Suske en Wiske

Uit Oncyclopedia
Ga naar: navigatie, zoeken
VlaleeuwL.JPG
VlamuisL.JPG
! Opgelet !
Dit artikel bevat zóveel
Vlaamse elementen,
dat het voor een
gemiddelde Nederlander
niet meer te volgen is.
Zijt gij in dit geval,
waarde lezer, begeef u dan
terstond en zonder dralen
HERWAARTS,
nu het nog kan...
VlaleeuwR.JPG
VlamuisR.JPG
SW SuskeWiske.JPG

"De avonturen van Suske en Wiske", gecreëerd door de Antwerpenaar Willy Vandersteen, is wellicht de populairste stripreeks in Vlaanderen. Wat weinig mensen weten, is dat de hoofdpersonages van deze kilometerslange reeks gebaseerd zijn op mensen van vlees en bloed, allen Antwerpenaren. Wat nog minder mensen weten, is dat de meeste van deze inspiratiebronnen nog in leven zijn, en zo vriendelijk waren hun biografische gegevens aan de Oncyclopedia Neerlandica toe te vertrouwen. De personages volgen hieronder in volgorde van verschijnen in de verhalenreeks, en elke biografie wordt opgevrolijkt door een prentje, evenals de uitspraak waarmee de held(in) in kwestie de queeste naar onsterfelijkheid inzette.

Wiske[bewerken]

Een piepjonge en zeer Bourgondische Wiske (ca. 1947), en haar enigszins uitgedoofde model.

Louisa Bellekens, Wiske voor de vrienden, werd geboren in de Antwerpse Luchtbalwijk in 1936. Op achtjarige leeftijd werd zij wees van beide ouders toen deze omkwamen bij een V2-inslag in de binnenstad, en werd zij toevertrouwd aan een zus van haar vader, haar geliefde Tante Sidonie. Zelfs de roem van haar strippersonage kon haar nooit weghalen uit het zeer bescheiden milieu van haar familie. Al meer dan een halve eeuw lang wordt zij geplaagd door geruchten omtrent een huwelijk met Suske, terwijl ze deze persoon maar één keer in haar leven ontmoet heeft, en wel ten tijde van de research voor dit artikel. Haar lappenpop Schanulleke heeft ze in een periode van zwarte armoede verkocht, en is nu eigendom van een rijke verzamelaar.

Openingszin[bewerken]

Wiske opende de reeks pittige Vandersteendialogen met het nu spreekwoordelijk geworden

"Krabben vangen is plezant, he, Tante!"


Dit waren de woorden die de tekenaar kort na de Tweede Wereldoorlog tijdens een dagje uit op het strand van Sint-Anneke (op de Antwerpse linkeroever) hoorde, en die zijn aandacht vestigden op een eierhoofdig meisje met een rood strikje in haar haar. Een wild verhaal met aangespoelde boodschappen en teletijddinges en vliegmachines en exotische eilanden en spoken doemde op in zijn geest. De rest is geschiedenis.

Meningen[bewerken]

Wiske is niet te spreken over de manier waarop het naar haar gemodelleerde en genoemde personage evolueerde, vooral sinds Vandersteen zich niet meer met de reeks bemoeide. Het steeds maar langer en smaller wordende lichaam leek minder en minder op het origineel, en de overschakeling naar het "Beschaafd Nederlands", opgedrongen door een zich plots "Sidonia" noemende Tante Sidonie in 1963, voltooide de breuk tussen origineel en kopie. De echte Wiske heeft haar hele leven lang Antwaarps gesproken, met een beetje bijschaving ter attentie van de niet-Sinjoren. Haar stem klinkt nog altijd opvallend jong, en indien iemand eindelijk eens een serieuze verfilming van Vandersteens œuvre wil maken, dan is zij bereid om deze stem daartoe te lenen. Het is maar een hint.

Trivia[bewerken]

  • Haar oudere broer Frederik Bellekens, of "Rikki", zoals zij hem noemde, was net naar Oost-Europa geëmigreerd om daar een carriëre als bokser op te bouwen, toen Vandersteen haar ontmoette. Dit inspireerde hem tot een tweede verhaal, met deze broer in de hoofdrol. Het werd door zijn hoofdredacteur verkozen werd boven het eerste stripverhaal, en eerder gepubliceerd, maar de tekenaar vond het zelf niet bijster goed, en het werd nooit zo populair als de reeks die voortvloeide uit het eerste verhaal.
  • In 2002 kwam haar de eer toe om in het Vlaamse kuststadje Middelkerke een standbeeld van Suske en wiske te onthullen.

Tante Sidonie[bewerken]

Tante Sidonie in haar glorietijd (ca. 1952), en een recente afbeelding.

Sidonia Bellekens, Tante Sidonie voor de familie en de buren, zag het daglicht in Antwerpen (wijk 't Schijnpoort) in de nacht van 27 op 28 juli 1914. Haar onmenselijk smalle ledematen bezorgden haar een wilde reputatie: zo zou zij in geen enkele gevangenis kunnen opgesloten worden, omdat zelfs het dichtste traliewerk haar niet zou kunnen tegenhouden. Zij nam Wiske onder haar hoede na de fatale V2-inslag, en bouwde een bescheiden loopbaan uit als schilderes van ansichtkaarten. Deze hadden voornamelijk de Antwerpse binnenstad als onderwerp. Nu legt zij zich vooral toe op stillevens en portretten.

Openingszin[bewerken]

Tante Sidonie was evenmin op haar tong gevallen, en Vandersteen werd getroffen door haar vinnige

"Wiske toch!  Als ge zo iets wegwerpt moet ge zien waar ge het smijt!"


De bij het speelse meisje horende oppassende tante heeft altijd beweerd dat haar onstuimige reactie een grote rol heeft gespeeld in de verdere ontwikkeling van het naar haar genoemde personage, en Vandersteen heeft dat ook nooit ontkend.

Opinies[bewerken]

Wat Tante Sidonie het meest ergert, is de manier waarop haar personage door een man(!) werd vertolkt in de eerste Suske en Wiske live-action speelfilm. Zij appreciëerde het ook maar matig dat uitgerekend zij de overstap van Vlaams naar Beschaafd Nederlands moest inluiden in 1963, terwijl zij, net als haar nichtje, uitsluitend Antwaarps sprak. Over 't algemeen vindt zij haar karaktertrekken nog steeds vrij goed in de verhalen terug, wat van de andere "modellen" niet kan gezegd worden. Alleen de zenuwaanvallen vindt ze wat overdreven: de echte Sidonie is een heel bedaard persoon, al kon ze zich wel eens opwinden over de guitenstreken van haar nichtje.

Trivia[bewerken]

  • De bijziendheid van de fictieve Tante Sidonie werd geïnspireerd door de manier waarop de echte Tante Sidonie tijdens een conversatie haar ogen placht dicht te knijpen, en mordicus staande hield dat zij geen bril nodig had. Het overkwam haar vaak dat zij een conversatie gaande hield met iemand die al een kwartier vertrokken was.
  • In 2002 werd in het eerder vermelde Middelkerke een overzichtstentoonstelling gehouden met een ruime bloemlezing uit de schilderijen van Tante Sidonie.

Schanulleke[bewerken]

Schanulleke in een karakterrol (ca. 1948), en haar huidige toestand.

Het lappenpopje dat Wiske op al haar avonturen vergezelt, heeft de echte Wiske zelf vervaardigd tijdens de donkere oorlogsjaren. Toen zij haar ouders tijdens een bezoek aan de Antwerpse binnenstad even verliet omdat zij haar popje thuis vergeten was, en het absoluut wou gaan halen, viel de zoveelste V2 op het centrum van Antwerpen, en werd zij op slag wees. Haar gehechtheid aan het popje werd er des te groter door.

Openingszin[bewerken]

Haarklievers zullen opwerpen dat Schanulleke niet zélf sprak, toen ze Wiske aansprak met

"Luister, liefste Wiske!"


Zij hebben gelijk: het was de in het popje gevaren geest van Prinses Shehera-Saga-Mell die sprak. Maar zo beschikken we toch over een introductiezinnetje van dit niet onbelangrijke personage. De échte Wiske heeft trouwens altijd ontkend dat haar eigen popje ooit zou gesproken hebben: die meneer Vandersteen had nu eenmaal een ongebreidelde fantasie!

Overpeinzingen[bewerken]

We kunnen alleen gissen naar de gedachten van het originele Schanulleke over de tekenverhaalversie, aangezien zelfs dáár het popje zich zeer zelden uit. Een korte periode als levend wezen in 1952 toonde ons een bijzonder hoogmoedig en zeer veeleisend wicht, maar wat de echte pop dacht of denkt (ze is nu eigendom van een rijke verzamelaar van curiosa) zullen we nooit weten.

Trivia[bewerken]

  • Zeer weinig mensen weten dat de echte Wiske haar popje "Schalulleke" gedoopt had, wat in het Antwerpen van toen gewoon "sjalotje" betekende. Echter, iets meer noordwaarts werd dat woord anders geïnterpreteerd, en uiteindelijk werd de naam aangepast, na een korte periode als "Schabolleke". Ons echt Wiske heeft het nog altijd over haar Schalulleke.
  • De vulling van de lappenpop bestaat uit zuiver zagemeel. Toen Vandersteen Wiske ter gelegenheid van de lancering van het album "Prinses Zagemeel" aanbood om, net als in het verhaal, de vulling te vervangen door paardenhaar, wou Wiske daar niet van weten: het was en bleef zagemeel, punt uit.

Professor Barabas[bewerken]

Een jonge en ondernemende Professor Barabas (ca. 1951), die ook nu nog niets van zijn animo verloren heeft.

Aloysius Barabas, alom gekend als Professor Barabas, kwam ter wereld in Antwerpen, meer bepaald in de volkswijk 't Kiel in 1912. Dat ter wereld komen baarde daar wel enig opzien, omwille van de forse baard waarmee de prof zijn intrede in deze wereld deed. Drie maand later viel hij al door de mand als hoogbegaafde baby[1], en op 18-jarige leeftijd was hij de jongste docent aan de pas (en als eerste in België) vernederlandste universiteit van Gent. Daar gaf hij les in "Toegepaste Creativiteit in Rommelige Laboratoria" en in "Doorgedreven Tijdmanipulatie"[2]. Hij was de drijvende kracht achter de fusie van de Antwerpse universitaire instellingen, en ging pas met pensioen toen die fusie een feit was, in 2002, kort vóór zijn negentigste verjaardag. Hij brengt nu zijn tijd door met het verzamelen van eerste drukken van alle verhalen van Willy Vandersteen.

Openingszin[bewerken]

De eerste op woorden lijkende klanken die de professor voortbracht waren niet bepaald briljant:

"Pa... Pa... Pa... Pardon!  M... M... Ma... Ma... Madam!"


De echte Barabas stotterde óók, en is dat zijn gehele leven blijven doen. Om praktische redenen (de inkt was gerantsoeneerd in die grauwe naoorlogse periode) heeft de tekenaar dat spraakgebrek aan het einde van het verhaal laten vallen.

Hersenkronkels[bewerken]

Aangezien Professor Barabas het enige model is met wie Vandersteen nooit persoonlijk contact heeft gehad (de professor was al een beroemdheid vóór de Tweede Wereldoorlog), voelde de professor zich ook weinig verbonden met de stripverhaalreeks. Vóór zijn pensionering las hij geen kranten, en had dus ook geen weet van de daarin verschijnende avonturen. Zijn studenten wezen hem er wel regelmatig op, maar het interesseerde hem niet. Pas na zijn afscheid van de universitaire wereld begon hij zich in het fenomeen te verdiepen, en vond de fictieve Barabas best leuk.

Trivia[bewerken]

  • In het Antwerpen van het midden van de XXste eeuw werd het spraakgebrek van Professor Barabas aangeduid met het woord "doddelen", en dat was ook het woord dat in het eerste verhaal gebruikt werd, althans bij de voorpublicatie en in de eerste druk van het album. Later werd het woord vervangen door het meer algemene "stotteren". De professor was hiermee weinig geholpen, aangezien het woord "stotteren" nog moeilijker uit te spreken is dan "doddelen".
  • Toen men in 2002, na de pensionering van de professor, zijn Gentse bureau ontruimde, bleek dat een geheime deur te hebben die uitgaf op een immens atelier, waar zich een toestel bevond dat bijzonder goed leek op de Gyronef. Blij met de onverwachte extra ruimte die het atelier opleverde, werd het lokaal ontruimd, en het toestel ontmanteld. Het wacht nu op reconstructie: de Antwerpse kunstenaar Panamarenko, die zich specialiseert in vliegtoestellen, werd al aangesproken door het Museum voor Hedendaagse Kunst Antwerpen, maar deze kon nog geen tijd vrijmaken.

Suske[bewerken]

Een royale Suske (ca. 1950), die zich de laatste tijd zorgen schijnt te maken over de hedendaagse jeugd.

François Antigoon, de Sus in café "De Vetgans" en Suske daarbuiten, liet zijn eerste kreetjes in de Antwerpse volkswijk Seefhoek in 1935. De Antigoons gingen prat op hun afstamming van Druon Antigoon, de boosaardige reus die schippers op de Schelde tol deed betalen, en hun hand afhakte indien zij deze verplichting niet nakwamen. Hoewel in deze legende rond het ontstaan van Antwerpen eigenlijk Brabo de held is, droegen zij hun familienaam toch met trots. Zij vertelden ook graag het verhaal van Sus Antigoon de Oudere, kapitein van het galjoen "Antverpia" dat in 1540 op ontdekkingsreis vertrok naar de Stille Zuidzee, en nooit weergezien werd. Volgens de afstammelingen (Sus Antigoon liet vrouw en kinderen achter) circuleerden er in dat gedeelte van de planeet al eeuwen geruchten over een koninkrijkje, door blanke zeevaarders gesticht op een eilandje. Het was in café "De Vetgans" dat Vandersteen dat verhaal hoorde tijdens de oorlog, en het later combineerde met de inspiratie die zijn ontmoeting met Wiske en Tante Sidonie hem opleverde.

Openingszin[bewerken]

De eerste stripverhaalwoorden van Suske waren

"Bij Sus Antigoon!  Daar verdrinkt iemand!"


De bewoners van de Antwerpse Seefhoekwijk zijn het daarmee echter nooit eens geweest, en verwijzen altijd naar de tweede interventie van Suske, zijn in Antwerpen erg geliefde strijdkreet

"Seefhoek vooruit!"


Dat Willy Vandersteen zélf afkomstig was uit de Seefhoek, is voor de rechtgeaarde volkskundeliefhebber geen geheim meer.

Gepeinzen[bewerken]

Suske heeft een grote invloed gehad op het verteltalent van Vandersteen, die uren kon doorbrengen in café "De Vetgans", luisterend naar de wilde doch immer boeiende verhalen van deze geboren meesterverteller. Deze had absoluut geen moeite met het opduiken van zijn verhalen in de succesvolle stripreeks, en toen Vandersteen hem een deel van de auteursrechten aanbood, wou hij dat prinselijke aanbod niet aanvaarden. Zijn verhalen waren voor iedereen die ze wilde horen, en hij had geen erkenning nodig. Dat in werkelijkheid alleen Vandersteen toegang had tot de verhalen van Suske, werd duidelijk toen de tekenaar de reeks helemaal overliet aan zijn Studio, en de kwaliteit van de verhalen onhoudbaar naar beneden dook, met zeldzame opflakkeringen wanneer de meester nog eens zélf voor een verhaal zorgde.

Trivia[bewerken]

  • Het wilde verhaal over seksuele uitspattingen van een doorsnee Antwerps gezin botste bij Vandersteen op begrijpelijke afkeer, maar werd afgeluisterd door een derderangstekenaar die een tafeltje verder zat. Deze bewerkte het verhaal tot wat veel later als "De glunderende gluurder" in omloop zou komen.
  • Toen men hem in 2002 vroeg om samen met Wiske het standbeeld van de naar hen gemodelleerde striphelden te onthullen, wou hij daar niet aan meedoen, omdat volgens hem het in de Zoo van Antwerpen uit 1979 daterende standbeeld volstond. Het feit dat er toen aan hem niet gevraagd was om het te onthullen, speelde waarschijnlijk ook een rol in zijn weigering.

Lambik[bewerken]

Lambik in actie (ca. 1951[3]), en genietend van een welverdiende rust op zijn landgoed in Frankrijk. Deze kwieke honderdplusser heeft duidelijk baat bij Franse wijn!

Constant Kriekelambic, sinds zijn prilste jeugd nooit anders aangesproken dan met Lambik, verliet de baarmoeder van zijn Antwerpse moeder ergens in den Dam in 1898. Hoewel zijn familenaam associaties met één der beroemdste Belgische bieren oproept, is hij altijd voornamelijk in wijn geïnteresseerd geweest. Ook nu nog, als krasse honderdplusser, heeft hij in zijn huidige woonplaats in het zuiden van Frankrijk een zeer goede reputatie als wijnkenner.

Openingszin[bewerken]

Het opmerkelijkste aan de introductie van Lambik is zijn onzichtbaarheid. Hij zat namelijk verstopt in een holle boom bij het opmerken van

"Ha! Hier stond een hoeve! Dat moet ik noteren!"


De eerste fysieke verschijning ging vergezeld van

"Heu! Goeden dag, kinderen! Heu! Ik stond hier naar den tram te wachten!"


Zijn latere opmerkingen zouden nog lang van ditzelfde literaire gehalte blijven, hoewel de echte Lambik zich heel wat verfijnder uitdrukt, en zelden of nooit dwaze opmerkingen maakt. De fysieke gelijkenis tussen beide Lambikken was in het begin ver te zoeken, maar dat verbeterde met de jaren.

Gedachten[bewerken]

Toen het strippersonage in 1952 voor het eerst de krachtterm "Miljaar!" gebruikte, schreef de echte Lambik meteen een boze brief naar Vandersteen, omdat hij die uitdrukking helemaal niet vond passen bij het karakter. Veel ophef maakte dat allemaal niet, omdat het toch maar om een op bestelling gemaakt kort nevenverhaal ging, gepubliceerd in een blaadje met een kleine oplage, en waarover de tekenaar later niets meer wou horen. Toen het woord decennia later weer gebruikt werd, schreef onze wijnkenner weer een brief, naar Studio Vandersteen deze keer (de tekenaar was inmiddels al overleden). Nu volgden veel meer brieven, omdat het grote publiek de krachtterm nu óók gelezenhad, maar Studio Vandersteen liet het woord nog vaak terugkomen. Volgens onze wijnkenner zou dit nooit gebeurd zijn indien Vandersteen zich nog met de reeks had beziggehouden.

Trivia[bewerken]

  • Er wordt wel eens beweerd[4] dat zijn ervaringen als jonge soldaat in de loopgraven tijdens de Eerste Wereldoorlog aan de basis liggen van zijn eigenaardige gedragingen en dito uitlatingen. Er zijn echter nergens sporen gevonden van een hospitaalopname wegens shellshock, en de echte Lambik heeft altijd beweerd dat zijn frontervaringen best meevielen. De getekende Lambik heeft meer dan eens zijn militaire uitrusting uit die tijd tevoorschijn gehaald om er zijn vrienden mee te verdedigen, en veel onaangename herinneringen schenen die parafernalia niet op te roepen.
  • Vandersteen was niet alleen een bierliefhebber, maar hield ook van een glaasje wijn. Hij was dan ook regelmatig te gast op het Zuidfranse landgoed van Lambik, waar de aangeboden wijn altijd van prima kwaliteit is.

Jerommeke[bewerken]

In zijn jonge jaren kon Jerommeke jongleren met bommen en granaten dat het een lieve lust was (ca. 1955[5]), maar de tijd en het werk in de kerncentrale van Doel hebben hun tol geëist..

Jérôme Bonkers, omwille van zijn zachtmoedigheid doorgaans Jerommeke genoemd, is een in 1909 geboren en getogen telg uit het Antwerpse Schipperskwartier. Daar zorgde zijn fenomenale kracht ervoor dat hij al zeer jong, op zesjarige leeftijd, al aan het werk kon als dokwerker. Hij bleef dan ook lange tijd analfabeet, totdat hij in 1952 kennis maakte met Willy Vandersteen, die in deze enigszins gedrongen, ongelooflijk sterke, zachtmoedige figuur een nieuw personage voor zijn populaire stripreeks zag. Toen het echte Jerommeke de eerste afleveringen zag die Vandersteen hem toestuurde, wou hij weten wat die ballonnetjes betekenden die uit de mond van "zijn" ventje kwamen. Dit was het begin van een lang- en moeizame alfabetisatie, die hem uiteindelijk, na een jaar of vijf, toeliet om op eigen kracht de avonturen van Suske en Wiske te volgen. Niet toevallig liep deze scholing parallel met de avondschool die het stripfiguurtje volgde in 1954. Verder dan het lezen van deze stripverhalen, en de later "Jerom" verhalen, is hij echter nooit gekomen, en toen hij in 1975 de dokken omruilde voor onderhoudswerk in de kerncentrale van Doel, werd hij zodanig door radioactieve straling aangetast dat er van leren lezen of schrijven helemáál geen sprake meer kon zijn. Hij heeft de straling overleefd dankzij zijn uitzonderlijke lichamelijke concitie, maar veel communicatie zit er niet meer in.

Openingszin[bewerken]

Jerommeke is altijd karig geweest met woorden, en het naar hem geboetseerde personage illustreerde dat met

"...voor niks nodig... ...moet er toch aan..."


Collega's uit de kerncentrale beweerden vaak dat hij dit ook zei wanneer hij erop gewezen werd dat hij beschermende kledij moest aantrekken voor zijn werk in de reactor. Deze collega's van de onderhoudsploeg hebben geen van allen de pensioengerechtigde leeftijd bereikt, maar Jerommeke viert in 2009 zijn honderdste verjaardag!

Ideeën[bewerken]

Het echte Jerommeke was een beetje geschrokken van de woeste inborst van zijn alter ego, maar was fier op het zeer gelijkende portret. In de loop der jaren werd het figuurtje beschaafder, en gedroeg zich meer en meer als het model, maar de afbeelding ervan ging zich meer en meer verwijderen van het origineel, om dan uiteindelijk gefixeerd te worden in het ballonnetje op stokjes dat het moderne Jerommeke moet voorstellen. In zijn laatste luciede jaren kon onze dokwerker annex kernreactorpoetsman daar bijzonder boos over worden.

Trivia[bewerken]

  • Hoewel hij al zeer jong als dokwerker aan de slag kon, werden zijn verschillende pogingen om tussen 1914 en 1918 bij het Belgisch leger ingelijfd te worden, steeds afgewimpeld. Eén keer slaagde hij erin om in het bezette Antwerpen iemand een sollicitatiebrief te laten schrijven, die hij zelf achter het IJzerfront bracht. Toen de bevoegde officier dóórhad dat de zich aanprijzende recruut uit de brief datzelfde breedgeschouderde zevenjarig kereltje vóór hem was, begon hij onmiddellijk de loopgraven te doorzoeken naar de grapjas die in oorlogstijd zó zijn superieuren voor de gek durfde houden.
  • Het Nederlandse publiek heeft ons Jerommeke een tijdlang gekend als "Jeroentje", wat taalkundig perfect klopt, maar door onze dokwerker nogal flauw gevonden werd.


Illustratie van de wisselende machtsverhoudingen tussen Jerommeke en Lambik (ca. 1954).

Top tien[bewerken]

Er zijn in de loop van de jaren duizenden verschillende Suske en Wiske Albums verschenen, en de Dienst Statistiek van Uitgeverij De Standaard laat maar schoorvoetend de (nooit gepubliceerde) top tien inkijken:

  • 69: De naaiende Nerviërs
  • 85: De schone schandknaap
  • 89: De dolle dellen
  • 116: De bronstige sleutel
  • 118: De gouden douche
  • 121: De duistere dildo
  • 124: Het bonkende bed
  • 133: De fuk-fuk-club
  • 155: De poezelige poes
  • 165: De spritsende spuiter
  • 192: Het hitsige hoertje
  • 196: De natte Navajo

Album nr. 108, "Twee toffe tellers", wordt, ondanks zijn populariteit, uit de lijst geweerd, omdat elke sterveling weet dat een top tien niet boven het dozijn mag gaan.

Notenbalk[bewerken]

  1. Hoogbegaafdheid was toen spectaculairder dan heden ten dage: nu wordt elk kind dat zich niet kan gedragen als hoogbegaafd bestempeld, ook al omdat begrippen als "hyperactief" en "ADHD" een beetje uit de mode beginnen te raken.
  2. Eén van zijn meest briljante leerlingen was de ons niet onbekende W. Druyff, die in 1951 een goed werkende tijdmachine uitvond, waarvan de plannen in 1952 gestolen werden, kort vóórdat de Professor Barabas uit de stripreeks met zo'n ding kwam uitpakken, zeven jaar na het voorstellen van een machine die allen beelden uit het verleden kon overbrengen. Professor Druyff won in april 2008 uiteindelijk het plagiaatproces. De échte Professor Barabas beweerde met de hele zaak niets te maken te hebben, en zelfs fier te zijn op zijn oud-leerling.
  3. Sommige fanatieke stripliefhebbers zeggen 1851, maar zij overdrijven.
  4. Maar dan vooral door mensen die de echte Lambik niet kunnen onderscheiden van het tekenverhaalpersonage. Een dergelijk verschijnsel treedt ook op bij tv-soaps, en menig acteur is een veelgeraadpleegd slachtoffer van een doktersrol geworden.
  5. Al duikt het jaartal 1717 óók af en toe op. Maar zal dat tijdmachientje van de prof wel voor iets tussen zitten.
Stripverhaal

Alpen · Daltons · Garfield · Jommeke · Nero · Samson en Gert · Sjors en Sjimmie · Smurfen · Striptaal · Suske en Wiske · Urbanus

Potatohead aqua.png
Aan de schandpaal genageld!
Vastgenagelde versie:
20 juni 2008
Dit artikel is een verschrikking! Daarom is het vastgenageld aan de schandpaal zodat iedereen er rotte groenten tegenaan kan gooien.