Spoorboom

Uit Oncyclopedia
Ga naar: navigatie, zoeken
Een wilde spoorboom, liggend.

Een spoorboom is een zijtak in de halfklasse der houtbomen. Spoorbomen zijn een veelvoorkomende soort in Europa, maar ook in bepaalde delen van Amerika, Azië, Australië en kleine gebieden in Afrika. De spoorbomen zijn vaak te vinden in de buurt van spoorbanen, omdat spoorbomen van geluid houden, door middel van trillingen. De boom heeft een ongewoon groeitempo ten opzichte van alle andere bomen in de bomenfamilie, vanwege de hulp die de spoorbomen is gegund door de mens, die de spoorbomen als een geliefd (en minder geliefd) object beschouwen.

Soorten[bewerken]

Spoorbomen hebben verschillende soorten, die apart te onderscheiden zijn van elkaar, door overduidelijke kernmerken.

Getemde spoorboom[bewerken]

De getemde spoorboom is de meest bekende spoorboom, omdat deze het makkelijkst te herkennen is door zijn solide vorm, en felle kleuren rood en wit, hoewel wit geen kleur te noemen is. De getemde spoorboom was in den beginne een wilde spoorboom, maar toen de mens deze boom uit willekeur begon te temmen en te fokken, kwam daar een boom uit met één hoofdstam die één grote zijtak heeft (soms twee), maar geen zijtakken, ongewenste bobbeltjes en barstjes, of bladeren had. Deze bomen hebben door een cellenmutatie een kleurenverandering ondergaan, waarbij de bomen op bepaalde plekken wit werden, door de afsterving van pigment op hele plekken van de boom, en ook rood, door een toevoeging van de kleurpigmenten van de roos, en herfstbladeren. Deze werden geordend, en daar kwam de opzet van de spoorboom uit tevoorschijn, die de getemde spoorboom genoemd kan worden. Vanaf het moment dat deze getemde spoorboom gebruikt ging worden door de mens, begon de spoorboom zich ook de kiemen in andere materialen dan "bomen", namelijk ijzer of andere materialen waarmee deze zich kan vestigen. Dit ding in een rap tempo na de uitvinding van de spijker en de schroef, in combinatie met de moer en de hamer.

Getemde spoorbomen geven soms vruchten, hoewel dit zeker niet met alle getemde spoorbomen het geval is. Zoals de eik eikels afgeeft, geeft de getemde spoorboom slachtoffers af, meestal ter verdediging van zichzelf.

Wilde spoorboom[bewerken]

Een andere wilde spoorboom, liggend.

De wilde spoorboom is de meest moeilijk te spotten spoorboom, vooral omdat de getemde spoorboom daarentegen met zijn felle kleuren[1] al vanaf de verste verte te spotten is, zolang deze zichtbaar is voor het zichtveld. De wilde spoorboom houdt zich verborgen tussen alle andere bomen die bij hem in de buurt staan, veelal loofbomen of naaldbomen, hoewel struiken en andere soorten bomen ook tussen de verbergplekken van de wilde spoorboom gerekend kunnen worden. Echter, deze spoorboom is nog steeds zeer moeilijk te spotten tussen de struiken, of in het ergste geval, tussen het gras.

De wilde boom is zo moeilijk te spotten, omdat de wilde spoorboom geen vaste vorm aanneemt, zoals men de eik kan onderscheiden met een iep of een beuk. Nee, de wilde spoorboom heeft verschillende diktes en hoogtes, hoewel spoorbomen vaak niet hoger worden dan vijf meter (hoewel er uitzonderingen zijn).

Ondanks deze verschillen is de wilde spoorboom in 1967 ontdekt door verschillende biologen die regelmatig met de trein reisden voor hun werk, en zo nu en dan bomen zagen die een mengeling van kenmerken hadden van verscheidene bomen, of juist kenmerken hadden die compleet niet overeenkwamen met andere bomen in het algemeen. Zij vergeleken deze bomen (die overigens niet op elkaar leken) en konden concluderen, dat deze van dezelfde soort was, terwijl het in de biologie volslagen nonsens is om verschillend ogende bomen in dezelfde familie te zetten. Wilde spoorbomen zijn te onderscheiden tussen:

  • Wilde naaktspoorbomen (waar een zeer groot deel getemd is van gemaakt);
  • Wilde loofspoorbomen;
  • Wilde denspoorbomen;
  • Wilde cederspoorbomen;
  • Wilde eikenspoorbomen;
  • Wilde treurspoorbomen (zijn het meest op het spoor te vinden in plaats van ernaast);
  • Wilde dikbeukspoorbomen;
  • Mensen (hoewel deze zich vaak helemaal niet op het spoor bevinden, op de afstammelingen van de treurspoorbomen na);
Dit zijn geen spoorbomen, ondanks de aanwezigheid van een spoor.

En nog tientallen andere soorten.

Een wilde spoorboom heeft door de grote verschillendheid weinig herkenningskenmerken, maar toch zijn ze overduidelijk en niet te verwarren met andere bomen. Een spoorboom heeft namelijk een neiging om richting het getril van de sporen waar de treinen over te rijden, te vallen, of in ieder geval te buigen. Ook heeft de wilde spoorboom geen vruchten, iets dat wel het geval is bij de getemde. Een wilde spoorboom die echter op het spoor groeit, is het makkelijkst te spotten, omdat andere bomen niets op het spoor te zoeken hebben, in angst om omver gereden te worden. Deze bomen zijn echter vaak oude verwilderde bomen met een dunne stam, omdat er rond dat gebied geen of heel weinig treinen rijden en er geen getril meer is.

Een vuistregel in het herkennen van wilde spoorbomen is: hoe meer treinen er rijden of gereden hebben, hoe dikker de stam is, en hoe vaak ze rondom het spoor groeien.

Habitat[bewerken]

Een stam van een getemde spoorboom, met de hoofdtak aan diggelen, inclusief de stam die ontwricht is geraakt na een ontmoeting tussen een bepaalde kracht van vermoedelijk een auto.

De spoorboom bevindt zich bijna altijd in de nabijheid van spoorbanen, waar treinen op rijden. Wilde spoorbomen spreiden zich onwillekeurig rondom het spoor, terwijl de getemde spoorboom zich tactisch heeft geplaatst nabij wegen waar ook nog auto's, fietsers en wandelaars zich op voortbewegen, die voor nog meer trillingen zorgen, die voor de spoorboom in het algemeen zeer gunstig is.

Gedrag[bewerken]

Spoorbomen gedragen zich onvoorspellend en onheilspellend. De wilde spoorboom gedraagt zich over het algemeen zeer rustig en vredig, van niets of niemand iets aantrekkend, in een diepe trance, langzaam groeiend. Dit kan de wilde spoorboom jaren volhouden, totdat deze het zat is, en zich richting de trillingen (oftewel het spoor) laat vallen en daarmee de weg verspert voor elke trein die over het spoor rijdt. De getemde spoorboom is daarentegen actiever. Door de kieming in ijzer, laat de getemde spoorboom zijn takken (61% van alle getemde spoorbomen hebben één tak) steeds wanneer deze trillen voelt vanuit de verte (lees: wanneer er een trein aankomt) vallen, om deze daarna weer omhoog te trekken. Dit doet de getemde spoorboom uit dominantie en machtsvertoon, omdat de getemde spoorboom niet wil hebben dat anderen van deze trillingen geniet. Dit doet de getemde spoorboom in groepen, zeer zelden in zijn eentje, om wederom sterker en dominerender over te komen. Ook wil de getemde spoorboom ook de trillingen voelen op alle plekken van de boom, dus laat deze zich vallen om ook de top evenveel trillingen te geven als het onderste van de stam en de tak, die ondanks dat het meeste voelt.

Zie ook[bewerken]

Potatohead aqua.png
Aan de schandpaal genageld!
Vastgenagelde versie:
15 juli 2012
Dit artikel is een verschrikking! Daarom is het vastgenageld aan de schandpaal zodat iedereen er rotte groenten tegenaan kan gooien.


Voetnoot[bewerken]

  1. Nog een keer hetzelfde misverstand: wit is geen kleur.
Planten groot en klein

Bomen:
Beuk · Berk · Eik · Spoorboom

Fruit:
Ananas · Appel · Banaan · Kiwi · Peer (vrucht) · Sinaasappel · Tomaat

Groente:
Aardappel (Negatief) · Gras · Komkommer · Paardenbloem · Prei · Selder · Sla · Tomaat · Ui

Overige planten:
Coockie · Paashaas · Tabak