OnBoeken:De Slagh by Oncyclopolis

Uit Oncyclopedia
Ga naar: navigatie, zoeken

Oncyweertzich.jpg


De Slagh By Oncyclopolis is een oorlogsroman die de slag om Oncyclopolis en oorlog tegen de vijand beschrijft en dramatiseert, geschreven door Hendrik Geweten. Het epos is geschreven in 2008/2009 in tijden van oorlog, armoede en crisis. De stadstaat Oncyclopolis had vroeger al staatsgrepen voorkomen van de Wikianen[1], maar kwam tevens in een andere benarde positie terecht: de Vijand werd sterker en aanvallen op de stadstaat werden talrijker. Wat het kruidvat deed knallen was de stop van de toevoer van graan in de stad en bijgevolg moesten de poorten gesloten worden opdat niemand aan het plunderen sloeg: samen stonden ze immers sterker en konden ze een aanval beramen op de Wikianen en Wikipedianen om hen te overmeesteren en hen uiteindelijk voorgoed te elimineren, zodat de stadstaat de economie en voedseltoevoer kon stabiliseren. Het verhaal begint wanneer de stadvazal Rongonius samen met de stadsschepenen het besluit velt de oorlog te verklaren aan de Vijand met de volgende woorden: "Laeten wy de petatten schellen" (Laten we de aardappelen schillen.)[2].

In totaal telt het boek 852 pagina's vol leesplezier en de lezer zal ze ongetwijfeld allemaal met enthousiasme uitlezen.

Recenties[bewerken]

 
 
Een schitterende vertelling in een overtreffende taal. Het werk is zeker een aanrader voor wie van zowel stijl, actie als van drama houdt.
 

 

—Dag Allemaal, Vlaams weekblad

 
 
De taal mag archaïsch overkomen, de inhoud is er niet saaier door.
 

 

—NRC Handelsblad

 
 
Dit boek moest iedere leerling in een studie literatuur in handen hebben.
 

 

—De Standaard

 
 
Zo inleefbaar, zo emotievol en zo waarachtig!
 

 

—Groene Amsterdammer.

Een stuk uit de slag[bewerken]

Kapitel 3, passage 25.

Hij, die het zwaard getrokken had, nadat hij de moed der goden bijeengezocht had, terwijl hij het schouwspel gadesloeg, bestormde het reusachtige, groenschubbige lijf dat ooit deels verminkt was door het vuur des onheils, waaronder het hellegat oftewel des smids Hefaistos kan verstaan worden, van een dapper krijgsman, De Genereerde hetende, een oud wijsgeer aan het Hof. Het zwaard enerzijds en de hakbijl aan de andere kant werden gehanteerd door Ioculocus, zoon van Albrecht de Vrome, samen met zijn gezel Hedzeronius, zoon van de befaamde schildknaap Wilibrordus, in het aangetrouwde geslacht van de Merovingers, en zij beiden troffen het beest, gard en symbool der Wikiaanse troepen, in de ogen, het hart en ook zijn immer doorslechte ziel, waardoor de heimelijke Pruisische gezant Laurentius Danzegher verlost werd uit zijn wachten op een snode facultatieve coalitie tussen twee grootmachten. Het gevaar echter was nog niet geweken: integendeel, des te meer daarom werden de vijandelijke gemoederen opgewekt door een versterkende geest om de Goeden te belagen en te tarten. De geageerde colonnes rukten op naar de frontlinie, een vlakte uitgestrekt over het Bisdom Luik, waar de naaldbossen hun grens vinden en heuvels een stijlere helling en hogere toppen hebben. De aanvoerder aan de andere kant, Rongonius Cruoninga en Marcus Arenus, beiden vertegenwoordigers van een rijk, keken recht in de ogen van de demoon en besloten zich op te stellen met hun mannen als steun achter zich. Het trompetgeschal werd gegeven en het voetvolk begon te marcheren; ieder individu wist dat er geen weg terug was en dat weerzien van akker en kroost een kwestie van goede zelfverdediging was, dus de moed werd verhoogd, de boog gespannen en de speren werden geworpen, als teken van een heilige onrust voor de onafhankelijkheid en de daarbij horende vrede, als schild voor de inmiddels geharde zielen. De stem van de nachtegaal weerklonk in de bossen, al deed het ijzer dat al langer en luider, zo kwam ook de zonnebal door haar roze vingeren gluren, die onverwoestbaar ten hemelen steeg over de woeste krijgslieden, gehuld zijnde in een mist van opgewekt stof en bezet met het vereiste bloedvergieten om uit de nare droom van hevig verzet te ontwaken: de tweede dag van onrust was aangebroken. Dapper en onbevreesd vochten de troepen voort, ijverig en ijlend boden smeden wapens aan, bevreesd en biddend hoopten de vrouwen op een weerzien, een weerzien dat er zou kunnen komen, maar waarvan de absolute zekerheid in het ongewisse lag; het plunderen hield niet op en akkers werden bestrooid met het verderfelijke zout door de ongenadige Wikipedianen wiens doel enkel en alleen gericht was op macht en rijkdom. Ook het Sophiaanse klooster dat zeer gekend is over heel het bisdom en een welbefaamde reputatie heeft werd onverbiddelijk naar beneden gehaald: het goud werd barbaars omgesmolten en de heidense vijand richtten beelden ten gronde; wat van oudsher door de voorvaderen gedurende vele jaren opgebouwd werd werd in één dag vernield.

Partituur[bewerken]

  1. De Oncyclopedianen zagen te veel onheilen in de beloftes van de Wikianen dat ze liever onafhankelijk bleven.
  2. Waarmee hij het startschot geeft voor de strijd.

Links[bewerken]