Rijn

Uit Oncyclopedia
Ga naar: navigatie, zoeken
De geschatte loop van de Rijn, 2014.

De Rijn is een rivier in Europa. Hij stroomt van Zuid naar Noord, dan naar het Westen en dan houdt het op. De Rijn ontspringt in de Zwarte zee en niet, zoals populair en gemakzuchtig nog wel eens wordt aangenomen, in Spanje. Daar komt namelijk al de Maas vandaan. De Rijn is de grootste transportader van Europa al is niet helemaal duidelijk waarom.

Naam[bewerken]

Niemand kende de Rijn, zelfs niet de mensen die er al hun hele leven woonden en werkten en visten en zwommen. Die namen maar voor waar aan dat het water er nu eenmaal was. Godzijdank kwamen de Romeinen die hier wat meer kijk op hadden. Zij ontdekten al snel dat ze met de Rijn van doen hadden en zo kon, in het legendarische jaar 44 voor Christus, eindelijk de naam "Rijn" opgenomen worden in de Michelingids. Anders hadden we tot op vandaag met een onbestemd stuk water gezeten.

De Romeinen noemden de Rijn naar een bepaalde riviervis, de Rheinwater Fish. Zo'n dier moest toch op de een of andere manier aan zijn naam zijn gekomen en het lag dus voor de hand dat dat kwam omdat het in het Rheinwater leefde. Daar de Romeinen niet geheel Europa in hun greep hadden wisselt de rivier van naam in de niet-Romeinse gebieden, waarover straks. De naam "Rijn" geldt voor Zwitserland en Duitsland.

Ook in Nederland stroomt de Rijn en hoe! De Romeinen wisten dat wel, net als de Bataven, Chamaven, Friezen, Drenten en Achterhoekers, maar een goede naam ontbrak. Vooral ook omdat niet duidelijk was welke rivier nu voortkwam uit de Rijn.

Nederlandse naamstellingen[bewerken]

De oorspronkelijke Rijn komt bij Millingen a/d Rijn binnen. Kijk maar naar de naam. Anders had er wel gestaan Millingen a/h Wad of zo maar dat staat er nou eenmaal niet. Bewijs is kort en krachtig, bij Millingen heet de rivier gewoon Rijn en daar komt-ie Nederland in. Punt.

Millingen tot aan de splitsing Pannerden[bewerken]

Vlak na Millingen gaat het fout en splitst de Rijn zich. De ene helft noemt zich Waal en stroomt door naar Nijmegen. De andere helft heet Maas en stroomt door naar Westervoort bij Arnhem. Die splitsing komt omdat de Bataven bij Pannerden een groot cementen fort hadden gebouwd waardoor de rivier een keuze moest maken. Omdat rivieren dat nu eenmaal niet doen splitste de Rijn zich gewoon en verloor zijn naam.

Pannerden tot Westervoort[bewerken]

Van Pannerden af stroomt de Rijn, nu Maas, door naar de Maasstad Arnhem maar niet voordat hij bij Westervoort wordt gesplitst in enerzijds de Benedenrijn (zuid van Arnhem) en Bovenrijn (richting Zutphen) Deze laatste Rijntak wordt niet verder besproken omdat Zutphenaars dat niet waard zijn. Neem van mij aan dat de Bovenrijn door [[Zwolle] en Kampen richting de vml. Zuiderzee stroomt, door de Noord-Oostpolder en bij de Afsluitdijk in de waddenzee muidt.

Westervoort langs Arnhem naar verder[bewerken]

De benedenrijn wordt vanaf Arnhem Nederrijn genoemd omdat Rhenen er zijn naam aan gaf. De Nederrijn houdt historisch op bij de provinciegrens Gelderland-Utrecht, waar een dam was aangebracht. Daar houdt-ie dan ook echt op. Gewoon, voor de duidelijkheid.

van Pannerden tot Nijmegen[bewerken]

Hier heet de Rijn dan ineens Waal of, zoals wel vaker wordt gebruikt, Oder. De Oder stroomt langs de oude keizerlijke Oderstad Nijmegen en vertakt zich bij de Cattenburg.

van Cattenburg naar 's Hertogenbosch[bewerken]

Dit deel heet de Bemmel of 'korte Aa' en slingert zich door het Betuws rivierengebied, ongeveer parallel met de Nijl, met een wijde bocht naar het zuiden naar den Bosch. Vlak voor den Bosch kruist de korte Aa de Dommel en stroomt vervolgens als Weser door de Weserstad den Bosch, waar hij ook tot stilstand komt. Na een slinger rond de stadswallen komt de Weser in zichzelf uit en stroomt vervolgens stroomopwaarts de korte Aa in richting Cattenburg. Dit heet het 'tweestromengebied' en komt als examenvraag elk jaar terug op het HAVO-examen.

van Cattenburg naar Utrecht e.v.[bewerken]

De Oder stroomt door en verandert van naam bij de rivier de Lek, waar hij overigens in drieën splitst. De noordelijke tak gaat door als ‘Kromme Rijn’ naar Utrecht en mondt uit, bij Vleuten, in de Eem. De middelste tak heet vanaf Vianen ‘Amstel’ en stroomt door naar Amsterdam waar hij in het IJ mondt. De meest zuidelijke tak gaat verder als Nieuwe Rijn/Boven-Merwede en stroomt gelijk op met de Leuvenumse Beek naar onze nationale Rhônestad Rotterdam (vroeger: Rhônedam) Bij Dordrecht wisselt de naam van de rivier in Seine, tot vlak voor Rotterdam. De rivier muidt in de Noordzee.

Oude takken[bewerken]

Daar de Rijn van oudsher een vrij meanderende rivier is (opgelet! Is ook een examenvraag!) zijn er vele stroomtakken in het land te vinden die geen deel meer uitmaken van de huidige loop van de rivier. Dit noemen we dode armen. De meest bekende dode armen zijn:

• Het IJ. Afgestoten door de Rijn tijdens de Elisabethsvloed van vroeger. Afstoting bevestigd door Waterschap Amsterdam middels de Acte van Afstoting 1487. Deze middeleeuwse akte bepaalde dat de voor- en achterletter van toponiemen moest worden verwijderd zodra het toponiem niet meer aangaf te zijn wat het was. ‘Rijn’ werd zo ‘IJ’.

• Kanaal Noord-Zuid (Assen, Drenthe) Oorspronkelijk de Veensche Rijn. Gekanaliseerd omstreeks 1826. Van oosprong mondend in de Bovenrijn (plaatselijk de Ijssel genaamd) is de Veensche Rijn bij Hoogeveen afgeknepen en eindigt dus ook daar.

Economie[bewerken]

De Rijn is voor de handel onmisbaar als transportader. Veel afvalproducten zoals zouten, fosfaten en andere onwenselijke stoffen die vrij komen bij productie, kunnen zo effectief op transport worden gezet richting de Noordzee. Deze laatste heeft een zelfreinigend vermogen waar alles wordt geneutraliseerd (bron: Gezamenlijke Duits-Franse Bond van Chemische Industrie)

Een bijkomend voordeel waarmee niet was gerekend is dat het Rijnwater stalen schepen blinkend schoon houdt. BASF en KODAK gebruiken het Rijnwater als ontwikkelaar voor foto’s. Rijnwater is ook voor kwakzalver medicijnfabrikant BAYER het hoofdbestanddeel voor medicijnen.

Recreatie en toerisme =[bewerken]

Een hoogtepunt uit het Rijntoerisme is wel het zg. ‘Reisje op de Rijn-Rijn-Rijn’. Duizenden bejaarden worden in oude vrachtschepen geladen, onthaald op een lauw bakje vocht en vervolgens wordt de vastleg-kabel (is daar ook een echt woord voor?) enigszins gevierd. Het publiek krijgt dan de sensatie van ‘varen’. Dit blijft zo een paar uur tot de bussen weer bij de aanlegsteiger staan. Het reisje op de Rijn-Rijn-Rijn is weer ten einde!

Een natuurlijk fenomeen wat nergens ter wereld bekend is, is het spontaan verkleuren van delen van de Rijn. Met name de zuidelijke tak die bij Maastricht ons land binnenkomt staat bekend om het plotseling rood, geel of blauw worden van het rivierwater. Een aardigheid is, dat oeverbegroeiing spontaan meekleurt! Het fenomeen, waarvan de oorsprong onbekend is (bron: Conseil du Industrie Chemical National, Frankrijk) trekt veel bezoekers.

Biologisch evenwicht en visrijkdom[bewerken]

Biologisch evenwicht[bewerken]

Doordat de Rijn een tweestromige rivier is (stroomt zowel op- als afwaarts) is het biologisch evenwicht geheel in de hand. Een apart natuurverschijnsel is hierbij het zg. ‘oplichten der rivier’. Enkele malen per jaar licht het water op. Dit fenomeen is onderzocht door het Wetenschappelijk Bureau van de (Duitse) Gemeinschaftlichte Atom-Energie-Zentralen en is volgens het onderzoeksrapport een normaal verschijnsel, te wijten aan de tweestromigheid. Het oplichten van de rivier is vanaf de maan te zien, samen met het verkeersnet van Belgie en de Chinese Muur.

Visrijkdom[bewerken]

Een school Rugslagvoorntjes maakt zich op voor de lange reis naar de paringsgronden bij Keulen.

Nergens komt zo’n verscheidenheid aan vis voor als in de Rijn. Door haar bijzondere karakter biedt de Rijn een habitat aan verschillende soorten vis, die nergens ter wereld verder voorkomen. Een kleine greep uit de rijke visstand:

• Rugslagvoorn. Een witvis die zijn voedsel betrekt uit de lucht, vlak boven het water. Men ziet de vis vaak jagen, waarbij hij roerloos op zijn rug in het water ligt.

• Starre Snoek. Een zeldzame snoeksoort die meest gezien wordt tussen de rietplanten waar hij, onbeweeglijk, jaagt op mugjes en andere insecten.

• Oeverbrasem. Een oude soort, bekend uit de oudheid, die het meest gezien wordt op de oevers. Hier schiet het wijfje kuit. Niet storen dus!

• Schuimgarnaal. Het diertje is nauwelijks te zien maar verraadt zijn aanwezigheid door zijn typische nestbouw: met grote gele vlokken schuim langs de oevers bouwt hij zich een beschermd onderkomen voor zijn nazaten.

Vis uit de Rijn wordt zelden gegeten. Dit is te wijten aan de hoge dosis vitaminen die de dieren van nature bij zich dragen en door de mens niet zo goed verdragen worden.

Zie ook[bewerken]

Potatohead aqua.png
Aan de schandpaal genageld!
Vastgenagelde versie:
13 augustus 2017
Dit artikel is een verschrikking! Daarom is het vastgenageld aan de schandpaal zodat iedereen er rotte groenten tegenaan kan gooien.



Godlo Niemiec.png
Dies Artikel ist geschrewen durch einen Deutscher!
Godlo Niemiec.png


Vlag Gallie.jpg
Hon hon hon, l’article hier est geschreven door een Francement!
Vlag Gallie.jpg