OnBoeken:Kleurverhaal 1 - Misstanden in een ambassade

Uit Oncyclopedia
Ga naar: navigatie, zoeken

· · ·
(zo onstond onderstaand verhaal)
· · ·

Het was een koude winterdag toen Benjamin Villier in zijn knusse huiskamer een boek aan het lezen was, in het schijnsel van het haardvuur.
Geen hond was op straat, het regende evenmin honden of katten - enkel pijpenstelen.
Het niet ophoudende geluid van het kletteren van de regen werd kort verstoord toen de deurbel ging - ding dong - en Villier moeizaam opstond en de gang in liep, alwaar hij de beller voor de voordeur kon zien staan.
Villier keek en zag voor de voordeur een man staan die hij ergens van kende maar niet exact kon plaatsen waarvan dit dan zou kunnen zijn geweest.
Onze held werd in zijn straat niet voor niks "de Sherlock Holmes van Oncy-sur-École" genoemd, ook al woonde hij in Kessel-Lo: bliksemsnel opende hij de deur, zodat zijn haviksoog (hij had er maar één) niet langer gehinderd werd door het matglas, en hij meteen doorhad wie daar stond.
Gloeiende, gloeiende, dit was zeer onverwacht, en om eerlijk te zijn toch wel erg onwelkom.
Benjamin herinnerde zich woelige tijden waarin brengers van slecht nieuws terstond na het afleveren van hun boodschap ter dood werden gebracht, en hier zat slecht nieuws aan te komen, zoveel kon hij uit de gelaatsuitdrukking van zijn ongenode gast wel opmaken.
"Ben, goede vriend, ik moet u vervelend nieuws brengen", sprak de man, hij ging verder: "U weet uiteraard dat uw broer... awel...", waarna de man ironisch genoeg door de knieën zakte.
Uit twee schijnbaar verwaarloosbare details, namelijk dat hij met "Ben" was aangesproken, en dat een rasechte Hollander de uitdrukking "awel" had gebruikt, leidde Benjamin feilloos af dat hij dringend een nieuwe assistent nodig had, dat er iets in de lucht hing, en dat hij op staande voet verwacht werd bij de ambassadeur van Letland.
Miljaar, die goedzak was nu juist zo'n goede assistent; waarom moest nu juist hij gegrepen worden?
En waar waren de twee goudvissen gebleven?
Zoveel open plekken, maar Villier realiseerde zich dat er maar één enkele manier zou zijn om antwoord te krijgen op zijn vragen.
Met de lege viskom onder de linkerarm begaf hij zich terstond naar de ambassade van Litouwen, die een verdieping lager gevestigd was dan die van Letland (en een verdieping hoger dan die van Polen).
Daar aangekomen sprak hij met de receptionist van de ambassade die ballonnen in de vorm van goudvissen aan het verkopen was.
"Mijnen besten", sprak Villier in de hem kenmerkende archaïserende variant op het Nederfrankisch, "Gij weet dat deze mercantiele activiteit enkel is toegelaten op de verdieping hierboven, en indien gij niet en wilt dat ik u rapporteer, dan dient gij mij terstond de schoenmaat van de ambassadeur mede te delen, alsook de stand van de wind, en wees maar blij dat ik geen verbuigingen toepas, noch op mijn taal, noch op uw persoon!"
Alle aanwezigen keken Villier abrupt aan met een uitdrukking op het gezicht die verried dat geen van hen ook maar een woord begrepen had van wat onze held zei; daarom is het dat Villier zich genoodzaakt voelde om in meer klare taal te herhalen wat hij zojuist zei.
Dit deed hij zeer met tegenzin, omdat hem duidelijk was geworden dat zijn mededeling door meer personen was opgevangen dan alleen de receptionist, voor wie ze exclusief bedoeld was.
Vervolgens ging Villier met de receptioniste naar boven naar de kamer onder de vier ogen om belangrijke zaken te bespreken zonder dat anderen meeluisterden.
De in de ambassadehal achtergebleven aanwezigen hadden hun ogen al niet kunnen geloven bij het waarnemen van de geslachtsverandering van de receptionist, maar wat hen vooral intrigeerde was, dat die volledig in tweed geklede vreemdeling schijnbaar als enige die transformatie niet had gemerkt.
Enkele zeer ongemakkelijke minuten later bevindt onze held zich met de rest van het defilé in de vergaderruimte, alwaar Villier gewichtig begon met het uitleggen van de onfraaie ontwikkelingen.
Plotseling kwam er een man zonder neus de vergaderruimte binnenstormen maar het was noch Voldemort noch Michael Jackson.
Oscar Nezenmoins, want zo heette de indringer, zette de deur waarmee hij in huis was gevallen schuin tegen het buffet, en zei op nasale toon: "Iedereen, behalve mijnheer Villier, weet zeer goed dat het verboden is te defileren voor, achter, op, onder, naast of in de Litouwse ambassade: hou deze uitspattingen maar voor het gepeupel van hierboven, ga allemaal terug naar je werkplek, en laat mij alleen met mijnheer Villier."
Nadat iedereen de kamer uit was zei Oscar tegen Villier op een dramatische toon: "De Magie is teruggekeerd."
"De Mummie, de Tronie, het Genie, en nu de Magie... dit kan geen toeval zijn", mijmerde Villier, "dit kwartet is iets van plan."
Oscar keek geschrokken en zei "Je wilt toch niet zeggen dat alle leden van het kwiertet zijn teruggekeerd."
"Nee hoor, ik zei wel degelijk 'kwartet'", antwoordde Villier geërgerd, "hou je aandacht bij de zaak!"
"Aandacht?", zei Oscar geschokt, "Hoe moet ik mijn aandacht bij de zaak houden als jij heel de tijd zit te kwaken en te kwetteren met extreem lastige en ontieglijk irritante woorden."
"Ik kan met niet bedenken welk van mijn woorden dan zo extreem lastig geweest moet zijn", sprak Villier nu nog bozer.
"Weet ik het?", riep Oscar uit, "Jij begon al die lastige vage woorden als kwartiët uit te spuwen alsof je mij wilde verwarren, of om mij te laten zien dat jij weledeler geboren was dan mij, NIET DUS!"
De door zoveel onkunde tot het uiterste gedreven Villier knipte twee keer met zijn vingers, één keer met elke hand, en de neusloze lummel spatte uiteen in een vuurwerk van paarse glinstertjes, die luttele seconden nadat ze de vloer raakten spoorloos oplosten, enkel een delicaat lavendelparfum achterlatend.
"Wat mot dat in mijn kamer!?", klonk er vanuit de badkamer, "Eruit! Vort! Ga weg!"
De deur van het privégedeelte van de ambassade ging open, een beduusde Oscar Nezenmoins strompelde de gang op, de receptie langs, de lift in, en dat was het laatste dat van hem gezien werd.
Op datzelfde moment liep de moeder van Villier rood van woede het hotel binnen en bij de deur van Villiers kamer riep ze: "Villier! Nu kom je naar huis, want de oogst moet worden binnengehaald en we hebben je hulp nodig!".
"Mama", riep Villier geërgerd, "ten eerste heb ik niet graag dat je me bij de achternaam noemt, ten tweede is dit niet mijn hotelkamer, en ten derde is dit niet Hotel De Reisduif, maar de ambassade van Litouwen!".
"Zie je wel!", zei Villiers moeder geërgerd, "Je bent al zo lang weg dat ik niet meer weet waar je bent, maar je moet nu meekomen, anders verpietert de oogst en komen je ouders om van de honger deze winter, en als minderjarige - Benjamin was vijftien - mag je trouwens niet eens zonder toestemming van je ouders ergens anders komen, je hebt geen eens je paspoort bij je."
Villier stond op het punt om een vlijmscherp antwoord te geven, toen de hele scène vervaagde, en hij de ogen opsloeg in zijn knusse huiskamer, het hoofd heen en weer schudde dat zijn wangen ervan waggelden, het boek van de grond opraapte, en het gedoofde haardvuur weer aanwakkerde.
"Ah, hij is eindelijk wakker",hoorde hij zijn vader zeggen, hierna viel Villier weer in een diepe slaap.

Romanslogo.png Romans

Actie ·· Puur zakelijk · Sterfhart, een deurenkomedie · Sterfhart dat de stukken er vanaf vliegen · Het Slakkenverhaal

Avontuur ·· Dagboek van een holbewoner · Vijf Minuten · Het actieve Zijn van Elle Esdee en Snuifdoosje · N00broosje · De slagh by Oncyclopolis · Oneindigheid

Drama ·· !!Breezahboy · De weg van morgen · D'r is wat kwijt · Tommy · Angst en afkeer in Katwijk aan Zee · Twijfel

Kleurverhalen ·· Kleurverhaal 1 - Misstanden in een ambassade · Kleurverhaal 2 - Hardami I Vers 1-49

Religie/politiek ·· Bijbel · Gezichtshaar voor den triomf · Kritiek van de onzuivere rede · Scheppingsmythe van de Wubboïstische mythologie · Klassieke scheppingsmythe

Romantiek/liefde ·· Het betoverde zwaard · Relatie

Verhalen voor het slapen gaan ·· De Overgang Der Dagen · Doem · Hamlap

Western ·· Kermis in de Hel