OnBoeken:Kleurverhaal 9 - Nog geen titel

Uit Oncyclopedia
Ga naar: navigatie, zoeken

· · ·
(zo ontstond onderstaand verhaal)
· · ·

"Nog geen titel," sprak Graaf Ernst Rüdiger von Starhemberg misnoegd, "en de Turken staan voor de poorten van de stad!".
Terwijl de bevelhebber van de verdediging en tevens militair adviseur van Von Starhemberg op zoek was naar een passende aanspreekvorm lieten de Turken aan de andere zijde van de muur zich nog even tegenhouden door de poort waarvan ze niet eens hadden geprobeerd of die wel op slot zat.
Op de muren van Slot Starhemberg kookte de lokale waard een grote ketel met pek, dit met de gedachte deze weldra over het Turkse gepeupel uit te spreiden.
Von Starhemberg was intussen wel zo verschrikkelijk klaar met het ego van zijn militair adviseur dat hij hem maar tot baron benoemde, met de achterliggende gedachte dat hij toch wel met het kanonnenvoer vooruit zou worden gestuurd om nooit meer terug te keren.
"Eer die ketel met pek helemaal vanuit mijn slot tot hier in de stad is geraakt, dwars door de Turkse linies nog wel, is het te laat," sprak Graaf Ernst Rüdiger von Starhemberg bezorgd tot zijn officieren, "Baron van Zeep tot Sop zal dus een uitval doen via de Westerpoort, en wel nu meteen!".
Met vijfhonderd infanteristen stormde de baron door de Westerpoort naar de Turkse troepen, waar hij onmiddellijk omsingeld werd.
De hoop van Baron van Zeep tot Sop om niet in de pan te worden gehakt bleek vruchteloos en vergeefs, aangezien de Turkse Dienst voor Voedingsreglementering de avond voordien op weinig wetenschappelijke wijze unaniem had besloten dat vleeskwaliteit van ongelovige honden ver genoeg stond boven de kwaliteit van varkensvlees, aldus de culinaire aantrekkingskracht van de Weense infanterie gevoelig verhogend en de jagerskreet "Hallali!" een extra betekenis gevend.
Dezelfde dag werd de baron aan het spit geroosterd en als lunch aan de troepen gegeven.
Nu deze kwestie geregeld was, en enkel het door de Turken omscholen van de vijfhonderd infanteristen tot evenveel Janitsaren een schaduw op de toekomst wierp, nam de graaf de verdediging van de stad zelf in handen, en combineerde dit met het onaflatend blijven zoeken naar een titel voor het epische moment waarvan hij actief getuige was.
De graaf had een plan uitgestippeld om de stad te verdedigen tot versterkingen zouden arriveren, maar dit plan werd in gevaar gebracht door de explosieven die onder de stadsmuur waren geplaatst.
Een oude, uit rust opgeroepen generaal opperde het plan om iemand naar Brussel te sturen en daar Manneken Pis te ontvreemden, omdat die een grote expertise scheen te hebben in het op natuurlijke en vooral discrete wijze onschadelijk maken van explosieven, terwijl zijn kleien gestalte hem ontegenzeggelijk toegang zou verschaffen tot zelfs de nauwste mijngangen.
Vier soldaten werden op pad gestuurd, en na nog geen twintig voet af te hebben gelegd verpletterd door een kanonskogel.
De vier dapperen (noch hun nabestaanden) hebben ooit geweten dat hun missie slechts een afleidingsmanoeuvre was: de tegelijkertijd losgelaten postduif bereikte Brussel wél, en werd daar hartelijk ontvangen.
Het gekleide beeld werd snel ingepakt en opgestuurd, maar de last bleek te zwaar voor de postduif.
Pas toen men besloot om de duif aan het hoofd te stellen van het Vijfde Kleiduifeskader, in tegenstelling tot en ter logistieke aanvulling van de vier andere eskaders gespecialiseerd in vrachtvluchten, kwam het beeld van de grond.
Nog voor het donker werd het Groothertogdom Luxemburg aangedaan, maar het zou zeer onverstandig zijn om met zoveel uitgeputte duiven in de gelederen de Alpen over te steken, waardoor er eerst een rustpauze werd ingelast.
De Alpen zouden ze sowieso niet gehaald hebben, en wel door toedoen van de Frohliche Tontaubenschützen von Echternach, die hun jaarlijkse Schuttersfeest hielden en een extra attractie ontwaarden.
Het oorspronkelijke beeld stortte hierbij ter aarde en de resten werden nooit gevonden, ondanks de beloning van vijftien frank die was uitgeloofd door de koning van België.
De kopie die tegelijkertijd was meegestuurd met een koopliedenkonvooi, geëscorteerd door ridders met een rood kruis op hun witte tuniek en een blauwe helm op hun hoofd, geraakte daarentegen wél tot in, of toch tot zeer dicht bij Wenen, waar hun verschijning zoveel verbazing veroorzaakte onder de Turken, dat dezen lang genoeg in een stilstaande fase versteenden om het gezelschap de stadsmuren te laten bereiken.
De leider klopte op de poort, waardoor de explosieven onder de muur begonnen te trillen, met onmiddellijke detonatie tot gevolg.
Gelukkig voor de stedelingen was het dynamiet nog niet uitgevonden, en bleek de detonatie zich te beperken tot de spontane ontbranding van een vaatje buskruit dat eigenlijk in het Stedelijk Museum van Constantinopel thuishoorde, omdat het dateerde uit de tijd van de uitvinding van het buskruit, en dus goed over tijd was, maar door een slordige genie-overste goed genoeg was bevonden om bij de rest gevoegd te worden, zodat de impact zich beperkte tot veel rook en weinig vuur.
De overste in kwestie voelde er weinig voor dit aan de regimentscommandant uit te leggen, en liep dus met zijn gehele bataljon over naar de Oostenrijkse zijde.
Daar was Graaf Ernst Rüdiger von Starhemberg al zozeer opgemonterd door het hele gebeuren, dat hij weer ijverig aan zijn titel zat te sleutelen, en zelfs al twee mogelijkheden voor ogen hield: "Waar rook is, is niet altijd vuur" en"Roken als een Turk".
Von Starhemberg was zo diep aan het nadenken dat hij niets meer meekreeg van wat er om hem heen gebeurde, terwijl min of meer iedereen in een straal van twintig mijl stond te kijken naar wat Von Starhemberg overkwam.
Zelfs nadat het hem overkomen was wist de graaf nog altijd nergens van, tot grote verbazing van de toeschouwers: alsof er niets gebeurd was, voegde hij een derde titel toe aan het aanbod, dat hij aldus veranderhalfde: "Geen rook of mist krijgt mij gekist!".
De graaf ging met werkkamer en al steeds hoger de lucht in, tot hij achter de wolken verdween en men slechts kon aannemen dat de graaf bleef stijgen.
Deze hemelvaart was de druppel die de emmer der Turkse belegeraars deed overlopen, zodat niet alleen de graaf, maar ook een massabekering in de overwegend heldere, doch lokaal bewolkte lentelucht hing.
De oorzaak van dit opmerkelijke verschijnsel was echter in geen enkel opzicht goddelijk.
"Nog geen titel", verkondigde een welstellende veekoopman, "dáár ligt het kalf gebonden!".
Terwijl de graaf langzaam doorkreeg dat er een vrij grote wending in het verhaal aan het plaatsvinden was, waardoor zijn titels binnenkort slechts als tussenkop zouden kunnen dienen, werd zijn werkkamer zorgvuldig door een grote laadklep gestuurd waarna de graaf, die inmiddels was begonnen met opstellen van een brief die zijn onmiddellijke invrijheidstelling eiste, gericht werd beschoten met een verdovende straal.
Dit alles zou de graaf de bijnaam 'Graaf nalatig' gegeven hebben aangezien de verdovende straal van de Turkse belegeraar luidkeels werd aangekondigd door een imam, staande op een kernraket achtige minaret, die het ochtendgebed oplas, ware het niet dat dit een hallucinatie was tengevolge van de straal afgevuurd door een bleekgroene gestalte die de graaf nu op een brancard plaatste, zodat twee ondergeschikte bleekgroene gestalten hem naar de studiekamer van de bevelvoerder van het voor de op de grond levende aardbewoner onzichtbare gevaarte konden rijden.

Het door merg en been gaand naargeestig gepiep van het linker achterwieltje van de brancard wekte echter, nog vóór de studiekamer was bereikt, de onvoldoende verdoofde graaf, die luid gesticulerend en wild gillend van de brancard viel.
Toen de bleekgroene gestalten hem opnieuw wilden verdoven rammelde de graaf ze allebei inelkaar, waarna hij uit kon gaan zoeken waar hij zich nou eigenlijk bevond.
De helder denkende edelman begon alvast met het lezen van de overvloedig aanwezige wegwijzers die teksten bevatten als "Toiletten", "Machinekamer" en "Ruimteschipzelfvernietigingsknop".
Toiletten had hij op het moment niet nodig, wat een ruimteschip was en waarom het zichzelf moest vernietigen was de graaf een raadsel, de machinekamer was alleen toegankelijk voor de technische dienst dus besloot de graaf de bordjes "Commandobrug" te volgen.

Onderweg werd hij regelmatig aangenaam verrast door deuren die opengingen zonder dat er een lakei of andere dienaar in zicht was, terwijl uit de deuren zelf telkens een aangename, zachte stem te horen was die begroetingen uitte als "Komt u toch gerust verder", "Het is mij een eer en een genoegen u door te laten" en "Prettige dag verder".
Aangekomen op de brug kwam hij een bleekgroene gestalte tegen die er anders uitzag dan diegenen die tot nu toe had gezien, namelijk met een uniform bestaande uit een donkerpaars maatpak met zilveren stiksels, zwarte laarzen, een donkerpaarse pet met daarop de naam van het schip en op de mouwen zilveren strepen die de rang van overste aangaven.
"Graaf Ernst Rüdiger von Starhemberg, neem ik aan?" sprak de flamboyant geklede gezaghebber met een tongval die een lang verblijf in Upsilon Andromedae verried.
De graaf knikte instemmend en informeerde toen naar wat er eigenlijk gaande was, waarop hij te horen kreeg dat hij eerst naar het moederschip de "Betelgeuze" zou worden gebracht, en dan verder geïnformeerd zou worden.
Ambtshalve vertrouwd met Brussel en omgeving, keek de graaf vol verwachting uit naar het bezoek aan deze hem nog onbekende geuzebrouwerij, hoewel het natuurlijk even goed om een geuzestekerij kon gaan.
Zijn teleurstelling was groot, maar zijn verwondering nog groter toen de Betelgeuze een nog groter ruimteschip bleek dat tevens als vlaggenschip van de eskadercommandant Viceadmiraal T. R. Fitzgerald, Thomas voor vrienden, fungeerde en faciliteiten voor zeventig vliegende schotels, drie gehele infanteriedivisies, een gemotoriseerde divisie en twee pantserdivisies bood.
"Zie mij hier nu staan met mijn sabelke uit den Aldi..." mompelde de plichtbewuste, doch enigszins naïeve Oostenrijker, onbewust teruggrijpend naar het kleurige taalgebruik van één zijner overgrootvaders.
De graaf werd aan de eskaderstaf voorgesteld en kreeg een rondleiding door de Betelgeuze, waarbij als eerste de officiersvertrekken aan bod kwamen.
De invité was echter met zijn gedachten volstrekt niet bij de verstrekte uitleg: "Betelgeuze" lonkte hem meer en meer uitnodigend toe als mogelijke titel, en hij kende zijn prioriteiten zodanig goed, dat hij "First things first!" zou gedacht hebben, ware hij de Engelse taal meester geweest.
De graaf was echter wel mateloos geboeid door de wasserette aan boord van de Betelgeuze, omdat deze bijvoorbeeld met enorme wastrommels was uitgerust waaruit de was rechtstreeks bij grote wasmanden gleed, waarna het in enorme windtunnels met hete lucht werd gedroogd.
Maar lang bleef hij niet geboeid door deze in wezen proletarische ontwikkeling: het zou heel anders geweest zijn indien de was er gedaan werd door leuk ogende jonge vrouwen, terwijl hijzelf voorlopig de enige vertegenwoordiger van het menselijk ras scheen te zijn aan boord van deze buitenissige constructie.
Verder in de rondleiding kwamen de kunstmatig aangelegde weidelandschappen op dek 4B aan bod, waar de graaf naast enkele honderdtallen runderen en een enorme hoeveelheid pluimvee (volgens de verantwoordelijk officier 6522 kippen, 77 eenden, 39 zwanen, 44 ganzen, 22 condors, 47 buizerds, 61 mussen, 455 kwartels, 103 struisvogels en een emoe met een drankprobleem) toch enkele mensen aantrof die dienden om de bleekgroene gestalten uit te leggen hoe ze een veestapel moesten onderhouden, maar deze spraken vroegmiddeleeuws Nedersaksisch en vormden dus geen geschikt gezelschap voor de graaf.
De spectaculaire landschappelijke verwezenlijking bracht de graaf echter wél een belangrijke kwestie te binnen, maar net toen hij zijn mond opende om zijn gids daarover een minstens even belangrijke vraag te stellen, werd de hele Betelgeuze duchtig door elkaar geschud, en sirenes begonnen te loeien.
De gids, die tevens bevelvoerder van de technische dienst was, werd gebeld door de commandant nucleaire energievoorzieningen luitenant der tweede klasse C. J. "De Wolf" White, die zijn bijnaam te danken had aan zijn voor de bleekgroene gestalten ongebruikelijke hoeveelheid gezichtsbeharing, met de boodschap dat een bleekgroene kwartiermeester bij het verwisselen van een splijtstofstaaf kortsluiting had veroorzaakt waardoor in totaal vijf van de acht hoofdreactoren oververhit waren geraakt en nog twee preventief moesten worden uitgeschakeld, waardoor het hele schip nu door een reactor van stroom werd voorzien, wat deze reactor hoogstens nog anderhalf uur aankon.
Het gebrek aan hoogtechnologische kennis van de graaf weerhield hem ervan te beseffen dat het gevaarte waarin hij zich bevond niet alleen zijn strategisch onontbeerlijke onzichtbaarheid zou verliezen, maar ook onzacht in aanraking zou komen met de dichtstbijzijnde planeet, meer bepaald de planeet Aarde, en nog preciezer de nog niet door de nog onbestaande Unesco als werelderfgoed beschouwde stad Wenen.
De officieren van de technische dienst waren intussen druk met het uitschelden van ondergeschikten, terwijl de kapitein van het schip nerveus over de brug begon te ijsberen en de eerste stuurman tevergeefs probeerde enige vorm van invloed uit te oefenen op het schip.
Op de begane grond waren intussen zowel aan Oostenrijkse als aan Turkse zijde tekenaars druk bezig met het schetsen van de verbazing van hun soortgenoten bij het aanschouwen van het voor hun ogen zichtbaar wordende ruimteschip, in plaats van het ruimteschip zélf te schetsen en aldus het aanschijn ervan te bewaren voor het nageslacht, vóór het te pletter zou storten (het ruimteschip, niet het nageslacht).
In het ruimteschip werd intussen de inmiddels flauwgevallen kapitein weer bij kennis gebracht door een van de weinigen die niet in volstrekte paniek door het schip heen rende.
Gewend aan een actief leven, wou de graaf óók niet stilzitten, en drukte met een gedecideerd gebaar op de enige knop die hem tegelijk onschuldig en toch actieverwekkend toescheen, met een spectaculair resultaat tot gevolg, en een spectaculair gevolg als resultaat.
In zijn onwetende onschuld had de graaf drie dozijn ongeleide raketten afgevuurd, die Innsbruck, Moskou en Utrecht met de grond gelijk maakten. Evenmin wist de graaf dat hij hiermee in de kaart speelde van drie bouwpromotoren, die, onafhankelijk van elkaar, komaf wilden maken met volgens hen totaal verouderde infrastructuren en sentimentele gehechtheid aan ouwe rommel.
Terwijl de buitenaardsen de schade opnamen werd vergeten dat de laatste hoofdreactor nog op volle toeren draaide, terwijl het koelsysteem van het hele schip lek was, waardoor mutageen koelwater in het milieu lekte.
De ludieke levensvormen die sindsdien de Oostenrijkse legendes bevolken, zoals de Schele Iep, de Onzichtbare Roze Eenhoorn en de Zingende Scheerkwast spreken nog altijd tot de verbeelding van Groene Jongens die in een tekort aan argumentatie verkeren, en deden de graaf zelfs eventjes zijn zoektocht naar een titel vergeten..
De graaf pakte de zoektocht later wel weer op, maar een titel heeft hij nooit gevonden.
Romanslogo.png Romans

Actie ·· Puur zakelijk · Sterfhart, een deurenkomedie · Sterfhart dat de stukken er vanaf vliegen · Het Slakkenverhaal

Avontuur ·· Dagboek van een holbewoner · Vijf Minuten · Het actieve Zijn van Elle Esdee en Snuifdoosje · N00broosje · De slagh by Oncyclopolis · Oneindigheid

Drama ·· !!Breezahboy · De Meeuw · D'r is wat kwijt · Tommy · Angst en afkeer in Katwijk aan Zee · Twijfel

Kleurverhalen ·· 1: Misstanden in een ambassade · 2: Hardami I Vers 1-49 · 3: Een verhaal dat niemand overleeft · 4: Gereedschapsperikelen · 5: Drie Mojito's en de Vrees voor Water · 6: De Boom Blijft · 7: Drie bandieten en de Tumbleweed Creek City Bank · 8: Warmte alleen kan u redden, zei de koele kikker · 9: Nog geen titel · 10: Het duistere wereldoverheersingsplan van de geniale doch gestoorde Zacharias T. de Rover

Religie/politiek ·· Bijbel · Gezichtshaar voor den triomf · Klassieke scheppingsmythe · Kritiek van de onzuivere rede · Scheppingsmythe van de Wubboïstische mythologie · Zesdaagse Oorlog

Romantiek/liefde ·· Het betoverde zwaard · Relatie

Verhalen voor het slapen gaan ·· De Overgang Der Dagen · De Rijdende Hollander · Doem · Hamlap

Western ·· Kermis in de Hel