OnBoeken:Kleurverhaal 3 - Een verhaal dat niemand overleeft

Uit Oncyclopedia
Ga naar: navigatie, zoeken

· · ·
(zo ontstond onderstaand verhaal)
· · ·

De deur opende langzaam.
Er ritselde een blad.
Langzaam zag zij een duistere figuur aan komen lopen
Zou het dan toch waar zijn?
Kunnen paarden dan tóch vliegen?
Was Pegasus, het godenpaard der dichterlijke inspiratie, haar deze nacht nabij getreden, of had ze het zich slechts ingebeeld?
Maar neen, het was duidelijk de onsmakelijke vrucht van haar zwaar overspannen geest.
Het experiment in het geheime labo was niet zonder gevolgen aan haar voorbijgegaan.
Afwisselend hartverscheurend gillend en smakelijk lachend gaf zij de geest.
"Wat een teleurstellend resultaat," dacht Jonathan van Reystwaefhel, terwijl hij aan zijn baard plukkend observeerde hoe zijn assistent het levenloze lichaam van proefpersoon X017 in een lijkzak hees.
Veel tijd was er niet meer te verliezen.
Morgen zou de wereld niet meer hetzelfde zijn.
Van Reystwaefhel nam opnieuw de formules door, voor de zoveelste keer.
"Eureka!", galmde het ineens in het labo, "Waarom zie ik dat nu pas!"
Haastig en verbaasd kwam zijn assistent tevoorschijn en vroeg: "Wat heb je gevonden?"
"Mijnheer Piltdown, ziet u die structuur?" vroeg van Reystwaefhel, terwijl hij op de blaadjes wees met schetsen van molecules.
"Wafels!", gilde de scheikundige, "de molecule heeft de structuur van een wafel!"
"Eeuhm, meneer van Reystwaefhel, dat is geen wafelstructuur, dat is een structuur van een marshmallow"
"Heren, een beetje ernst bij de zaak. Morgen komen ze," maande de projectleidster, een statige dame die alles stil had gadegeslagen.
"Tsja, daar valt niets aan te doen."
Deze opmerking resulteerde in een pijnlijke, exact negen minuten en drie seconden durende stilte, gedurende dewelke een vlieg op doortocht zich moreel genoodzaakt zag een respectvolle tussenlanding uit te voeren.
De volgende dag... exact om tien uur dertig, West-Europese tijd, zoals afgesproken...
Waren de aanpassingen klaar, en kon assistent Piltdown proefpersoon 19348-A halen.
Die bleek echter te zijn ontsnapt, zodat noodzakelijkerwijs proefpersoon 19348-B moest ingezet worden, hoewel deze daar nog helemaal niet klaar voor was.
"Jammer, dan!", kafferde de assistent vervolgens uit.
Op dat moment kwam proefpersoon 19348-C binnenwandelen.
Diens verschijning werd zowel van Reystwaefhel als Piltdown te veel: beiden vielen schuimbekkend, stuiptrekkend en nog nét niet buiksprekend op de harde tegels van de laboratoriumvloer.
De projectleidster begon te wanhopen en te denken dat zij geen antwoord zou kunnen geven als straks de buitenaardsen zouden terugkomen om het beloofde medicijn op te halen dat de laatste hoop was voor miljoenen kinderen.
Maar toen gebeurde het noodlot, alle inspanningen leken voor niets te zijn geweest...
Echter, wie kwam daar nou aangevlogen?
Was het een vogel, misschien een vliegtuig...?
Het leek wel Balkenendeman, alhoewel het ook wel iets weg had van Kapitein Overduidelijk.
De projectleidster haalde opgelucht adem toen ze zag dat het het vliegende paard Pegasus was, het godenpaard der inspiratie.
"Wie riep mij?," zei dit magnifieke dier.
"Ik!", riep Jager Meister, en knalde het beest genadeloos uit de lucht.
Hierop viel de projectleidster als dood neer.
Op deze kans hadden Quetzalcoatl, Bigfoot en Argus millennialang gehoopt en gewacht.
Het bleef echter stil in de kamer, alleen het kreunen van de projectleidster was nog te horen.
"Sdrétu", kraste Quetzalcoatl schuchter.
Proefpersoon 19348-D, die op dat moment binnenkwam, pakte zijn woordenboek Quetzalcoatleens - Nederlands.
"Elaoin!" gromde Bigfoot toen hij dit zag.
Proefpersoon 19348-E, 19348-D's tweelingbroer pakte verkeerdelijk het woordenboek Bigvoets - Engels.
Argus vond dat de verwarring al groot genoeg was geworden, en deed er wijselijk het zwijgen toe.
Jager Meister schoot hierop Bigfoot neer.
Quetzalcoatl wierp een veelbetekenende blik naar Argus, die begrijpend knikte.
De constructie van het gebouw leek het te begeven.
Jager Meister telefoneerde meteen naar de aannemer ervan, en vroeg hem vriendelijk doch met aandrang om onmiddellijk ter plaatse te komen.
Na een slopende zes uur kwam de aannemer binnen, deze schrok van wat hij hier aantrof.
Alle wetenschappers keken verbaasd naar de aannemer, die verstijfd van angst stond.
"Daar helpt geen epibreren meer aan", mompelde de nochtans door de wol geverfde en door het cement getaande vakman.
"Kalibreren dan misschien wel?", vroeg een meedenkende Quetzalcoatl.
"Nee... helaas... het is te laat...", sprak van Reystwaefhel uit.
Anderhalve seconde later passeerde een verwonderde mier over de voor haar splinternieuwe reusachtige open ruimte waar zonet nog het laboratorium had gestaan.
De explosie was tot in Wallonië te horen.
De krater was indrukwekkend, maar van de mier was niks meer over.
Helaas was ook van Reystwaefhel overleden.
Maar toch er bleek nog hoop!
En hoop, zoals bekend is, doet leven.
Plots kwam Baron Eberhard van Hoogepette tot Laegezoole binnenlopen, en aanschouwde de misère.
"Goedenmiddag, heeft u nog koffie voor mij?", riep hij
En toen... was er koffie!
Nou, ja koffie, het was meer water met een koffiesmaakje.
En plots deed ik mij beseffen
Het leven is meer dan alleen eten.
Want er is alcohol!
Maar de baron had nog geen fles leeg toen hij de lijken van Van Reystwaefhel en de mier ontdekte.
"Wie zijn dat nou weer?" riep hij uit.
"Een alcoholische illusie, mijnen beste", antwoordde een hol galmende stem, "want van deze beide wezens is geen atoom meer overgebleven!"
Maar van wie was dan die stem? Een hersenspinsel? of toch niet... Iemand met een stemvervormer? Of toch niet...
Na uren te zitten peinzen kwam de arme man erachter dat de stem zijn eigen stem was, en dat hij in zichzelf aan het praten was.
En plots: De Almachtige Thor, God van goddelijke woedeuitingen in de vorm van meteorologische verschijnselen, daalde neer uit een enorme hoosbui
De baron viel flauw van opwinding.
Thor schreeuwde: WIE DURFT MIJ TE STOREN!
Maar niemand was in staat te antwoorden
Dat was niet zo vreemd, aangezien iedereen dood of bewusteloos was.
Behalve die brandende Duitser genaamd PRÜFUNGSUNTERMENSCH Q13666
De lucht werd donker.
Door die brandende Duitser genaamd PRÜFUNGSUNTERMENSCH Q13666
Hmm, er is een klein probleempje met de verteller, hij valt in herhaling. Momentje... *kadoenk* *baf* *bam*. Als het goed is, doet hij het nu weer.
De baron kwam langzaam weer bij.
Hij stond op.
Hij zag en hij had een acute behoefte aan een schone smoking.
Deze waren echter niet in de aanbieding bij de lokale OnMarkt locatie Zuid-Ossetië.
Maar gelukkig was de wodka wel in aanbieding. Iedere debiel, 500 Promille!!
Na anderhalve liter Slivovitsj was de baron weer het heertje, en kon hij zijn missie verder zetten, wat geen luxe was, aangezien ze te dicht bij stond.
"Te dicht bij wat?", hoor ik u denken.
Maar elke missionaris met enige ervaring weet wat zulks betekent: de baron aarzelde geen ogenblik, en ging tot handelen over.
De arme man pakte zijn Slivovitsj en zwalkte recht op de klif af.
Alleen het alcoholgebruik kan verklaren dat de baron-met-een-missie zich tijdens het oversteken van het niemandsland tussen beide ongewone natuurverschijnselen niet afvroeg wat die klif zo dicht bij de krater deed.
Toen ging hij naar het witte licht en hij zag aldaar:
drieëntwintig marsmannetjes die de polka deden.
Waardoor nu wordt vermoed dat alcohol niet het enige gebruikte middel is.
Inderdaad, ook de koekjes en appeltaart vloeiden rijkelijk.
Waar die vloeibare appeltaart en even vloeibare koekjes vandaan kwamen, kon de baron echter niet achterhalen, en hij besloot om van dát mysterie zijn nieuwe missie te maken, al zou dat zijn mysterieuze opdrachtgever waarschijnlijk maar matig bevallen.
Op weg naar Oncy-sur-École dus, naar de appeltaartfabriek, die deze heerlijke substantie creëerde.

Eenmaal daar aangekomen, zag men honderden mensen huilen.
Was het nieuws van de recente droevige gebeurtenissen hier al bekend, of had er zich een ander drama voltrokken?
De fabriek was gesloten door de constante stakingen in het bloedende Frankrijk.
De baron hoorde dit nieuws in grote verslagenheid aan en concludeerde dat hier iemand net zo schuldig als overbetaald is: Directeur Heuvelmans
Deze directeur-millionair was te lui om zijn personeel te betalen.
Hij had het ook wel heel erg druk als waarnemend voorzitter van het testpanel, een taak die hij kreeg nadat de oorspronkelijke functionaris zijn werk had neergelegd wat weer het gevolg was van het feit dat maagtabletten niet werden vergoed nadat de productie in rap tempo werd opgevoerd.
Deze arme medewerker ging hier uiteindelijk dood aan.
En bij zijn interim opvolger vlogen de toch al niet zo eenzame kilo's eraan.
Dus de directeur stond er helemaal alleen voor, alhoewel zijn luie persoonlijkheid weer voor de deur stond.
Na deze inlichtingen stond de baron voor de deur van het kantoor van Directeur Heuvelmans. Hij las het naambordje dat vermeldde: "Dhr. Humphry Huevelmans, CEO".
Toen pas merkte hij op dat naast het naambordje zijn eigen gezicht te zien was.
Al leek hij wel een stuk jeugdiger, en zijn kaaklijn stond hem niet aan.
Maar daarom niet getroren getreurd: fluks nam hij uit zijn linkerbinnenzak een zwarte viltstift, en corrigeerde met duidelijk geoefende hand het hem tegenvallende portret.
De deur ging open en de directeur verscheen.
Het was een opvallend persoon, met een maatpak in de kleur espresso met knetterdeknetter roze stiksels, schoenen van plaatstaal, een bolhoed beplakt met aluminiumfolie en als kers op de taart een baard vol met stukken van zijn lunch: een broodje walvisgehakt.
Hij was een andere man zo druk aan het uitfoeteren dat hij de baron niet opmerkte.
Uitfoeteraar en uitgefoeterde liepen uitfoeterend en uitgefoeterd wordend de gang op, daarbij de baron straal negerend, hem zelfs nauwelijks de tijd latend om alle lucht uit zijn longen te persen, zodat hij zich nét plat genoeg kon maken om samen met de uittredenden zonder kleerscheuren of verwondingen een seconde lang in de deuropening te passen.
De baron liep het kantoor in voor nadere inspectie.
Wat hij daar aantrof schokte hem erg: niet alleen lag er 1 miljoen dollar op tafel, in biljetten van 1, ook was het hele behang verdwenen.
Vier kale betonnen muren staarden hem vijandig aan, maar de baron staarde even vijandig terug, de muren aldus in de verdediging dwingend.
Toen pas viel hem de open kluis op die midden in de kamer stond.
Het was dan ook een zeer kleine kluis: 1 centimeter op 1 centimeter op 1 centimeter, niet de meest voor de hand liggende opslagplaats voor een miljoen bankbiljetten.
Er lag een klein doosje in.
Hij pakte het doosje om en het viel hem op dat het doosje zwaarder was dan verwacht.
Hij probeerde het doosje te openen, maar het slotje wat er op zat boog geen micrometer.
De baron pakte zijn sabel en ramde deze met veel moeite in het doosje.
Hij hoorde iets kraken, maar toen hij opkeek, bleek zijn sabel het lijdend voorwerp te zijn geweest van het onderonsje.
Ondanks alle therapie pakte hij nu toch zijn Magnum 2.1 Halfautomatisch.
Hij vuurde een heel magazijn af op het kistje, maar er kwam nog geen deukje in.
Hij stak het doosje in zijn binnenzak.
De directeur kwam binnenlopen.
Hij pakte het doosje uit de binnenzak van de baron en opende het met een eenvoudige beweging.
In het doosje zat een kleiner doosje.
In het kleinere doosje zat een raar kneedbaar metalig materiaal.
Hierin zat een klein ringetje.
Precies op dat moment deed een enorme knal de fabriek beven op zijn funderingen.
De Duitse geheime dienst had het gebouw naast de fabriek opgeblazen.
De directeur krijste hysterisch: DE DUITSERS, DE DUITSERS.
Hierop viel hij op de grond, het was echter niet te zien of hij flauwgevallen of dood was.
De baron besloot het ringetje van de directeur te pakken en zich maar snel uit de voeten te maken want zo te zien waren de Duitsers aan het herladen.
Er ging een tweede bom af, ditmaal aan de andere zijde van het gebouw.
Ditmaal werd de verlaten kantine getroffen en binnen enkele minuten stond deze in lichterlaaie..
Het vuur kwam snel dichterbij, en de rook drong al door in het veel te kleine kantoortje
De baron rende door het gebouw en werd in het trappenhuis overvallen door een derde inslag waarop hij begon te rollen en tegen de dikke stalen deur van de koelcel tot stilstand kwam.
De deur ging als vanzelf open, en slokte hem als het ware op.
Onmiddelijk hierna werd het trappenhuis waar hij zich zojuist nog had bevonden getroffen door een vijfhonderdponder waardoor het puin alle kanten op vloog.
De baron begon het snel koud te krijgen in de koelcel en ging op zoek naar iets warms.
Nu is het zo dat in koelcellen over het algemeen geen warme dingen zijn.
Dus zocht de verkleumde baron zijn toevlucht in één van de geïsoleerde vrieskisten.
Net op tijd aangezien de koelcel op dat moment werd getroffen door "Schwerer Gustav" granaat met een doorsnede van 80 cm en een gewicht van ruim vijf ton.
De baron zweette peentjes van angst in zijn penibele situatie.
Toen hij opkeek zag hij dat de bovenste helft van de koelcel was weggeslagen.
Ook de zijkanten stonden niet meer overeind.
Van de wijde omgeving was alleen maar een stoffige vlakte overgebleven, met op een tiental meter van de baron een bordje met de tekst: "EINDE".
De baron liep naar het bordje toe, en zag dat het bordje het einde van de bewoonde wereld markeerde.
Toen hij om het bordje heen liep, zag hij op de andere zijde het woord "LOOS" staan.
Hij miste echter de grote klif achter hem.
Hij had die klif van bij zijn aankomst al heel sympathiek gevonden, en het verdwijnen ervan sloeg hem teneer: dit gat in zijn bestaan zou misschien nooit meer gedicht worden.
Waar ooit de kliffen waren, stond nu een intergalactisch ruimtevoertuig.
Dit object had, alleen al door zijn gigantische afmetingen, het recente gat in zijn bestaan perfect kunnen vullen, ware het niet dat een lichtblauwe straal uit het voertuig hem in één zesduizendste van een seconde tot een klein hoopje bleekgele as herleidde.
Gelukkig waren de inzittenden wel zo aardig om de rommel mee te nemen, al lieten ze de kwestie verder in nevelen gehuld...
Het ondanks zijn grootte toch elegante voertuig had de planeet Aarde, of wat ervan overbleef, nog maar pas verlaten, of een paar inzittenden waren al druk doende om te proberen het hoopje bleekgele as door toevoeging van diverse vloeistoffen weer het aanzien van een levend wezen te geven.
De baron ontwaakte vreedzaam uit de lange donkere slaap waarin hij had gelegen.
Het team van de Intergalactische Melkwegbrigade was bij het verzamelen van de bleekgele as toch wat slordig geweest: de baron miste zijn linker kleine teen, zijn neusgaten waren omgewisseld en hij sprak nog uitsluitend Frans.
De Intergalactische Melkwegbrigadecommandant sprak de baron aan in een taaltje waaarvan deze alleen kon aannemen dat het Welsh was.
Die aanname illustreerde het gebrek aan taalgevoel van de baron: als kersverse Franstalige kon hij nog niet beseffen dat "Pôves nozôtes et les tchéns d'tcherete" geen Welsh, maar Luiks is.
De baron begon te brabbelen in het Frans, het Brusselse dialect welteverstaan.
De bemanning van het ruimtevoertuig, die via een Internetcursus de taal geleerd hadden waarvan zij -verkeerdelijk- veronderstelden dat het de taal van de planeet Aarde was, bleek hem echter slecht of helemaal niet te verstaan, en besloten dat die ene, bij wijze van staal meegenomen aardbewoner nog het best tot zijn recht kwam als hoopje bleekgele as, tentoongesteld in een glazen recipiëntje op het dressoir van de kantine van "Comiques Placides Astronautes Septiques", zoals het ruimteschip heette.
De bestraler werd ingesteld op 80 MJ waarop het hele schip in dezelfde bleekgele as veranderde.
Echter door een tijdsparadox bleef het schip behouden.
De bemanning van het ruimtevoertuig zat met de handen in het haar, wat een komisch zicht was, aangezien de groengeel gestreepte wezentjes allemaal kaal waren, op één haar boven de linkerwenkbrauw na.
Na meerdere internetcursussen vonden ze eindelijk de taal die de aardling uitbraakte.
"Skieven architek!", probeerde een bemanningslid voorzichtig.
"Hélas, je ne comprends pas ce que vous dites", begon de baron.
De buitenaardlingen hadden meteen door dat de tijdparadox de baron een sprong had laten maken van Brussels naar Parijs Frans, en gingen weer op zoek naar de passende internetcursus.
Op het gehele internet was helaas geen cursus te vinden.
De baron werd daarbij furieus, en zijn reacties konden absoluut niet door de beugel!
De bemanning begon zich toch enigzins bedreigd te voelen.
Dus belden ze de jager op!
Om de taalkundige verwarring nogmaals exponentieel te vergroten sprak deze heer de jager en agressieve vorm van het Duits, bekend onder de term "Mofs" wat op zijn beurt tot gevolg had dat de bemanning aan acute incontinentie begon te leiden.
De situatie werd er niet echt beter op...
Net toen eenieder het woordje "EINDE" in vette kapitalen zag naderen, bleek de poetsvrouw, die het product van de acute incontinentie kwam opdweilen, perfect megaveeltalig te zijn!
Echter, tot de jager zijn grote ergernis, sprak ze Ruhrgebiet-Duits in plaats van zijn Beiers-Mofs.
In een vlaag van verstandsverbijstering trok hij daarom zijn met legerkleuren gecamoufleerde broek uit en smeet deze richting de dweilende poetsvrouw.
Iedereen stond stijf van de spanningen, omdat de jager niet alleen een groot seksleven achter de rug had, maar ook omdat hij de poetsvrouw nu wel eens aan gort kon gaan slaan!
De poetsvrouw besloot de benen te nemen en reikte naar een teleportatievest waarop de jager greep naar een vest met gelijk uiterlijk geclassificeerd als bomvest.
De poetsvrouw kwam terecht in het jaar 1903, want ze was met de teleportatie de jager op slechts twee honderdste van een seconde voor!
De jager, die op het bomvest koortsachtig een willekeurig knopje had ingedrukt, kwam twee honderdste seconde na het verdwijnen van de poetsvrouw netjes verspreid in alle hoeken van het ruimteschip terecht, wat de poetsvrouw zeer zou geërgerd hebben, indien zij niet aan het bekomen zou geweest zijn van haar aankomst in 1903.
Helaas belandde de vrouw in een hoopje stront van een achteloze boer, waarna de vrouw de uitwerpselen begon op te ruimen.
Niet alleen de jager werd verspreid aldaar ook de ingewanden van de gezagvoerder en de navigator netjes gerangschikt door de cockpit lagen uitgestald.
Het schip begon het overigens ook te begeven en hier en daar hadden zich al wat mankementen aanwezig gemeld...
Een der mankementen betrof de gravitatieregulatie welke in variërende sterkte en richting begon te werken.
Het ruimteschip nam achtereenvolgens de vorm aan van een postzegel, een tennisbal, een pollepel, een wijnfles, een ruimteschip, een blik schoensmeer, een fopspeen, en tenslotte een deur, die door de bij de transformaties horende tijd-en ruimtewisselingen precies vóór de voeten van de poetsvrouw terechtkwam, zodat het hele verhaal herbegon...
Ze begon direct weer met schoonmaken, maar dit keer kreeg ze wel degelijk een klap van de bemanning.
Door deze klap was ze zo ondersteboven dat ze doorkreeg hoe vervuild de lucht was. Hierom begon ze een manier te verzinnen om de lucht schoon te krijgen, maar dat lieve kindertjes, dat is weer een heel ander verhaal.

Romanslogo.png Romans

Actie ·· Puur zakelijk · Sterfhart, een deurenkomedie · Sterfhart dat de stukken er vanaf vliegen · Het Slakkenverhaal

Avontuur ·· Dagboek van een holbewoner · Vijf Minuten · Het actieve Zijn van Elle Esdee en Snuifdoosje · N00broosje · De slagh by Oncyclopolis · Oneindigheid

Drama ·· !!Breezahboy · De weg van morgen · D'r is wat kwijt · Tommy · Angst en afkeer in Katwijk aan Zee · Twijfel

Kleurverhalen ·· 1: Misstanden in een ambassade · 2: Hardami I Vers 1-49 · 3: Een verhaal dat niemand overleeft · 4: Gereedschapsperikelen · 5: Drie Mojito's en de Vrees voor Water · 6: De Boom Blijft

Religie/politiek ·· Bijbel · Gezichtshaar voor den triomf · Kritiek van de onzuivere rede · Scheppingsmythe van de Wubboïstische mythologie · Klassieke scheppingsmythe

Romantiek/liefde ·· Het betoverde zwaard · Relatie

Verhalen voor het slapen gaan ·· De Overgang Der Dagen · Doem · Hamlap

Western ·· Kermis in de Hel