OnBoeken:Sicco de rechtvaardige

Uit Oncyclopedia
Ga naar: navigatie, zoeken
De Hasseberg; de hang-out van de Wubboïstische goden

Er was eens een feestje op de Hasseberg. Toen was de Hasseberg in de wijde omtrek bekend als dé berg, nog de hoogste berg ter wereld, midden in een onafzienbaar groot vlak Gronings polderlandschap. De goden vierden dat Tammo tachtig jaar was geworden. Het was een gezellige boel, afgezien van Tammo die met tachtig liter jenever (we hebben het hier wel over Groningse goden) en tachtig Stegeman-worsten op, half dood in een hoekje zat.

Nadat iedereen toch nog een poging had gedaan om Tammo te feliciteren, hadden ze het feest maar zonder de "enigszins aangeschoten" Tammo voortgezet. Het was één en al jolijt en jenever werd bij de vleet geschonken. De sfeer kwam er almaar beter in. Zelfs de anders zo nuchtere Jan de Boer kon overgehaald worden tot een potje karaoke.

Ook barman Remkes had het zeer naar zijn zin, vooral toen Lenie letterlijk de sterren van de hemel zong met een oud vissersliedje, een gebeurtenis die later nog tot spreekwoord verheven zou worden. Gelukkig was de handige Abel aanwezig die ze snel weer terugtimmerde. Het werd helemaal leuk toen nar Bert de zwaar beschonken goden dubbel kreeg met een van zijn waarlijk kostelijke moppen:

"Een boer had tien kippen: vijf witten en vijf witten. Hoe heet zijn hond?"

... beschonken godenhumor wordt over het algemeen niet door stervelingen begrepen. Wia echter was stinkend jaloers op Lenie en haar succesvolle optreden, zij wilde ook aandacht, wat haar uiteraard noodlottig werd.

Om de aandacht te trekken besloot ze dat het tijd was voor drastische maatregelen, met ferme, ietwat slingerende tred stapte ze op Remkes af en bestelde, geheel tegen de godenregels in: een Blue Curaçao.

<en dan gaan we er nu uit voor de reclame:>
Remkes jenever banner.gif

Alle goden waren in één klap muisstil, je kon een speld horen vallen, misschien zelfs wel twee. Vooral barman Remkes was helemaal van zijn à propos en viel, na een paar keer met zijn ogen te hebben geknipperd, in katzwijm.

Tammo werd weer wakker, stak zijn vinger in de lucht en riep, tot grote ergernis van de overige goden, tachtig maal schande, om daarna weer in slaap te vallen. Freek probeerde Wia nog op andere gedachten te brengen, maar door het geschreeuw van Tammo viel dat niet op. Voor Moberg, de puristische en bij vlagen principiële god, was de maat vol: "Wanneer de goden zelf heiligschennis plegen op onze heilige jenevertraditie, wat blijft er dan nog van ons over? Niets anders dan een stelletje zatlappen, dansend op één of andere Groningse berg. Bij de Groningse galjoenen, ik vertrek! Ik begin m'n eigen mythologie wel! Vaarwel!". En weg was hij.

Toen kwam Wubbo terug van de WC, waar hij een grote boodschap had gedaan en nu weer klaar was voor een nieuw potje karaoke. Maar tot zijn verbazing trof hij sip en verdwaasd kijkende goden aan. "Wat is dit voor een saaie boel? Wat is hier gebeurd?". Wia keek hem schuldig aan, en nam met trillend handje nog een sipje van haar Blue Curaçao. Wubbo was nog woester dan Tammo geweest was en ontstak in een furie: "Gij #*%&#@, $#&☠^*# $*#@☠% ☠*&^ #$%!". De andere goden waren verbijsterd door het nieuw verworven vocabulaire van de anders zo nette Wubbo.

In het kort kwam het er op neer dat Wubbo wilde weten wat er precies aan de hand was en waarom Moberg ineens was verdwenen. Na het verhaal aangehoord te hebben kwam Wubbo tot het grote inzicht dat het tijd was dat er iemand voor rechter kwam spelen, daartoe schiep hij me een hoop bombarie, waardoor het feestje, ook al vernam Tammo daar niks van, toch nog een beetje tot leven kwam, "Sicco de rechtvaardige". God van de rechtvaardigheid (en omdat Wubbo dat anders zo'n lege functie vond tevens god van de bijzettafeltjes).

Sicco begon meteen met het bouwen can een groot tribunaal naast het prestigieuze en altijd gelijk hebbende orakel van Delfzijl. De stervelingen van Delfzijl wisten niet wat hen overkwam, het door Sicco pletgeplempte stadscentrum is dus tot op de dag van vandaag nog nooit weer opgebouwd. Om de zaak tot op de bodem uit te zoeken, beslooot de "o zo rechtvaarige en doortastende" Sicco dat hij een groot aantal getuigen nodig had.

Wia zag al een zware straf boven haar hoofd hangen en besloot haar vriend Carl op slinkse manier in te palmen, waarvan wij omwille van de smakelijkheid verdere details achterwege zullen laten. Na deze mysterieuze gebeurtenis dreigde Carl tegen eenieder die wilde getuigen met het veroorzaken van een bloedige godenoorlog, nog bloediger dan de catastrofale menstruatie van Wia in 1945. De goden hielden zich koest en gingen weer over tot de orde van de dag.

De meeste goden dan, want er was nog altijd Moberg, die te druk was met solliitatiegesprekken voor zijn eigen mythologie en daarbij ook nog eens een verschrikkelijke hekel had aan Carl. Moberg kwam dus opdagen voor het tribunaal van de "o zo rechtvaardige en o zo van bijzettafeltjes houdende" Sicco.

Aangezien dit Sicco's eerste rechtszaak was ging het er een beetje amateuristisch aan toe, de goden moesten zichzelf verdedigen en er was ook geen openbaar aanklager. Bovendien werden Wia en Moberg in het kolossale gebouw heel knus en gezellig naast elkaar neergezet, zodat ze fijn konden bijkletsen.

Toen de rechtszaak begon riep Sicco zowel Moberg als Wia naar voren, zodat ze zich beide konden verdedigen. "En de aanklacht luidt: heiligschennis... en het drinken van een Blue Curaçao." Wia reageerde ad rem met een doortastend en doeltreffend argument: "Nietes!". Sicco, die dit toch niet echt verwacht had liet hierna Moberg aan het woord, die tot ieders verbazing met een al even sterk argument aankwam: "Welles!". Sicco vond dit de zojuist uitgevonden rechtspraak onwaardig en ging daarom meedoen met de discussie, waarop hij willekeurig en hoogst onarbitrair tegen zowel Moberg als Wia willekeurig welles en nietes begon te brullen.

Olm; god van de dieren en bieren

Nadat dit vijf uur, drie kwartier en twaalf seconden had geduurd zagen de stijdende partijen in dat het eindoordeel er aan zat te komen. Sicco trok zich eventjes terug om luidkeels met zichzelf in overleg te gaan. Uiteindelijk kwam de rechtvaardige rechter met het volgende, afgewogen oordeel: "Mijn waarde collegagoden, na lang en deliberaat beraad, heeft het college van rechters.. ik dus, besloten tot het volgende oordeel te komen: Wia wordt vrijgesproken, Blue Curaçao vind ik wijvendranken, jenever is te smerig voor woorden, vanaf nu drinken de goden bier. Zitting gesloten." Waarop Sicco de zaal verliet en Moberg en Wia al even verbaasd als op het feestje achterliet.

De moraal van dit verhaal: De goden waren zoals altijd niet tevreden, vooral Remkes die zijn positie voortaan moest delen met de nieuwgeschapen god van de dieren en bieren Olm. Moberg kon ,doordat zijn spaargeld werd ontvreemd door IJslandse kabouters, de financiering van zijn eigen mythologie niet rond krijgen en kwam met hangende pootjes weer terug bij het Wubboïsme, en Wia bleef, zoals altijd, gewoon vals zingen.

Enige gelijkenis met echt bestaande personen berust op puur toeval.