Spermafrost

Uit Oncyclopedia
(Doorverwezen vanaf Sperma)
Ga naar: navigatie, zoeken
Spermafrost in veelvoorkomende vorm.
Omhoog, omlaag, omhoog, omlaag, daar zou toch juist wrijving - en daarmee dus warmte door ontstaan?
~ Een verwarde fysicus over sneeuw
Naast sneeuw krijg ik langzaam al wat spermafrost te zien op mijn beeldbuis...
~ Een man die tevergeefs obscure zenders probeert te ontvangen.

Spermafrost is een witte, plakkerige smurrie die voorkomt in landen waar sneeuw valt, vaak omstreeks de winter. Het is qua substantie vergelijkbaar met humus, welke op schoensmeer lijkt, maar humus komt uit dode dieren en/of planten, terwijl spermafrost uit sneeuw, gele sneeuw en bruine sneeuw voortkomt en ook nooit helemaal weg gaat in verband met neerslag. Spermafrost is voor mensen een grote ergernis, maar aan de andere kant ook weer een geruststelling vanwege het feit dat wanneer er sprake is van spermafrost, de sneeuw al sneller is opgelost, aldus een volkswijsheid[1]. De naam komt van sneeuw, welke witte rotzooi betekent, perma, welke blijvend betekent, en frost welke op vries lijkt en niet Fries.

Ontstaanscyclus[bewerken]

Een kaart van hoge- en lagedrukgebieden in Europa. Let vooral op het koufront in Scandinavië[2].

Een algemeen voorkomend misverstand is dat spermafrost verschijnt in de vorm van ijzelige neerslag. Dit is echter onjuist, omdat het voortbroedt op de grond. Het ontstaat uit sneeuw en wordt als ergernis ervaren door boodschappen doende mensen, scholieren, studenten en planten.

De sneeuw[bewerken]

Sneeuw.

Voordat er sprake kan zijn van spermafrost, moet er eerst sprake van sneeuw zijn. Er is pas sprake van sneeuw wanneer mensen op Twitter massaal aan het klagen zijn over de sneeuw. Er kan wel alleen sneeuw vallen, maar het probleem moet besproken en benoemd worden om echt erkend te worden als zijnde aanwezig.

Sneeuw ontstaat wanneer het verdomd koud of retekoud is in Nederlandse maatstaven en vaktermen, bij zo'n -20 tot -10 graden Celsius, maar dan moet er wel in Scandinavië naast een zeer depressief hoge drukgebied ook een vrieskist-effect zijn. Wanneer dit niet het geval is, wilt het soms ook voorkomen bij temperaturen rond het vriespunt.

In Scandinavië vinden veel schommelingen in de hoge- en lagedrukgebieden plaats, die ondanks deze haat-liefdeverhouding elkaar toch in stand houden met 'wippen' (wanneer het lagedrukgebied onder het hogedrukgebied duikt). Bij wippen ontstaat warmte bij het hogedrukgebied waardoor het lagedrukgebied dan slaafs vast komt te liggen en de warmte deels overneemt van het hogedrukgebied. Wanneer de warmte dan gelijkerwijs verdeeld is, oftewel, wanneer er een cumulatie van deze hoge- en lagedrukgebieden optreedt, ontsnapt het lagedrukgebied weer, om daarna weer achtervolgd te worden door het hitsiger weer van het hogedrukgebied. Zodoende houden deze twee systemen elkaar in een fijne relatie voor het gehele jaar. De druk die ontstaat bij de gemeenschap van temperatuur zorgt voor stormachtig weer en storingen in de vorm van nieuw ontstane kou- en warmtefronten. De warmtefronten gaan richting zee en de oceaan, terwijl de koufronten naar het zuiden toegaan, waaronder Mofrika, Nederland en Vlaanderen (in mindere mate). Deze verse koufronten reizen over de Oostzee en de Noordzee waarbij de koufronten last krijgen van "wolk in de strot" (wolkvorming). Deze wolken zijn vanaf dan vrij onschuldig - ze hangen daar maar boven het water de evaporatie en transpiratie op te vangen om verder maar vast te vriezen, om langzaamaan vruchtbaarder te worden tot een moment dat deze daadwerkelijk bevrucht worden door warmtefronten uit het zuiden waardoor de koufronten op stoom komen en er condensatie ontstaat in de vorm van neerslag. Echter, is er dan geen sprake van regen, maar dan een sneeuwbui die alles wat hij tegen komt vaak in een witte deken zal gaan leggen. Dit is zeker niet altijd zo, omdat er sprake is van een heet onderonsje (natte sneeuw, blijft niet liggen) of een vlug warm onderonsje waaruit een goede kwaliteit 'paksneeuw' ontstaat.

De dooi[bewerken]

De sneeuw is gevallen, waardoor het albedo (zonlicht schijnt op wit oppervlak - kan niets terugzenden richting de atmosfeer, dus er ontstaat geen warmte. Eén grote paradox dus in verband met het broeikaseffect) het steeds moeilijker maakt voor de zon om warmte te verspreiden. Resultaat: een periode van kou. Er hoeft echter alleen een warmtebron te komen (windrichting is niet van belang) of de boel dooit alweer. Dit verschijnsel wordt ook wel een klimatologische opklaarkoming genoemd, of wel evaculatie genoemd. Funest voor de schaatsers, maar een euforie voor de zonaanbidders. Wanneer er een klimatologische klaarkoming plaatsvindt, smelt de sneeuw en wordt het ijs gebroken voor het ontstaan der spermafrost.

Spermafrost[bewerken]

Een spermafrost-kristal onder een microscoop door een negatieve lens.
Spermafrost in aangekoekte vorm, wanneer er tijdens het smeltproces weer een vrieskou optreedt.

Wanneer de sneeuw aan het smelten is, zal de sneeuwlaag gaan krimpen. Van een hard, stevig pak zal deze 5 cm (bij slechte seizoenen wat betreft wippen) of 25 cm (bij een goed seizoen wat betreft wippen) krimpen tot het nulpunt. Doordat er smelting plaatsvindt, kunnen we spreken van metamorfe neerslagkristallen. De sneeuw die niet smelt, is stollingssneeuw, terwijl sedimentsneeuw echter verdwaalde sneeuw is die wij gelukkig niet zien, omdat het leven op Antarctica niet zozeer prettig is. Zodoende is de smeltsneeuw in een proces geraakt waarin de witte hoop dan een wat grijzigere, meer plakkerig ogende massa gaat worden die in combinatie met een strenge vorst onder de grond[3] voor gladheid en veel pijn zal zorgen[4]. Deze wit-grijze smurrie is zodoende gemetamorfoseerd in spermafrost. Het is zodoende sneeuw, in weliswaar nog steeds bevroren, maar smeltende toestand, waardoor het niet als sneeuw voor de zon verdwijnt.

Verdere dooi[bewerken]

Wanneer de dooi doorzet, zal ook de spermafrost, dat al een soort van waterige vieze toestand was, veranderen in nog meer water tot er uiteindelijk niets meer dan niets van overgebleven is.

Gevolgen[bewerken]

Spermafrost kan grote gevolgen hebben voor mens, dier, plant en milieu.

Mens[bewerken]

Mensen denken bij het ontstaan van spermafrost, nadat ze al helemaal klaar waren geraakt van de sneeuw, om te gaan ontspannen en de voorgaande sneeuw met de bijbehorende pijn en moeite om door de barrière heen te komen te vergeten. Dit gehoord men juist niet te doen. Men dient nog altijd waakzaam te zijn wanneer er spermafrost gesignaleerd is. Zodoende de gladheid of zelfs, indien de tuin niet voldoende is beschermd tegen de kou, kunnen mensen zwarte sneeuw zien. Mensen onderschatten de spermafrost, omdat niemand verrassend genoeg een juiste plaats weet om de spermafrost te verbergen, weg te schuiven of alleszins weg of op te ruimen.

Dier[bewerken]

Katten schijnen een zeer extreme afkeer te hebben voor spermafrost, omdat zij normaliter niet met waterachtige toestanden in aanraking wensen te komen. Honden zal het alleszins een worst wezen waarop ze hopen - als er maar in gegraven kan worden. In spermafrost kan uitstekend gegraven worden, maar omdat spermafrost vaak stinkt en plakkerig is, kan de hond het huis weer uitnodigen voor een grondige dwijlbeurt.

Plant[bewerken]

Trolololo

Planten groeien alleszins in de winter slecht, dus hier hoeven we eigenlijk geen paragraaf aan te wijden.

Milieu[bewerken]

Spermafrost is eigenlijk de trol van de natuur. De grond denkt nog altijd dat er sneeuw ligt, omdat de temperatuur nog altijd zo laag ligt, maar de sneeuw is intussen gesmolten tot spermafrost. De grond denkt dan dat het nog vrolijk wel een tijdje door gaat vriezen, maar wanneer de spermafrost dan snel smelt na een tijd omdat het albedo zwakker wordt vanwege het feit dat het wit veranderd is in vijftig tinten grijs, zal de grond weer warmer worden omdat het zonlicht weer meer kan reflecteren en zodoende meer warmte genereert.

Zie ook[bewerken]

Notenbalk[bewerken]

  1. Uit: Onziclopædische Volcksweijsheeden, uitgeverij Hare Sophia, ISBN... moet dit?
  2. IJsland vormt hier een uitzondering op in verband met de Thermohaliene circulatie.
  3. Dit, terwijl normaliter een strenge vorst (of vorstin) in de Nieuwe Kerk te Delft onder de grond voorkomt.
  4. Sommigen kunnen het niet schelen en vinden dit zelfs prettig, maar gewoonlijk wordt bij ernstige gevallen voor de zekerheid de huisarts ingeschakeld ter controle.