OnBoeken:Kleurverhaal 4 - Gereedschapsperikelen

Uit Oncyclopedia
Ga naar: navigatie, zoeken

· · ·
(zo ontstond onderstaand verhaal)
· · ·

Verbijsterd wierp Herman de hamer terug in zijn spiksplinternieuwe negendelige gereedschapskist.
Hij keek nog een laatste en zag plots dat zijn nijptang ontbrak!
Herman was zó overstuur dat hij zelfs niet doorhad dat in de zin die zijn kijkactie beschreef het woord "keer" ontbrak.
Evenmin was het duidelijk waar hij in eerste instantie zijn verbijstering aan te danken had, maar hoe je het ook wendt of keert: het gebrek aan nijptangen had zijn aandacht al lang daarvan af weten te leiden.
Alleen een nieuwe Rubens kon zijn verbazing schetsen toen zijn diverse verbijsteringen aangevuld werden met de consternatie omtrent de totaal onlogische aanwezigheid in zijn negendelige gereedschapskist van een tot dan toe verborgen gebleven elfde deel, want dat betekende dat een even onlogisch verborgen aanwezig tiende deel ontbrak!
Euforisch van anticipatie fantaseerde onze hoofdpersoon een hoeveelheid werktuigen (in zijn hoofd netjes lexicografisch gerangschikt) bij elkaar die hij nu kon aanschaffen om de zojuist ontdekte nieuwe gereedschapskistdimensie mee te vullen.
Of had deze persoon toch dyscalculie en vergat hij de tien bij het tellen?
Zonder dralen begon de brave borst zijn vingers te tellen, en kwam achtereenvolgens uit op 11, 9, 8 en 12, wat hem een geruststellend gemiddelde opleverde, maar het aan hem knagend onheilsgevoel niet wegnam.
Van dat knagende gevoel werd meneer na verloop van tijd een beetje zenuwachtig.
Herman kon de groeiende onrust niet langer aan, en opende het kleinste vakje in zijn gereedschapskist om er een doosje "Krimson-Plus" kalmeerpillen uit te halen.
Hij nam exact zoveel pillen als hij handen had, maar was er nog steeds niet zeker van hoeveel het er nou precies waren.
Aan twijfel ten prooi telde Herman zijn handen, en het gemiddelde van 1, 5, -3, 4 en -5 stelde hem maar gedeeltelijk gerust.
Lang twijfelde hij echter niet, want al gauw viel hij in een diepe slaap, te danken aan een overdosis "Krimson-Plus".
Zijn vrouw kwam even kijken wat er met onze Herman aan de hand was, omdat hij erg onrustig lag te slapen.
Hier trof zij hem schuimbekkend aan terwijl de kat hem van zijn lunch beroofde.
De kat zag plots het schuim en dacht aan een hond met hondsdolheid, waardoor de kat niet wist hoe snel hij/zij/het (geslacht onduidelijk) moest wegkomen.
Hoe de kat dit met hondsdolheid kon associëren blijft onduidelijk, vermoedelijk was hij (voor het gemak even het mannelijk geslacht aangenomen) deskundig raadskat maar anderen zeggen dat hij het helemaal niet wist en het associeerde met wat er gebeurde toen de mopshond van drie deuren verder shampoo had gegeten.
De kater rende tenslotte maar in alle paniek naar buiten, waarna een autobestuurder hem fors aanreed.
Dankzij een deskundige manoeuvre ontkwam de kater zijn dood.
Dat nam niet weg dat de helft van zijn ingewanden er uit lagen en de auto door de botsing flinke schade opgelopen had, wat natuurlijk het belangrijkste was.
De kater had de nodige schrammetjes maar de bestuurder lag over het gehele wegdek uitgesmeerd, wellicht reed hij iets te hard.
Om verdere sappige details te besparen voor de gevoelige lezer, gaan we maar in op Herman, die al tierend en schuimbekkend naar buiten kwam omdat de auto had ingereden op zijn tuin die hij zo goed had bijgehouden.
Dit was tekenend voor het verloop van dit verhaal, aangezien wederom onverklaard blijft hoe Herman uit zijn door drugs veroorzaakte diepe slaap was ontwaakt, om nog maar te zwijgen van een levende kat zonder ingewanden, al zou dat laatste verklaard kunnen worden door de vele levens van onze wispelturige huisgenoten.
Hoe dan ook, de kat had enkel nog een hart en longen op de juiste plek zitten en door de klap van de botsing was onze Herman, die oorspronkelijk uit Duitsland kwam, wakker geworden.
Zijn oog viel meteen op de hamer, die niet in de gereedschapskist, maar minstens anderhalve meter daarvandaan lag, hoewel hij er zeker van was het ding in de kist te hebben gegooid.
Terwijl hij zijn hamer verbijsterd terugwierp in zijn spiksplinternieuwe elfdelige gereedschapskist, trof hij tot zijn stomme verbazing zijn nijptang aan in het tot dusver missende tiende deel.
Tenslotte zag Herman dat de auto zijn gereedschapskist had beschadigd en het nu 5-delig was, waarna Herman helemaal door het touw lint ging.
Hij kreeg een afkeurende blik toegeworpen door de politieagent die het proces-verbaal opstelde: de auto had immers voorrang, en aan de gereedschapskist ontbraken zowel de nummerplaat als het remlicht.
Herman legde zich maar neer bij het hele gebeuren: hij reed ervan door op zijn gereedschapskist, omdat het geval wel een motor bevatte en hij het nummerbord en de lichten had toegevoegd.
Herman was echter vergeten de lichten aan te sluiten.
De lichten deden het alsnog niet en de politie ging in de achtervolging.
Dit was de druppel, Herman kon er niet meer tegen en schakelde het Destructotec© Universeel Afweersysteem type "Blitzkrieg" gewapend met torpedo's in.
Tot Hermans grote verbazing (niet zijn eerste die ongelukkige dag waarop hij stilaan begon te wensen niet uit bed te zijn opgestaan) bleek de agent te beschikken over een van niemand anders dan Batman voor een billijk prijsje overgenomen Batshield©®TM, dat de superheld in kwestie al sinds 1968 tóch niet meer gebruikte.
Met een luide knal kaatste de eerste Destructotec© Torpedo tegen het Batshield©®TM, om linea recta de richting van het open staande keukenraam van een vierde-etagewoning, waar een nietsvermoedende Janine Zemel vrolijk meezingend met haar radio een eitje stond te bakken, aan te nemen.
Een luide knal deed de woning schudden waarna er snel een grote brand uitbrak.
"Is het weer zover?" dacht Janine, die ondertussen was aangekomen bij de hemelpoort.
Grenzeloos was haar onschetsbare verbazing toen deze poort haar werd opengedaan door niemand anders dan haar immer knutselende en dapper aan de weg timmerende overbuur Herman.
"Huh, dit is de hemelpoort niet," dacht ze, want anders werd die poort wel door iemand anders opengedaan.
Haar nuchtere analyse van de situatie werd dra de grond in geboord door een wit bebaarde man in een lang kleed, een nijdig gelaat en een aureooltje op één oor, die Herman toesnauwde dat hij niet zomaar voor eender wie die aanbelde (of aanklopte wanneer de bel het niet deed) aan de hemelpoort mocht opendoen.
Om dan toch maar enigzins respect te hebben voor de gelovigen onder ons, ontwaakte Janine uit haar slaap en schrok van de brokstukken die in huis lagen en de wonden die ze had opgelopen.
De brandweer was al gealarmeerd en op weg naar een recordtijd, ware het niet dat een tweede automatisch afgevuurde torpedo de brandweerwagen uiteensloeg waarbij de bemanning over het gehele wegdek werd uitgesmeerd.
De politie begon een beetje ongeduldig te worden van de situatie zoals die was en daarom werd het leger maar geroepen om te zorgen dat Herman ingerekend werd en niet, zoals andere Duitsers, een zoveelste rijk zou willen stichten.
Herman had echter een obsessie voor grote gepantserde voertuigen en deze klusfanaat heeft dan ook zelf iets inelkaar geknutseld
Intussen was Janine begonnen aan een nieuwe poging om een eitje te bakken, terwijl ze zich afvroeg hoe ze erin geslaagd was om zo plots in slaap te vallen, en even plots weer te ontwaken: bestond de vierde dimensie dan tóch?
Er schreeuwde een stem vanuit de lucht. NEE! Ik wil niet dood! Janine negeerde het en ging verder met het eitje bakken.
Het eitje werd op een broodje gekwakt, er werden wat kruiden op gegooid en vervolgens kwam alles terecht in plekken waar de zon nog nooit had geschenen.
Dat waren de vriezer, koelkast en broodtrommel van Jan Janssen die van een zekere zakenman een muur moet bouwen aan de Amerikaans-Mexicaanse grens.
Helaas: de vriezer moest worden ontdooid, de koelkast moest na al die jaren worden ontruimd door de ontruimingsdienst omdat het er stonk en uit de broodtrommel werd een beschimmelde boterham gepakt door Jan Janssen; blijkbaar scheen de zon weer overal.
Dit tot grote woede van de Antizonnegod, wiens Hebreeuwse naam שתוק, שמש luidt, hij stampte een paar keer op de grond en daarop volgde de uitsterving van de Dinosauriërs.
De paleontoloog Friedrich Giebel stond versteld van deze beschrijving, omdat hij en vele anderen dachten dat het uitsterven de schuld van een meteoor was en niet, zoals hier beschreven, door een forse trap richting de tedere aarde.
Friedrich werd echter hardhandig uit zijn overpeinzingen gewekt door het geweld dat het leger en Herman's huisgemaakte tank tegen elkaar gebruiken.
De ene na de andere soldaat sneuvelde en het leger stond machteloos tegen het wapenarsenaal van dhr. Herman.
Ondertussen kropen 7 naaktslakken onder de struik vandaan om weg te komen, maar ze werden vermorzeld door het leger dat zin had in een makkelijkere tegenstander.
"DIERENMISHANDELING", riep Herman en hij schoot nog meer soldaten dood, waarna commandant Troebel de opdracht kreeg om loopgraven uit te zetten.
Herman trok zich hier weinig van aan omdat zijn tank met gemak over de loopgraaf heen reed waarbij hij de 355e infanterie in shock en verwarring achterliet.
Ook het leger begon nu enigszins moedeloos te worden.
Het sombere toekomstbeeld klaarde echter op toen het oog van korporaal derde klas Bootervliegh op Hermans gereedschapskist viel, en er, voor iedereen duidelijk zichtbaar, een heldere Philipslamp boven zijn hoofd helm ging branden.
Herman zag het ook en blies hem meteen op, alsmede zijn sergeant die naast hem stond.
Het ene na het andere idee werd weggevaagd en er kwam dus geen oplossing...
Ten einde raad besloot Troebel dat capitulatie de enige uitweg was.
Hij was al op weg om de handdoek in de ring te gooien, toen hij zich besefte dat zijn handdoek nog in de was zat.
Nu zag de commandant het niet meer zitten en Troebel barstte in snikken uit.
Een passerende Transgalactische Lifter kon het droevige schouwspel niet langer aanzien, en reikte de militair zijn eigen, voor intergalactisch liften nochtans zo onmisbare handdoek toe, maar moest tegelijkertijd toegeven dat hij niet over een passende ring beschikte.
De tranen van Troebel waren hierdoor nog steeds niet gedroogd, maar soldaat Koen was er klaar mee en schreeuwde: "VERMAN JEZELF, JIJ IDIOOT!".
Herman schrok van het geluid en vuurde nog een paar kogels af.
Troebel schreeuwde terug: "HOU JE BEK DICHT!", maar hij kwam nauwelijks boven het geluid van de explosies uit.
De bijzonder amateuristisch afgevuurde kogels richtten enkel luttele materiële schade aan: de ene kwam in een nabije dakgoot terecht, aldus een tot op heden nog altijd aanwezig lek veroorzakend, terwijl de andere afketste op een helm, vervolgens op een pantservoertuig, vervolgens op een trottoirtegel, vervolgens op een lantaarnpaal, om uiteindelijk, ontdaan van alle energie, in een verlaten grasperkje terecht te komen, waar hij drieënvijftig jaar later door een spelende kleuter werd gevonden.
Herman, normaal een geoefend en verdienstelijk schutter, ergerde zich kapot aan zijn wanprestatie en nam daarom bewust misplaatst wraak op de dappere soldaten van het leger.
Herman wilde er zeker van zijn dat hij zichzelf niet opnieuw beledigde en daarom trof hij het groepje met een raket.
Terwijl en ofschoon zijn overste hem geduldig het verschil probeerde uit te leggen tussen de woorden "raket" en "racket", weerde korporaal derde klas Waterslaeghers het projectiel deskundig af door middel van een welgemikte slag met een fluogele tennisbal, die de militair toevallig en tegen elk voorschrift in op zak bleek te hebben.
Intussen werd het stilaan donker.
Donkerder dan gewoonlijk, scheen het, zonder dat er één straatlantaarn aanging: zó donker zelfs, dat weldra enkel nog Waterslaeghers' fluogele tennisbal zichtbaar bleef, spijtig voor hem een excellent doelwit voor al wie nog tot mikken en vuren geneigd was.
Intussen had Herman een technisch mankement aan zijn tank, de carburateur van de linker motor zat met de gasklep vol open wat hoogst opmerkelijke taferelen opleverde.
Plots reed de tank met 130 de snelweg op, maar dit had niks te maken met de carburateur, maar met de motor die ook al niet meer goed functioneerde.
De tank was immers bedoeld om enerzijds met gemak de geluidsmuur te doorbreken, waar andere tanks enkel gewone muren konden doorbreken, en anderzijds in woonkernen de verkeerslichten te respecteren: met 130 de snelweg op duidde dus duidelijk op averij, en hier zouden brokken van kunnen komen, te meer daar de door de defecte carburateur veroorzaakte paranormale fenomenen de controle over het voertuig belemmerden.
De tank botste tegen van alles en nog wat aan, wat overigens geen schade aan de tank veroorzaakte.
Het leidend voorwerp in de voorgaande zin had er des te meer onder te leiden.
De schade in de omgeving liep namelijk op tot in de miljoenen.
Intussen had Herman zijn uit kabouterslaven bestaande bemanning de mankementen laten repareren waardoor hij de controle over zijn tank herwon.
Voor de zekerheid, gewend als hij was om de leiding te nemen, transformeerde hij nog gauw even het zo-even vermelde leidend voorwerp in een lijdend voorwerp, aldus zowel de grammaticale als de dagdagelijkse gang van zaken zo goed mogelijk herstellend: het laatste paranormale verschijnsel, veroorzaakt door de defecte carburateur, was daarmee voorgoed verleden tijd.
Precies wanneer men er niet op verdacht was sloeg op enkele tientallen meters van de tank een tweehonderdponder in.
Van de explosie zelf liep de tank echter weinig schade op, maar doordat de Herman zo hard reed met de tank kon hij niet voorkomen dat hij in de krater belande, die het gevolg was van de tweehonderdponder.
Nog vóór Herman de kans had om versteld te staan van zijn verbazing, kwam, precies op de gram na, al de door de inslag omhoog geworpen aarde en puin precies in de krater neer, die mooi egaal zou gevuld geweest zijn, ware het niet dat het volume van de zich eronder bevindende tank zorgde voor een kleine heuvel in het tot dan eerder vlakke landschapsfragment: diende Ruimtelijke Ordening hierin gekend, of zou men aan de geologische wijziging oogluikend voorbijgaan?
In een opwelling van razernij gaf Herman vol gas waarbij hij bijna uit de bedolven toestand was ontsnapt maar de inlaat op het laatste moment werd geblokkeerd.
Herman was nu levend begraven, maar gelukkig had hij twintig pakken koekjes in de tank liggen, dus hij kon voor een tijdje overleven.
Aan de oppervlakte begon de 8e gepantserde compagnie intussen een charge waarbij ze tot grote teleurstelling danwel verbazing niets of niemand aantroffen.
Om bij de achterban niet de indruk te wekken dat ze helemaal voor niks tot de actie waren overgegaan enerzijds, en omdat ze vreesden te maken te hebben met een vijand die zich naar believen kon wegmoffelen en weer uit het niets verschijnen anderzijds, besloot de compagnie zich in te graven, en zich voor te bereiden op een ouderwetse loopgravenoorlog, aldus hoogstwaarschijnlijk onbewust die van een eeuw daarvoor actief gedenkend, en allerminst verdacht op een al eerder onder hen ingegraven individu.
Een soldaat raakte Hermans tank met zijn schep en liet een lelijke kras achter waardoor Herman tot absolute waanzin werd gedreven.
Herman sprong uit zijn tank, rende naar het dichtstbijzijnde vliegveld en steeg op met een straaljager zonder ook maar een schram op te lopen, want hij was zo snel dat het leger geen kogel op hem gevuurd kreeg.
Deze A-10 Thunderbolt was bijzonder zwaar gewapend en met een druk op de knop vuurde Herman dit hele arsenaal in een keer af.
Er was een kort moment van absolute stilte, waarin Hermans gedachten heen en weer hinkten tussen ongeloof over wat hij deze dag al had aangericht en ontzag voor het spektakel dat over enkele ogenblikken zou losbarsten.
Dit moment van overpeinzingen werd subtiel verstoord door het tragische gekerm van de A-10 die door de terugslag van het boordgeschut werd verscheurd.
Het hele, bij spectaculair vuurwerk aanleunend spektakel werd van in de naburige wijk met de nodige filosofische ingesteldheid waargenomen door de op één dag na gepensioneerde bestuurder van tram 7, die aan het eind van zijn parcours gekomen was, en zich naar de tegenovergestelde kant van zijn rijtuig begaf om het parcours in de even tegenovergestelde richting aan te vatten, want ook al scheen op dergelijke momenten het einde van de wereld nabij, tóch moest de dienst verzekerd en de klant vervoerd worden.
Een nobel streven van een nobele zestiger, dat helaas bruut onderbroken werd toen hij precies in het midden van de tram over een fruitsappakje struikelde en dodelijk ten val kwam tegen een stopknop; dit verhaal is aan hem opgedragen.
De meer dan levensgrote bronzen gereedschapskist die middenin het park staat dat over het slagveld heen werd aangelegd, is daarentegen opgedragen aan Herman, die tenslotte de aanslepende onteigeningsprocedure spectaculair versneld had, want dat park had er al decennia lang moeten liggen.
Herman, door de harde klap van zijn ongeluk met de A-10 slechts mindervalide geworden, werd voor gek gehouden en in een inrichting geplaatst, terwijl zijn tank tot zijn grote verdriet aan een museum gedoneerd werd om jarenlang stil te staan.

Romanslogo.png Romans

Actie ·· Puur zakelijk · Sterfhart, een deurenkomedie · Sterfhart dat de stukken er vanaf vliegen · Het Slakkenverhaal

Avontuur ·· Dagboek van een holbewoner · Vijf Minuten · Het actieve Zijn van Elle Esdee en Snuifdoosje · N00broosje · De slagh by Oncyclopolis · Oneindigheid

Drama ·· !!Breezahboy · De weg van morgen · D'r is wat kwijt · Tommy · Angst en afkeer in Katwijk aan Zee · Twijfel

Kleurverhalen ·· 1: Misstanden in een ambassade · 2: Hardami I Vers 1-49 · 3: Een verhaal dat niemand overleeft · 4: Gereedschapsperikelen · 5: Drie Mojito's en de Vrees voor Water · 6: De Boom Blijft

Religie/politiek ·· Bijbel · Gezichtshaar voor den triomf · Kritiek van de onzuivere rede · Scheppingsmythe van de Wubboïstische mythologie · Klassieke scheppingsmythe

Romantiek/liefde ·· Het betoverde zwaard · Relatie

Verhalen voor het slapen gaan ·· De Overgang Der Dagen · Doem · Hamlap

Western ·· Kermis in de Hel


</center>