Tijl Uilenspiegel

Uit Oncyclopedia
Ga naar: navigatie, zoeken
Tijleke.GIF

Wat baten uil en spiegel, als de bril niet zien en wil... nee, wacht...
~ Urbanus van Anus worstelend met de creatie van één zijner befaamde almanakspreuken.

Tijl Uilenspiegel (Damme (Vlaanderen), omstreeks 1280[1] - Mölln (Duitsland), 1350) was de burgemeester van Damme met zowel de kortste ambtstermijn (1 april 1302 tot 11 juli 1302) als de grootste internationale faam, al had die faam weinig of niets te maken met zijn kortstondig burgemeesterschap.

Geboorte en jeugd[bewerken]

Over de geboorte van Tijl Uilenspiegel doen vele verhalen de ronde, en sinds het jubeljaar 1980[2] in Damme wordt daar bovendien een jaarlijkse wedstrijd georganiseerd rond het thema "Verzin een verhaal omtrent de geboorte van Tijl Uilenspiegel", wat het aantal legendes op indrukwekkende wijze heeft doen toenemen. Het enige verhaal dat door niemand wordt weerlegd, omdat in 1280 zowel de pastoor, de baljuw als de stadssecretaris van Damme het onafhankelijk van elkaar (zij waren aartsvijanden) op schrift hebben gesteld, is dat van de drie dopen: de eerste keer met wijwater boven de doopvont, de tweede keer met bier in taverne "Den Ouden Bareel" rechtover de kerk, en de derde keer door een fikse regenbui op weg van de taverne naar het ouderlijk huis. Het is ook in die drie geschriften (het kerkelijk archief ging in de vlammen op toen een vuurpijl ongelukkig terecht kwam tijdens het eerste oudstrijdersbal op 11 juli 1303, en Tijls doopakte dus ook) dat we de namen van zijn ouders vinden: Isidoor Uilenspiegel en Amelie van Genechten, respectievelijk kolenkweker (gespecialiseerd in broccoli) en hoedenmaakster (gespecialiseerd in panama) van beroep.

Politiek en originaliteit[bewerken]

In 1302 besloot Uilenspiegel om zich in de lokale politiek te gooien, en Damme zal het geweten hebben. Om de volgens hem veel te duffe traditie op te poetsen, zette hij zijn verkiezingscampagne in met carnaval, en kleedde hij zich uitsluitend als nar. Zijn programma bestond uitsluitend uit grappen, grollen en andere onuitvoerbare beloften, zoals het verlagen van de belastingen door de rijken meer te laten bijdragen, en het garanderen van geïndexeerd leefloon, werkloosheidsuitkering en pensioen, welvaart voor iedereen en het uitroeien van de misdaad, maar zijn stijl sloeg aan. De bevolking kreeg die verkiezingsbeloften immers altijd en van iedereen, dus waarom dan niet gekozen voor iemand die dat alles in een nieuw kleedje stak? Op 1 april 1302 werd hij met een ruime meerderheid verkozen tot burgemeester van Damme, maar zijn mandaat was geen lang leven beschoren. Toch wist hij in een korte tijdspanne Damme om te toveren van een ingedommeld stadje tot de bruisende feestgemeente die ze nu nog altijd is, met minstens drie rockfestivals per jaar, talloze pensenkermissen, evenveel wafelslagen en dito pannenkoekenfestijnen. Deze laatste drie kwamen vooral tot ontwikkeling onder het burgemeesterschap van zijn opvolger, de levenslustige Guillaume "Lamme" Goedsack. Hoewel wereldwijd elke organisator van een feestelijk evenement probeert dat te laten doorgaan in Damme, en deze plaats al sinds mensenheugenis (wel, sinds de XVde eeuw ongeveer) uitverkoren is voor elk congres over vermaak en feestelijkheden die naam waardig, is het bestuur er nog steeds niet in geslaagd om het wereldkampioenschap onderwaterdammen daarheen te krijgen. De Internationale Bond voor Onderwaterdammers beweert namelijk bij hoog en bij laag dat hun favoriete bezigheid een heel serieus gebeuren is, en niks met amusement te maken heeft, en dat die van Damme zich blind staren op een halfbakken woordspeling.

Ongenade en ballingschap[bewerken]

De Vlaamse opstand tegen de koning van Frankrijk vond in Uilenspiegel een geestdriftig aanvoerder, maar twee anderen met leidersaspiraties en gefrustreerde politieke ambities[3] haalden hem onderuit via een lastercampagne, die hem in de ogen van de bevolking liet doorgaan voor een verrader. Dat alles gebeurde in de tijdspanne van slechts één dag, de immer vermaard gebleven elfde juli, "Een staaltje van communicatieve efficiëntie!", zoals Uilenspiegel in zijn memoires[4] opmerkte, maar hij zag de onweersbui hangen, en maakte zich uit de voeten vooraleer hij gearresteerd kon worden. Hij zocht zijn heil in één der vele Frankrijk vijandig gezinde landen, en trok voor de rest van zijn leven als grappenmaker en nar rond in Duitsland.

Big in Germany[bewerken]

Hoewel narren en andere potsenmakers al van oudsher de Europese wegen kleur gaven, maakte Tijl meer indruk, genoeg alleszins om als enige ambulante grappenmaker eeuwenlang in het collectief geheugen gegrift te staan, met naam, geboortejaar (ongeveer toch), overlijdensdatum, grafsteen (twee zelfs) en talloze biografieën. Wat maakte Uilenspiegel nu zo bijzonder?

Fysiek[bewerken]

Uilenspiegel wordt door zijn tijdgenoten omschreven[5] als een tenger gebouwde man met uitzonderlijke lenigheid en dito spierkracht. Gekoppeld aan een niet aflatend enthousiasme en een aangepast dieet, vormden deze eigenschappen de basis van een wat men nu een "succesvol product" zou noemen. Dat dieet werd overigens niet voorgeschreven door een diëtist, maar door armoede, want het beroep van rondtrekkend entertainer bracht doorgaans weinig geld in het laatje, en voor iemand met zo'n professionele bezigheid is Uilenspiegel dan ook uitzonderlijk oud geworden.

Stijl[bewerken]

Tijl was er zich van bewust dat hij zich, zowel qua activiteiten als qua voorkomen, aan een onmiddellijk herkenbare stijl moest houden, wilde hij als ontheemde vreemdeling aan de bak kunnen komen. Kleurige kledij was dus aangewezen, en liefst met een vast kleurenschema, en met vaste attributen. Tot die laatste behoorden een (opgezette) uil en een spiegel, geïnspireerd door zijn familienaam. Aan die attributen koppelde hij een filosofie, die hem toeliet om prikkelbare moraalridders te woord te staan wanneer die hem wilden ringeloren omwille van bijvoorbeeld een uit de hand gelopen grap. De filosofie paste hij uiteraard aan de omstandigheden aan, maar de "standaardfilosofie" was die van de spiegel die hij de dwaze mensen voorhield (het was dus hun domheid en zelfingenomenheid die hen de geknipte slachtoffers van zijn grappen maakte), en de uil die daartegenover de wijsheid moest verbeelden. Het gebeurde zelden dat hij met die opstelling niet wegkwam, en in zulke gevallen moest hij de benen nemen.

Marktbewustheid[bewerken]

Het begrip "markt" was in de XIIIde en XIVde eeuw altijd letterlijk te nemen, en de afgeleiden ervan eveneens. De eerste plaats waar Uilenspiegel zijn afzetmogelijkheden ging verkennen was dus altijd het marktplein, of, in grotere steden, eerst het centrale marktplein en dan de kleinere markten. Dat waren destijds de plaatsen waar alle sociale leven zich afspeelde, waar werk kon gevonden worden, en waar onschuldige en vooral onwetende bezoekers voor het lapje konden gehouden worden. Uilenspiegel spendeerde minstens een hele dag, en soms meer, aan dergelijke verkenning, tot hij niet alleen perfect wist met welk volk hij te maken had (zowel qua inwoners als qua bezoekers), maar ook hoe de infrastructuur in elkaar zat. Het eerste was belangrijk om zijn aanbod aan te passen aan de plaatselijke noden (en hebbelijkheden en rare tradities), het tweede hield verband met het ter beschikking houden van vluchtwegen, want een initiatief kon wel eens een onaangename afloop kennen. Van de nu nog bestaande marktpleinen uit die tijd zijn er praktisch geen die niet met een herdenkingsplakkaat aan Uilenspiegels passage herinneren, en vaak is er dan een souvenirwinkeltje in de buurt waar Uilenspiegelmemorabilia te koop worden aangeboden, meestal uilen en spiegels in diverse formaten en uit even diverse materialen.

Volharding[bewerken]

Ontelbare malen had Uilenspiegel de kans om zich in een stabiel ambacht te vestigen: hoewel hij geen enkele echte opleiding had genoten, stond hij bekend als zeer schrander, en snel van aannemen. Maar de drang naar potsenmakerij bleek telkens sterker, en zelfs wanneer dergelijke aanbiedingen uitgingen van een aantrekkelijke jongedame die zichzelf als "Mevrouw Uilenspiegel" helemaal zag zitten, weerstond hij aan de verleiding, en verliet hij het oord om zich elders te lande aan zijn roeping te wijden. Ettelijke keren werd hij door ijverige godsdienstbeoefenaars voor de keuze gesteld tussen bekering tot een vroom leven en een warm onthaal op een brandstapel, maar even ettelijke keren sloeg hij het aanbod af, en maakte zich uit de voeten.

Tijdsgeest[bewerken]

Een figuur als Uilenspiegel was slechts denkbaar in die woelige periode waarin het licht der Renaissance wel al schuchter aan de einder begon te schijnen, maar de donkerte van de Middeleeuwen nog volop verantwoordelijk kon worden gesteld voor de goedgelovigheid des volks, en tevens de contrareformatie nog niet alle macht in de handen van religieuze fanatiekelingen had gespeeld. Het was een tijd waarin een ondernemend persoon zijn fantasie de vrije loop kon laten mits niet te scrupuleus van karakter te zijn, en psychologisch[6] voldoende onderlegd om de zwakheden van ieder potentieel slachtoffer te kunnen inschatten. Het uitbuiten van de prestigezucht van een menigte vorsten en vorstjes, zowel wereldlijke als geestelijke, hoorde ook tot de geboden mogelijkheden, en een pienter iemand kon daar voordeel uit halen. Uilenspiegel leefde, net als zijn collega's-concurrenten, echter "van de hand in de tand", een levenswandel die geen uitzicht bood op pensioen of ander appeltje voor de dorst, en zijn einde was dan ook, in verhouding tot zijn wereldwijde vermaardheid, roemloos en eenzaam.

Dood en repatriëring[bewerken]

Uilenspiegels laatste rustplaats in Damme.

Uilenspiegel kwam aan zijn einde in

  1. 1350, het jaar dat de XIVde eeuw gesplitst werd, maar waarin verder niks gebeurde;
  2. Mölln, een godvergeten dorp in Duitsland;
  3. miserabele omstandigheden, oud, ziek, en vergeten.

De bovenstaande opsomming is geen meerkeuzevraag, maar een droeve samenloop van omstandigheden. Gelukkig geschiedde de begrafenis in een stijl die iets meer aanleunde bij zijn levensbeschouwing: omdat de grafdelver het werk had overgelaten aan een niet al te snuggere leerjongen, die de afmetingen van het graf verkeerd had geïnterpreteerd, diende Uilenspiegel rechtstaand te worden begraven. Dit werd overigens op goedkeurend gemompel ontvangen door de weinige aanwezigen die zijn reputatie kenden, en het niet voorhanden zijn van enige grafrede werd meteen verholpen toen een door het voorval geïnspireerde toeschouwer spontaan uitriep: "Laat hem zo maar staan, want wonderlijk is hij geweest tijdens zijn leven, en wonderlijk zal hij zijn tijdens zijn dood."[7]

Twee jaar later bereikte het nieuws van zijn overlijden (en wonderlijke begrafenis) zijn geboortestad, vanwaar onmiddellijk een brief vertrok naar Mölln, met de vraag om toestemming om het lichaam te repatriëren. Twee jaar later kwam die brief aan, en nog twee jaar later ontving men in Damme de schriftelijke toestemming. Onmiddellijk toog een delegatie op weg naar Mölln, en die kwam daar twee jaar later aan. Twee jaar daarna kwamen zij met Uilenspiegels lichaam in Damme aan, en mathematisch aangelegde lezers kunnen hieruit opmaken dat hij in 1360 zijn definitieve rustplaats vond in Damme, waar hij overigens eveneens rechtstaand werd begraven, maar deze keer opzettelijk, omdat men daar, nog meer dan in Mölln, deze positie bij hem vond passen. Omdat in Vlaanderen niemand wat had aan een grafsteen met Duitse tekst, bleef de originele steen in Duitsland, waar hij nog steeds te bezichtigen is, en werd voor het Damse graf een nieuwe gemaakt, met als tekst:

DERTYEN VYFTIGH WAS T MET HEM GHEDAEN
SEVENTIGH SO OUDT WAS DESEN BRAEVEN
PEYNST ALVOERENS WEGH VAN HYER TE GHAEN
OEC DEN NAR VERDYENT NEN LAETSTEN HAEVEN
DESEN STEEN SAL ELCEEN LAETEN STAEN
ULENSPIEGHEL STAET ALHYER BEGHRAEVEN

Heropstanding en inlijving[bewerken]

In het voorjaar van 1830 stond het anders zo vredige en alleen door feestelijke activiteiten tot leven gebrachte Damme in rep en roer: allerhande mysterieuze lichtverschijnselen waren gedurende opeenvolgende nachten waargenomen op het stedelijk kerkhof, meer bepaald op en rondom de plaats waar Uilenspiegels graf zich bevond. Ze vonden plaats in een periode dat niemand een vergunning had aangevraagd voor een festiviteit[8], en passanten beweerden dat ze een op een mens lijkende verschijning hadden zien opstijgen uit het legendarische graf, om na een vorsende blik op de omgeving weer ten grave neder te dalen. Toen na een week hiervan geen melding meer werd gemaakt, durfde men het aan om het graf te onderzoeken, en het bleek leeg te zijn. Sceptici grepen de uitslag van dit onderzoek aan om Uilenspiegel definitief als een legende af te doen, de rest van de XIXde-eeuwse legde moeiteloos het verband met de revolutie die tijdens de zomer van dat jaar het nieuwe land België zou laten ontstaan. Uilenspiegel zou de ongrijpbare aanvoerder geweest zijn, die de opstandelingen aanvuurde telkens en waar de moed hen in de schoenen dreigde te zinken. Verhalen deden de ronde, en zoals meestal bij zo'n verhalen gebeurt, werden die door elke verteller een beetje aangepast. De laatste, en meest succesvolle aanpassing, was die van de half-Waalse schrijver Charles de Coster, die het gegeven meer dan dertig jaar later in een lijvig boek verwerkte, maar de handeling verplaatste naar de Tachtigjarige Oorlog, en dat zo overtuigend deed dat heden ten dage niemand nog Uilenspiegel met de Middeleeuwen of met de Belgische Revolutie associeert. Uilenspiegel was definitief ingelijfd bij de Geuzen.

Invloed op de hedendaagse politiek in Vlaanderen en daarbuiten[bewerken]

Hoewel buiten Damme de grote massa nog weinig weet heeft van de oorspronkelijke Uilenspiegel, is zijn visie op politiek blijven leven. Eerst was er de invloed op het politiek toneel in zijn geboortestad, maar nog vóór zijn dood in Mölln had de op grappen en grollen gebaseerde stijl, waarbij de kiezer steeds weer denkt: "Zijn z'ermee aan 't rammelen of menen ze dat nu?", zich over heel Vlaanderen verspreid, om nooit meer te verdwijnen. Pas na de Tweede Wereldoorlog breidde het fenomeen zich uit tot over de landsgrenzen, om nog vóór het einde van de XXste eeuw alle democratieën van de planeet aangetast te hebben. In ludiek-belachelijke verkiezingscampagnes zal Uilenspiegel eeuwig blijven leven, tot spijt van wie het benijdt en van de politici die een "serieus" imago proberen te slijten, en daarmee toch telkens weer het onderspit delven.

VlaleeuwL.JPG
Vlaamsche figuren

Bart De Wever · Flip Kowlier · Herman Brusselmans · Herman Van Rompuy · Hugo Claus · Jan van Eyck · Kapitein Zeppos
Kimberley Vlaeminck · Louis Paul Boon · Napoleon Bonaparte · Peter Paul Rubens · Pieter Bruegel de Oude · Tijl Uilenspiegel
Tom Boonen · Urbanus van Anus · Yves Leterme


Gezichtshaar voor den Triomf.jpg "Hoezee, dit is een Middeleeuw!"

Altria Pendragon · Astrologie · Augustijnen · Jheronimus Bosch · Carnaval · Clovis · Complot · Draken · Jan van Eyck
El Cid · Filips de Schurk · Filips de Viezerik · Kaas · Karel de Grote · Kasteel · Merlijn · Mohammed
Monarchen uit de Monarchenfamilie der Hamburgers die niet belangrijk genoeg zijn om een eigen artikel te hebben
Salische Wet · Sint Bonifacius · Sint Gekkigheid · Sint Kerk · Sint Maarten · Sint Trappe
Sir Lancelot · Snorri Sturluson · Tempeliers · Thomas van Aquino · Tijl Uilenspiegel


Potatohead aqua.png
Aan de schandpaal genageld!
Vastgenagelde versie:
12 januari 2015
Dit artikel is een verschrikking! Daarom is het vastgenageld aan de schandpaal zodat iedereen er rotte groenten tegenaan kan gooien.


Notenbalk[bewerken]

  1. Zoals in die tijd gebruikelijk was, vermeldt de grafsteen, beide grafstenen in dit geval, niet het geboortejaar, maar de leeftijd op het moment van overlijden. In Uilenspiegels geval is dat 70 jaar.
  2. 700ste geboortejaar voor wie vasthoudt aan 1280 als geboortejaar van Uilenspiegel, zowat heel Damme dus.
  3. Jan Breydel en Pieter de Coninck, om de door Conscience opgehemelde rakkers dan maar bij naam te noemen.
  4. "Ein kurzweilig lesen von Dil Eulenspiegel", een manuscript waarvan nog één exemplaar te bezichtigen valt in het Gemeentelijk Museum van Mölln. Latere als volksboeken gebrandmerkte drukwerken bleven eeuwenlang verschijnen, tot deze in de XIXde eeuw definitief overschaduwd werden door een ultiem Uilenspiegelboek.
  5. Menig Duits schrijven uit die tijd, het weze een brief, een dagboeknota of een gemeentelijke verordening, vermeldt hem uitvoerig, zij het niet altijd met name.
  6. Het woord moest nog worden uitgevonden: Uilenspiegel was een pionier!
  7. Maar dan in 't Duits.
  8. Of, zoals men dat te Damme zegt, "festivaliteit".