OnBoeken:Kleurverhaal 6 - De Boom Blijft

Uit Oncyclopedia
Ga naar: navigatie, zoeken

· · ·
(zo ontstond onderstaand verhaal)
· · ·

Het was een stormachtige avond en de bemanning van de "Zeedraak" zat onderdeks te kaarten, behalve de kapitein, die zat te peinzen over de route.
Dit laatste mag niet verbazen: een zeevaarder verplichten om van boom tot boom te varen om na te gaan of de boom in kwestie het goed deed, was een in de geschiedenis der zeevaart nog nooit eerder geziene opdracht, te meer daar het niet eenvoudig was om in de oceaan hoegenaamd bomen te vinden.
De aanwezige boomspecialist zat dan ook kotsmisselijk in zijn kajuit de minuten te tellen.
De kapitein vroeg zich dan ook af hoe die bomenkerel erin was geslaagd de admiraliteit te overtuigen om de "Zeedraak", een fregat met veertig kanonnen in te zetten om bomen te inspecteren, daar men van deze bomen toch nieuwe schepen zou maken.
Ook al had men deze taak met een veel bescheidener schip kunnen uitvoeren, toch liet hij, als gedegen ambtenaar, niets van zijn gevoelens merken, en legde al zijn maritiem verstand bijeen om een route te vinden die de meeste kans zou bieden op het vinden van geschikte bomen: de uiterst zeldzame zeebomen boden immers het beste hout om zeeschepen van te maken.
Misschien, dacht de kapitein bij zichzelf, misschien zou het helpen als men niet meteen alles wat men vond gebruikte voor willekeurige schepen.
Hij doelde natuurlijk op het Franse vliegdekschip "Charles de Gaulle", dat, uitsluitend opgebouwd uit plastic dat uit de zeven zeeën was opgevist, nog tijdens de tewaterlating in 1994 roemloos naar de bodem van de militaire haven van Toulon was gezonken.
Plots riep een matroos dat hij een zeeboom zag.
Nadere inspectie van het object leerde echter dat het om de top van de mast van een onlangs gezonken galjoen ging, een vaststelling die de kapitein meteen in zijn logboek noteerde, ter attentie van de "Vereniging Voor Vervaardigen & Vaarklaar Verklaren Van Voorvaderlijke Vaartuigen".
De kapitein vroeg zich af waarom hij deze missie uitvoerde, want zelf had hij het hout niet nodig, omdat hij 20 jaar eerder al heel wat zeebomen had gevonden en daar zijn schip van had gebouwd dat tot op de dag van vandaag nog in een perfecte gedaante verscheen aan zijn ogen.
Deze zelfzuchtige gedachten duurden echter minder lang dan het lezen van de voorgaande zin, en dra nam zijn ambtenaarsmentaliteit weer de bovenhand: de admiraliteit had haar vertrouwen gesteld in zijn kunde om met een antiek model schip en dito bewapening een missie uit te voeren, en die zou hij dan ook tot een goed einde brengen.
Toch liet hij matroos 1ste klas Berends naar het wrak duiken, in de hoop daar iets aan te treffen wat in zijn voordeel kon werken.
Toen Berends tijdens de inspectie van het ruim van het galjoen zag dat het eivol zeebomen stak, was hij verheugd iets heel bruikbaar te hebben gevonden, maar vroeg hij zich tevens af hoe een met hout gevuld houten schip had kunnen zinken.
Hij legde alles nauwkeurig vast op video en voerde diverse metingen uit, zoals het onderzoeksteam wenste.
Voldaan begaf hij zich weer naar het wateroppervlak alwaar hij de rest van de bemanning kon inlichten, om weldra tot de schokkende ontdekking te komen dat van de bemanning noch de "Zeedraak" een spoor te bekennen viel.
Overtuigd dat de kapitein er de brui had aan gegeven, voelde Berends zich eventjes moedeloos en verlaten, maar zijn ambtenaarsmentaliteit was nog beter ontwikkeld dan dat van zijn kapitein, en de missie indachtig brulde hij over het troosteloze wateroppervlak: "De Boom Blijft!", een uitroep die sindsdien de maritieme annalen kleurt, en toekomstige zeelieden inspireert.
Nu kwam het erop aan na te denken, een oplossing te zoeken en de moed niet te verliezen, maar toch moest het ook snel gaan.
Lang moest hij niet nadenken, want alvorens hij de moed kon verliezen kwam onzichtbaar de oplossing aanvaren in de gedaante van de TK-208 "Dimitri Donskoï", de enige nog actieve Russische kernonderzeeër uit de Typhoon-klasse.
Langzaam en geruisloos snelde het Russische gevaarte naar Berends toe.
Echter had dit Russische gevaarte totaal geen goede bedoelingen en was niet voor niets zo langzaam en geruisloos...
Gelukkig voor de matroos was de boordschutter van de duikboot net zo scheel als bezopen en zestien torpedo's misten doel.
De kapitein van de Russische onderzeeër was Breznjev, die helemaal over de zeik was en tierend tegen zijn twaalfkoppige bemanning zei dat boordschutter Chroezlin onmiddellijk gekielhaald moest worden.
Helaas voor Breznjev was dit bij een onderzeeër iets gecompliceerder dan normaal, dus werd besloten dat Chroezlin voortaan geen vodka meer bij de borstsj kreeg.
Berends, die zich intussen stilaan begon af te vragen waarom hij de komst van de onderzeeër zes zinnen terug had geïnterpreteerd als de oplossing voor zijn mysterieus probleem, zag wederom licht aan de tunnel, een prestatie in volle zee, toen hij aan de horizon het onmiskenbare silhouet van de "Zeedraak" in vooraanzicht langzaamaan groter zag worden.
Kapitein Pichal had de ontploffende torpedo's gehoord, en stuurde het fregat daarheen, in de hoop een spoor te vinden van matroos 1ste klas Berends.
Met geladen geschut voer de "Zeedraak" op de onderzeeër af.
Pichal was klaar voor de strijd, hij had namelijk een week eerder op de rommelmarkt een Amerikaanse diepzeebom op de kop weten te tikken, en kon niet wachten om deze uit te proberen.
Bootsman Baantjer vroeg zich echter af of de bom wel veilig was...
Maar ja, bevel is bevel en die bom moest overboord: dus de bootsman pakte de bom, stelde de ontsteking in en gooide hem overboord.
De bom was echter heel zwaar en bootsman Baantjer had nauwelijks de kracht om hem overboord te gooien, en zo kwam de bom op 2 meter afstand van het fregat tot ontploffing.
De scherven raakten zowel de onderzeeër als het fregat en beide begonnen in rap tempo water te maken.
Berends was gelukkig niet geraakt, maar zag de schokgolf op zich toe rollen.
Terwijl hij onderdook om alles te ontwijken ging de "Zeedraak" over op ouderwets kanonvuur.
De onderzeeër probeerde weerstand te bieden, maar was kansloos omdat hij op 20 meter diepte aan het zinken was.
Het fregat was zelf ook al volledig onder water, maar de kanonniers bleven moedig doorschieten, tot verbijstering van de onderwaterfauna, die van zinkend-scheepsbemanningsleden een totaal andere attitude gewend was.
De bemanning van de "Zeedraak" was zelfs nog begonnen met het dichten van de gaten, een poging waarvan een leek zou hebben gezegd dat het een nutteloze was maar waarover een ervaren zeeman beter wist: op deze manier werd namelijk een verder zinken van de "Zeedraak" voorkomen.
Het dichten van de gaten in een zinkend schip dat zich al volledig onder water bevond terwijl het nog uit alle veertig kanonnen vuurde, werd zo virtuoos uitgevoerd, dat de dappere matrozen onbewust het fregat omvormden tot een heuse onderzeeër, aldus de Vliegende Hollander qua spookachtigheid naar de kroon stekend.
Door de hitte van de kanonnen verdampte het water in het ruim en ontstond er overdruk, toen de stoom vervolgens kon ontsnappen was het schip vanbinnen droog en plots kwam het weer aan de oppervlakte.
De gehele Indische oceaan was verdampt en de bodem was omgetoverd tot een slagveld.
Deze situatie duurde niet lang, met een donderend kabaal kwam het water uit andere oceanen waardoor, na de nodige verwarring, de "Zeedraak" kalm dobberend op de golven terecht kwam en de onderzeeër verdween in het geweld.
Nu was het voor zowel de onderzeeër als het fregat over en uit...
De bemanning van de "Zeedraak" spoelde aan op een eiland dat niet op kaarten stond en de onderzeeër is nooit meer teruggevonden.
Er barstte een hevige discussie los over de eventuele naam van dit eiland.
Slechts één matroos, Douwe Egberts, mengde zich niet in deze discussie, omdat hij zich als enige afvroeg waarom ze de "Zeedraak", die nog altijd kalm dobberend op de golven te zien was, eigenlijk omgeruild hadden voor een schijnbaar verlaten eiland.
Wat hij niet wist, was dat de zeilen waren gescheurd en de voorraden bedorven door het water: gezien het feit dat de bemanning eten nodig had was de keuze dus snel gemaakt.
Toen, na lang over en weer turen van "Zeedraak" naar eiland en van eiland naar "Zeedraak", deze voor de hand liggende realiteit tot Egberts was doorgedrongen, mengde hij zich in de discussie over de naam van het eiland, en stelde voor om het "Boom" te noemen, ter herinnering aan de hun toevertrouwde doch deerlijk misgelopen missie.
Deze naam moest het opnemen tegen "Zandeiland", "Drakeneiland", "Vlambergen""' en "Piet".
Douwe Egberts slaagde erin om een meerderheid rond zijn voorstel te scharen, en wel onder Berends' leuze "De Boom Blijft", een kreet die sindsdien het wapenschild van het eiland Boom siert, onder de afbeelding van een zeeboom en twee kanonnen, alles in goud op azuur.
Maar voordat het eiland van de bemanning van de "Zeedraak" was moest er nog een klein probleem worden opgelost: inboorlingen hadden zich verzameld en omsingelden de bemanning.
Douwe Egberts slaagde erin om ook deze vurige wilden rond zijn zich langzaam vormend ideaal te scharen, door hen niet alleen te verkondigen dat hun tot dan toe naamloze eiland ontdekt was, en dus officieel bestond, maar dat dat nóg officiëler werd gemaakt door het een naam, "Boom", te geven, en dat zij er bovendien de eerste burgers van zouden zijn, met recht op beperkte inspraak in het toekomstig bestuur.
Het stamhoofd stemde in met het voorstel, maar zijn rechterhand verzamelde een slordige honderd krijgers om met geweld een staatsgreep uit te voeren.
Deze krijgers waren des te woester omdat ze, te weinig vertrouwd met Vondels spraak, meenden dat zij als slordig aanzien werden, terwijl ze er al heel hun onontdekt leven een punt van maakten om netjes en stipt te zijn, ten einde een goede indruk te maken op de eventuele ontdekkingsreizigers die hen ooit uit het ongewisse zouden redden.
De bemmaning van de Zeedraak voelde de dreiging aankomen en vliegensvlug werden musketten, sabels en pistolen in gereedheid gebracht.
Bij het eerste commando tot vuren bleek al meteen dat het tijdens het naar de kust zwemmen nat geworden buskruit zijn efficiëntie had verloren, en dat het zou aankomen op man-tot-mangevechten met het blanke wapen.
De kapitein besloot dat het te laat was om een manier te bedenken om het kruit te drogen, en beval tot een gevecht tot de laatste man.
Van de weeromstuit gingen de manschappen rond de voor de gelegenheid inderhaast in elkaar getimmerde tafel zitten, om te beraadslagen wie die laatste man dan wel zou wezen, aangezien impliciet aangenomen werd dat deze man de enige overlevende van het finale gevecht alias veldslag zou zijn.
De rebelse inboorlingen vertrouwden het gefluister niet en begonnen zelf dus ook maar te fluisteren over het onderwerp van het gefluister van de zeelieden, die zich op hun beurt weer afvroegen waarover de inboorlingen fluisterden.
In beide kampen werd na lang maar weloverwogen overleg besloten om een datum te prikken waarop alle pro's en contra's eens op een rijtje te konden worden gezet: haastige spoed is zelden goed, en de boom blijft tóch, zoals een schalkse zeeman knipogend opmerkte.
Romanslogo.png Romans

Actie ·· Puur zakelijk · Sterfhart, een deurenkomedie · Sterfhart dat de stukken er vanaf vliegen · Het Slakkenverhaal

Avontuur ·· Dagboek van een holbewoner · Vijf Minuten · Het actieve Zijn van Elle Esdee en Snuifdoosje · N00broosje · De slagh by Oncyclopolis · Oneindigheid

Drama ·· !!Breezahboy · De weg van morgen · D'r is wat kwijt · Tommy · Angst en afkeer in Katwijk aan Zee · Twijfel

Kleurverhalen ·· 1: Misstanden in een ambassade · 2: Hardami I Vers 1-49 · 3: Een verhaal dat niemand overleeft · 4: Gereedschapsperikelen · 5: Drie Mojito's en de Vrees voor Water · 6: De Boom Blijft

Religie/politiek ·· Bijbel · Gezichtshaar voor den triomf · Kritiek van de onzuivere rede · Scheppingsmythe van de Wubboïstische mythologie · Klassieke scheppingsmythe

Romantiek/liefde ·· Het betoverde zwaard · Relatie

Verhalen voor het slapen gaan ·· De Overgang Der Dagen · Doem · Hamlap

Western ·· Kermis in de Hel