopulatie meenemen in één scheepslading. Omdat deze man naar nog meer attracties op zoek was, duurde de hele trip toch zo'n twintig jaar, en om zijn vondsten in leven te houden was het schip volgestouwd met de meest exotische soorten voedsel. Hij wist tenslotte niet vooraf wat zijn nieuwe aanwinsten zoal zouden lusten, dus fantaseerde hij er maar op los, en kocht maar in. Veel interessante diersoorten vond hij niet meer, op een koppel kolibries na, maar de overdadige en exotische voeding had een spectaculair effect op de neushoornlichaampjes. Ze groeiden dat het een lieve lust was, en begonnen meer verscheidenheid en fantasie in hun pantser te tonen. Spijtig genoeg bleven ze bijziend.

De Japanse Neushoorn (ca. 1910 tot ca. 1980)[bewerken]

Een Japanse Neushoorn zoekt zijn contactlenzen die in het gras gevallen zijn.

Wat in Japan aan wal kwam als Japanse Neushoorn (Rinus Toyotus), kan zonder twijfel beschouwd worden als de meest decoratieve variant uit de lange en bewogen geschiedenis van het dier. Zoals gezegd, de Japanse Neushoorn was een stuk groter en decoratiever dan zijn voorouders. Maar hij liep ook rechtop, op twee poten! In deze houding is hij door talloze Japanse kunstenaars afgebeeld. Ook waren zij onder de indruk van het gebruik van andere wapens dan zijn hoorns, die nu overigens mooi symmetrisch op zijn gepantserd hoofd hoofd stonden: hij kon ook zwaarden en ander steekgerei bedienen met zijn voorpoten. Zijn bijziendheid leverde zijn omgeving de nodige snijwonden op, en vaak waren deze fataal. Een neushoorn een bril opzetten vond men belachelijk, tot een ingenieuze Japanner, die werkzaam was in de cameralenzenbranche, een setje van twee piepkleine lensjes maakte die onder het ooglid van de neushoorn konden geschoven worden. Wegens het contact van deze lenzen met het oog van het dier, werden ze contactlenzen genoemd. Hoewel zo'n lensje wel al eens verloren ging (en stukgetrapt werd), bezorgde het de Japanse Neushoorn het zelfvertrouwen dat zijn soort zo lang gemist had. Plots kreeg de neushoorn een missie: hij zou ridder worden, of meer precies: Redder van weduwen en wezen in nood, te beginnen met die van zijn eigen ras. Toen alle visitekaartjes gedrukt waren, met daarop onder andere de vermelding "Redder van weduwen en wezen in nood", bleek dat er in een op rationaliteit en efficiëntie gerichte maatschappij als de Japanse geen plaats was voor het begrip Redder van weduwen en wezen in nood, tenzij in sommige getekende verhaaltjes die men daar "manga" noemde. Maar wie dergelijke idealen in daden trachtte om te zetten werd met een bijzonder scheef oog bekeken, en dat wil in die landen wat zeggen! Had de Japanse Neushoorn kunnen lezen, dan zou de gelijkenis met Don Quijote hem vast niet ontgaan zijn.

Ook nu weer was de tijd voor migreren gekomen. Gebruik makend van hun mogelijkheid tot rechtop lopen, kochten alle neushoorns een stevige bleke regenjas, waarmee ze hun pantser aan het nieuwsgierige oog konden onttrekken, en verspreidden zich over verschillende vluchten naar de Verenigde Staten, waar men wél een Redder van weduwen en wezen in nood kon gebruiken, hele kuddes zelfs. Omdat de neushoorns deze migratie discreet wilden uitvoeren, en niet de argwaan van de Amerikaanse immigratiediensten wilden wekken, duurde het toch een tiental jaar eer ze allemaal in Amerika waren. Spoedig bleek dat de regenjassen niet alleen stevig genoeg waren om niet gescheurd te worden door uitstekende delen van het pantser, het pantser werd er zelfs een beetje door gepolijst. Hiermee gingen ook de oorspronkelijke kleuren verloren, zodat de Amerikaanse-Neushoorn-in-wording weer iets meer op zijn verre voorouders, bijvoorbeeld de Afrikaanse Neushoorn ging lijken.

De Noord-Amerikaanse Neushoorn (ca. 1990 tot heden)[bewerken]

Een Noord-Amerikaanse Neushoorn verdedigt zijn jong tegen iets dat zich spijtig genoeg buiten beeld bevindt.

De Noord-Amerikaanse Neushoorn (Rinus Yankus) ging met zijn kleurloos en gepolijst pantser heel discreet op in de achterbuurten van de grote Amerikaanse steden, waar hij na enige extra lichaamsoefening kon meehelpen om de misdaad te bestrijden. Zelfs zónder de aanpassing van het pantser zouden weinigen daar opgekeken hebben van zijn aanwezigheid, aangezien de arm der wet daar al geassisteerd werd door andere vreemde figuren, zoals een vleermuisman, een spinneman, en andere creaturen. Dezen zagen de neushoorns niet bepaald als concurrenten: de misdaad bleef hen boven het hoofd stijgen, en deze pantserdivisies, zoals ze wel eens schertsend genoemd werden, waren meer dan welkom. Deze misdaadbestrijding zorgde voor een grote ommekeer in de evolutie van de neushoorns, die vanaf het einde van de XXste eeuw de facto bij de nachtdieren moeten ondergebracht worden!

Nu de neushoorn eindelijk een functie in de maatschappij gevonden heeft, wordt het gek genoeg moeilijker om hem wetenschappelijk op te volgen. Hij ontplooit immers, zoals gezegd, zijn activiteiten bij voorkeur des nachts, op de meest ongure plaatsen die Amerika rijk is, en verbergt zich overdag. De enigen die zich wagen aan het bestuderen van de Noord-Amerikaanse Neushoorn, zijn de verslaggevers die zijn bezigheden, en die van zijn collega's, noteren en illustreren, en in het licht geven onder de vorm van kleine getekende verhalenbundeltjes die zij "comics" noemen. De wetenschappelijke betrouwbaarheid van deze publicaties wordt echter vaak in twijfel getrokken, en het is niet onwaarschijnlijk dat we uiteindelijk elk spoor van de neushoorn zullen kwijtraken.

De neushoorn in de volkscultuur[bewerken]

Behalve de hierboven rigoureus wetenschappelijk beschreven neushoorns, zijn er nog de legendarische, de mythische, de sprookjesachtige neushoorns[5]. Deze categorie willen wij u niet onthouden, en daarom krijgt u hieronder een staaltje van fantasieneushoorns.

De Chinese Neushoorn[bewerken]

Dubieuze reclame voor het Chinese merk "Up & Ready".

Deze legende komt alleen voor in recepten van de traditionele Chinese geneeskunde. De aanwezigheid van de vermelding "neushoornhoorn" of "neushoornpenis" op een potje, met de bewering dat gezegd ingrediënt de erotische daad- en aantrekkingskracht verhoogt, verhoogt aanzienlijk de aantrekkingskracht... van het potje. De Chinese Neushoorn heeft nooit bestaan, al zijn er muggenzifters die beweren dat de migratie van Siberië naar Indië, tussen 7.500 en 7.000 v.C., noodzakelijkerwijs over China moet gegaan zijn, en dat er dus wel degelijk eventjes zoiets als een "Chinese Neushoorn" moet bestaan hebben. Die neushoorndoortrek zal op de toenmalige Chinezen in ieder geval een diepe indruk gemaakt hebben: als ze daar nu nóg poeder kunnen van maken, dan moet dat wel een zeer grote kudde geweest zijn!

De Roemeense Neushoorn[bewerken]

Acteurs van het Roemeens Nationaal Theater tonen hun kunnen (uit het archief van de Boekarester Koerant).

De mythe van de Roemeense Neushoorn dankt haar ontstaan aan de Roemeense schrijver Eugen Ionescu, die halverwege de XXste eeuw een toneelstuk schreef over een epidemie die mensen geleidelijk in neushoorns laat veranderen. Het is nog altijd een raadsel hoe de Roemeense censuur dergelijke nonsens heeft kunnen laten uitvoeren, en dan nog wel in het prestigieuze Odeon-theater[6]. Het zou onder Ceaucescu niet waar geweest zijn! Nu nóg durft de gemiddelde Boekarester na zonsondergang nog nauwelijks de straat op, al trachten de politiediensten zulks toe te schrijven aan de exponentiële toename van de criminaliteit. Maar het kwaad is geschied, en de mythe wordt van generatie op generatie overgedragen. Indien lezer dezes een reis naar Boekarest waagt, zou hij (of zij) een daad van menslievendheid kunnen verrichten door de autochtonen in te lichten omtrent hun neushoorn-epidemie.

De Eénhoorn[bewerken]

Duidelijk weer een vervalsing om de éénhoornlegende in stand te houden.

De "Eénhoorn" is niet zozeer een legendarisch beest, maar eerder het resultaat van een slordige waarneming van één der eerder beschreven neushoorns. Dit toont ook aan dat neushoorns niet de énige bijziende dieren zijn. Ook verhalen over neushoorns die een kudde merries bevruchten zijn met de haren getrokken: neushoorns mogen dan wel sterk bijziende zijn, paarden zijn dat niet, en ze lopen nog een stuk sneller óók. Wel, pony's zijn misschien iets trager...

De Appelneushoorn[bewerken]

Een eveneens wijdverspreide legende is die van de "Appelneushoorn": Microsoft zou een afbeelding ontworpen hebben, een soort van grafische strijdkreet, waarop te zien is welke plannen zij met de firma Apple Inc. zouden hebben. Er zou ook verwezen worden naar het schaakspel, en hoe de ene firma de andere schaakmat zou zetten. Verder zou deze afbeelding alleen te zien zijn op het scherm van een computer die hetzij Windows als besturingssysteem heeft, hetzij voor een Apple doorgaat, maar eigenlijk een verkapte IBM-compatible is. Beide firma's ontkennen overigens het bestaan van deze Appelneushoorn, en doen het verhaal af als een stadslegende.

NeushoornAppel.gif

Zie ook[bewerken]

Notenbalk[bewerken]

  1. In een interview met een reporter van OnNieuws. In zijn befaamde naslagwerken gebruikt de Professor een meer geëgaliseerd taalgebruik, teneinde een zo breed mogelijk publiek te kunnen bereiken.
  2. Deze voornaam is fictief: "Nemo" betekent immers "niemand". Hij had even goed "Niels", "Nico", "Nolle", "Nigel" of "Norbert" kunnen heten.
  3. Neushoorns werden toen zeer oud, ouder dan nu. Om rond 1.300 v.C. het statuut van "oudste" te krijgen, moest je als neushoorn minstens 125 jaar oud zijn. Het kwam er bij dergelijke vergaderingen niet op een rimpeltje aan.
  4. Filmhistorici beweren dat Tim Burton zich hierdoor heeft laten inspireren toen hij "Mars Attacks" maakte. Er valt inderdaad veel te zeggen voor deze hypothese, al ontkent hij ze zelf met kracht. Volgens hem zijn er nooit neushoorns in Europa geweest, tenzij in dierentuinen. Maar Amerikanen hebben nooit een goede reputatie gehad wanneer het om historische kennis gaat.
  5. Zoals reeds aangehaald, dreigt ook de Noord-Amerikaanse Neushoorn ooit in deze categorie te verzeilen.
  6. Toen nog Sala Majestic geheten. Dergelijke details mogen niet over het hoofd gezien worden wanneer het erop aan komt een mythe te ontrafelen. Nee zeg!