Treurnis

Uit Oncyclopedia
Ga naar: navigatie, zoeken

Ach en wee, mijn waardevolle kameraden, hoezeer gaat dit hartezeer mij aan? Hoelang moet ik nog klagend door de straten trekken, en het volk vervullen met mijn verdrietige vrees, en vreselijk verlopende vergankelijkheid. Kan ik nog wel zingen, spreken, lachen en dansen, en zal ik ooit nog vriendschap, plezier of ware liefde kennen? Zal ik ooit nog het licht van de zon zien?! ACH EN WEE! ACH EN WEE!

Melancholie[bewerken]

Wat had kunnen zijn...

Want ach, die schone vrouwe op Lijn 13 Luntjesschotenbroek, met haar lange blonde haren een schone glimlach. Zal ik haar ooit nog zien? De manier waarop ze rakelings langs mij keek toen de dikke negerin op het stoeltje achter me begon te braken, zal ik ooit nog in zulke ogen kijken. O, de dromen! Ik zag haar, met mij, in een zonovergoten Italië. Ik zag haar, bij mij aan tafel nadat ze stamppot had gemaakt. Ik zag ons eerste kind, onze kleinkinderen! Ik zag haar uitgelubberde geslachtsdelen na de bevalling! En dat terwijl ik haar niet eens gesproken heb. Och mooie vrouwe op de bus, de melancholie die ik voel scheurt me aan stukken! ACH EN WEE! ACH EN WEE!

Wanhoop[bewerken]

Want ach, die schone vrouwe was misschien wel de ware, dé vrouw die god langs mij heen gestuurd had om mijn wederhelft te worden. De echte liefde keek mij aan: en ik heb haar de deur gewezen. Oh, de pijn. Nooit meer zal ik zo'n kans krijgen, en zo wel dan loop ik toch weer de andere kant op. Nooit meer zal ik geluk kennen, mijn leven is puntloos. Wat voor moois kleurt er nog aan de hemel als in mijn hoofd alles smerig, grijs en donker is. Ik kan net zo goed opdoeken en verdwijnen, niemand die het ooit merken zou, geen haan die er naar zou kraaien. Nooit meer zal ik een willekeurige vrouw in de bus zien en daarbij een ridicule levensgeschiedenis verzinnen om vervolgens te rouwen dat deze nooit is uitgekomen. Och mooie vrouwe op de bus, de wanhoop die ik voel eet me op! ACH EN WEE! ACH EN WEE!

Rouw[bewerken]

De pijn... de pijn...

Want ach, alsof het allemaal nog genoeg is, is ook nog mijn lieve hondje Mijnheer Poepers dood. Ja, echt! Dood is hij zeg ik je, morsdood. 's Avonds kwam ik terug na een week onverantwoord LSD-gebruik, ergens in Oncyclopolis, en toen hing hij daar, geveld. Ach mensen, ach, hij had zichzelf opgehangen. Ik mis hem zo, iedere dag nog. Zijn uitvallende haren, zijn met schurft verspochte huid, het zoete geblaf om aandacht wat ik zorgvuldig negeerde. Zelfs zijn gezeur om eten, zelfs dat zal ik missen. Hij is begraven in zo'n klein kistje in de achtertuin. Ik heb zelfs Oom Sjon erbij gehaald, die nog een blauwe maandag aalmoezenier is gewest. Kun je het voorstellen, dat gezever over hogere machten, terwijl ik hier, leeg en doods van binnen, het verlies van mijn trouwste maat en beste kameraad VOOR ALTIJD (!!) (ALTIJD VERDOMME NIET EEN MIDWEEK NAAR CENTERPARCS OFZO) zal moeten missen? De pijn! De leegte! Och, Mijnheer Poepers, de rouw snijdt in me als een bot slagersmes in kipfilet die al over datum is! ACH EN WEE! ACH EN WEE!

Zelfmedelijden[bewerken]

Want ach, ik, ik hulpeloze sterveling! Mijn leven is vreselijk, deze wereld is een poel van verderf! Sinds ik mijn pink gekneusd heb, een pijn die onbeschrijflijk is, ben ik ook nog arbeidsongeschikt. De pijn! Ik, arme ik, van honderden euro's per maand, maar wordt mijn pink daardoor beter?! Ik dacht het niet, Nederland! De pijn gaat niet weg! Mijn jammerlijke leven wordt er niet beter van! Arme, arme, arme ik: zonder arbeid, met een gekneusde pink, en gestorven hond en de misgelopen liefde! Wat moet het nog worden met mij, wereld? Och arme ik, ik zwelg in het zelfmedelijden als een varken dat in de modder rolt! ACH EN WEE! ACH EN WEE!

Zie ook[bewerken]