Stoef

Uit Oncyclopedia
Ga naar: navigatie, zoeken
VlaleeuwL.JPG
VlamuisL.JPG
! Opgelet !
Dit artikel bevat zóveel
Vlaamse elementen,
dat het voor een
gemiddelde Nederlander
niet meer te volgen is.
Zijt gij in dit geval,
waarde lezer, begeef u dan
terstond en zonder dralen
HERWAARTS,
nu het nog kan...
VlaleeuwR.JPG
VlamuisR.JPG
Stoef in de verschillende lagen der maatschappij.

Wanneer de staat koopt op de poef, dan is er zeker gene stoef.
~ Urbanus van Anus over de staat van zijn vaderland.

No Wikipedia.png
De zogenaamde experts van Wikipedia hebben zelf geen artikel over Stoef. Gelukkig hebben wij er wel een.

Stoef is de stam van wat één der minst gewaardeerde families van uitdrukkingen mag genoemd worden. De "oe" moet kort en knallend uitgesproken worden, wat ook past bij de toepassing, die zelden op vriendschappelijke basis gebeurt.

Het zelfstandig naamwoord zelf[bewerken]

"Stoef" kan best vertaald worden als bluf, om de eenvoudige reden dat het woord "poch" (van "pochen") niet in omloop is. We kunnen altijd proberen om het in omloop te brengen, maar wie wil er nu nog van nieuwe Nederlandse woorden horen? Evenmin kunnen wij gebruik maken van een woord als "opschep", hoewel het bijhorende werkwoord het begrip "stoef" zeer goed weergeeft.

Uitdrukkingen met "stoef"[bewerken]

Hoe immens verguisd de stoefcultuur ook moge geworden zijn doorheen de eeuwen, toch kan een Vlaming niet zonder. Vandaar dat er ook een aantal uitdrukkingen zijn ontstaan rond "stoef". Een bloemlezing.

Daar is gene stoef op[bewerken]

Wordt gezegd als het met iets of iemand écht niet goed gaat.

"En hoe is't nu mè' Lowiske?"
"Zwijgt, mens, d'r is gene stoef op!""
"En 'oe kommet?"
"Z'emme ze van den dop gesmeten,
en den doktoor wil geen briefkes meer schrijven."

Stoef en compagnie[bewerken]

Stoefbak met accessoires.

Uitbreiding van het begrip "stoef", wanneer er verscheidene personen bij betrokken zijn, of wanneer één persoon het écht bruin bakt.

"'t Schijnt da' ge nieuw' geburen hebt?"
"Pfff, stoef en compagnie..."
"Allee, jong!"
"Twee garages: een voor den auto, en een voor de jerrycans..."

't Stinkt hier naar stoef[bewerken]

Wanneer iemand zodanig op zichzelf stoeft dat de omringende personen er ongemakkelijk van worden, dan wordt er wel eens demonstratief een raampje opengezet:

"Gistere mè ons madam gaan shoppen:
nog e geluk da'k mètte Sjerokie was en ni mètte Porsj!"
"Zet is iet open: 't stinkt hier na stoef!"

Woorden die werken[bewerken]

Als "luieren" een werkwoord is, waarom zouden we er dan geen afleiden van "stoef"? Of méér dan één, komaan, we zijn nu tóch bezig, laten we niet rozijnerigkrenterig wezen! En via dergelijk werkwoord wederom naar een zelfstandig naamwoord. Kortom, laten we dat woord eens aan het werk zetten.

Stoefen[bewerken]

Zoals zojuist aangegeven, is "stoef" dus ook de stam van een onpopulair werkwoord. Of liever, van een werkwoord dat een onpopulaire activiteit weergeeft: het "stoeffen", ook wel stoefen geschreven. De schrijfwijze met dubbele f verdient de voorkeur, omdat de buitenlandse gebruiker dan meer geneigd is om de oe kort uit te spreken. Zoals steeds ijvert Oncyclopedia voor de vooruitgang van de Nederlandstalige medemens, en van zijn taalgebruik in het bijzonder[1]. Het is een bijzonder soort van wederkerig werkwoord dat bovendien een vaste relatie heeft met het voorzetsel "op". Bijzonder omdat iemand die stoeft dat meestal op zichzelf doet. De vervoeging vergt weinig moeite, aangezien "stoeffen" een zwak ofte regelmatig werkwoord is. Het volgt de vervoeging van "blaffen", en wie dát kan vervoegen zonder gebeten te worden, die is vertrokken.

Bestoeffen[bewerken]

Als men het werkwoord "stoeffen" wil verontwederkerigen, dan volstaat het om het voorzetsel "op" buiten te stampen, en het voorvoegsel "be-" eraan te plakken. Op die manier worden in Vlaanderen mensen bestoeft, en dat doet altijd deugd. Men kan ook zichzelf bestoeffen, maar laat ons geen spijkers op laag water zoeken: hoogstwaarschijnlijk zijn die tóch roestiger dan het brein van Dubya, en van generlei waarde. Iemand overstoeffen kan óók, maar dat wordt op de duur gênant. Laat ons serieus blijven: we zijn hier niet bij Wikipedia!

Van werkwoord wederom naar een zelfstandig naamwoord[bewerken]

Wie stoeft is een stoeffer. Maar een zinnetje van vijf woorden verrechtvaardigt niet het aanmaken van een aparte alinea, en daarom volgt hier een lijstje van irritante stoeffers:

  • Mijn rechterbuurman (zijn vrouw vindt dat ook)
  • Mijn linkerbuurman (zijn vrouw is er vandoor)
  • Mijn overbuurman (zijn vrouw is even erg)
  • Mijn bovenbuurman (zijn vrouw is een man)
  • Mijn onderbuurman (zijn vrouw is mijn maîtresse, maar vertel het niet verder)

Rijmen met stoef[bewerken]

Bart Peeters lanceerde "Koken met Jezus", Oncyclopedia lanceert "Rijmen met stoef""'. Om deze discipline een vlotte start te garanderen, volgt hieronder een lijstje van woorden die voor stoefrijm in aanmerking komen. De wakkere lezer zal merken dat hier uitsluitend Vlaamse woorden voorkomen: juist, de Nederlandse zijn al overbekend, en creatievelingen met een beperkte woordenschat wordt verzocht zich op beeldende kunst toe te leggen.

Doef[bewerken]

Een Vlaamse dreun. Mirakel: dit woord volgt óók dezelfde regels als "stoef", en we komen dus de varianten "doeffen" en "doeffer" tegen. Er bestaat ook een gelijknamig adjectie, dat van Brusselse herkomst is[2], en verwant met "duf". Het wordt doorgaans gebruikt wordt wanneer er sprake is van benauwdheid, die te wijten kan zijn aan weersomstandigheden of aan ontoereikende verluchting: teveel aan warmte en tekort aan lucht.

Foef[bewerken]

Aha, een interessant artikel. Als verkleinwoord dient het om een smoesje mee aan te duiden, maar wanneer de attente spreker de originele vorm gebruikt, dan heeft hij het niet over een smoes, maar over het vrouwelijk geslachtsdeel. We kunnen het maar weten, nietwaar? Het meervoud komt alleen van pas wanneer er meer dan één vrouw bij betrokken is, en er is niet rechtstreeks een werwoord van afgeleid. Wel onrechtstreeks (dat voeldet gij komen, niet waar?), namelijk "foefelen", dat zoveel betekent als friemelen, of knoeien (met de boekhouding bijvoorbeeld).

Kloef[bewerken]

Een Vlaamse klomp. Buitenlanders hebben de neiging om Holland met klompen te associëren, maar Vlamingen doen dat niet, omdat zij over hun eigen kloeffen beschikken. Van dit artikel is geen werkwoordversie bekend, maar zelfs Oncyclopedia is niet compleet.

Moef[bewerken]

Niet zo fraai, dit woord: er wordt namelijk op nogal denigrerende wijze een corpulent, traag en lomp vrouwspersoon mee beschreven, en dient te worden vermeden wanneer men voor geciviliseerd wil doorgaan. Men kan ook corpulente, trage, lompe vrouwspersonen vermijden, maar in een smalle straat of op een markt is dat niet gemakkelijk. Vooral op markten zwaaien moeffen de scepter.

Poef[bewerken]

Zoals hier helemaal bovenaan te zien is, rijmt "stoef" prachtig met "poef", dat niks te maken heeft met dat malse zitding dat te bescheiden is om ooit de status van zetel of canapé te halen, maar een Vlaamse uitdrukking is voor krediet. "Op de poef" betent dus '""op krediet"', en technisch gezien volgt dat woord het hele parcours van "stoef". Zo betekent "poeffen", gij raadt het al, beste lezer,"krediet krijgen", en een "poeffer"... precies.

Roef[bewerken]

Dit woord gebruikt men om een snelle beweging uit te beelden. Een onomatopee dus. Er is een sympathiek bijwoord van afgeleid, dat "snel en oppervlakkig" betekent: "roefroef". Deze woordverdubbeling heeft een mooie technische naam, die mij helaas ontschoten is. Dat komt ervan om roefroef te werken.

Sloef[bewerken]

Xavier W., Vlaanderens meest geliefde sloef.

De enige echte Vlaamse pantoffel heet "sloef". De enige echte Vlaamse man-onder-de-duim-van-zijn-vrouw ligt onder de sloef, in het beste geval althans. Anders heet hij gewoon "Sloef". 't Is triestig, maar dit woord rijmt niet zómaar goed op "stoef": buitenshuis gedraagt deze man zich immers heel anders, tenminste als de echtgenote niet in de buurt is. Dan komt de stoef boven, en is hij de man-die-thuis-de lakens-uitdeelt.

Toef[bewerken]

Wanneer een hoeveelheid materie te groot is om een korrel of een druppel genoemd te worden, en te klein om een portie of een hap te zijn, dan spreekt men van een "toef", en nog liever van een "toefke". Het is een bijzonder vriendelijk woord: een toefke slagroom op roomijs kan nog zoveel kwaad niet! Een toef is een eenzaat: hoewel het woord "toeven" bestaat, heeft het hier niets mee te maken. Toef en toefke rooien het in hun eentje.

OPGELET. "Droef" rijmt niet op "stoef", omdat de lengte van de "oe" niet overeenkomt. Neenee, wie zó rijmt riskeert onenigheid met de Muze, en dat zou jammer zijn.

Notenbalk[bewerken]

  1. De taalfouten op deze pagina's dienen ter oefening van het linguïstisch oog des lezers, alle Oncyclopedisten weten dat.
  2. Koning Leopold II kreeg ooit van een verlegen Brusselse burger als excuus voor een protocollaire misstap te horen: "Sire, il fait doef!", maar dat is een ander verhaal.