Trombone

Uit Oncyclopedia
Ga naar: navigatie, zoeken
TrombClip.JPG

Instrumenten zijn luidruchtig,
muzikanten vreest men duchtig.
Ik bewoon een groene zone
en daar oefen ik trombone!

~ Drs. P over de trombone.

De trombone is het meest bureaucratische instrument uit het orkest. Sterker nog, de vormgeving van het ding wijst erop dat bureaucratie ouder is dan muziek. Aangezien niemand[1] eraan twijfelt dat muziek even lang bestaat als de mens, beseft de kritische lezer dat bureaucratie ouder is dan de mens.

Vondst[bewerken]

Het handboek bij uitstek voor de beginnende trombonist.

De bovenstaande opmerking brengt ons naad- en feilloos bij de volstrekt logische vaststelling dat de trombone niet uitgevonden werd, maar gewoon gevonden, zoals dat ook het geval was met de slingerkei en de doorkijkgrot. Geschiedenis hoeft niet altijd zo ingewikkeld te zijn als men die onschuldige bloedjes in dompige klaslokalen tracht wijs te maken.

Bureau[bewerken]

Toen één onzer voorouders vond dat hij ver genoeg ontwikkeld was om zich niet meer met de andere primaten te hoeven ophouden, klom hij uit zijn boom en vond daar beneden een mooi bureau met een comfortabele stoel erachter en een hoop interessante hebbedingetjes erop. Deze laatste hielden in:

  • een stempelkussen
  • een datumstempel ingesteld op 1 april -197.992
  • een bakje met het etiket "In"
  • een bakje met het etiket "Uit"
  • een naambordje met het etiket "A. Noniem"
  • een nietjesmachiene
  • een perforator
  • een bakje met paperclips

Tot zover niets aan de hand, zult u zeggen: een logische start van een bloeiende beschaving. Maar toen de eerste boomafdaler[2] de objecten één voor één gekeurd had, en aan de paperclips gekomen was, verscheen naast hem een tweede boomafdaler, die meteen begon te discussiëren over de toepassing van de paperclips. De één beweerde dat die dingen gemaakt waren om papier bijeen te houden, de ander dat ze gemaakt waren om in te blazen, en aldus muziek te maken.

Tweespalt[bewerken]

De papiervent kreeg de grote domme menigte achter zich, zijnde de overige zestien leden van de stam. Dom inderdaad, want ze zouden nog 197.887 jaar moeten wachten eer een Chinees met tijd teveel het papier uitvond. De muzikant, die inderdaad met zijn scherp prehistorisch metsersoog als enige gezien had dat het dingetje hol was, ging eerst in zijn eentje liggen toeteren op het kleine instrumentje, tot hij het beu was om het toestelletje gedurig van tussen zijn tanden te moeten peuteren, en aan het werk toog om een groter model te ontwikkelen. Dat nam betrekkelijk weinig tijd in beslag, en toen de houding van de papierloze maar desondanks toch stug volhoudende en dus des te agressiever wordende stamgenoten werkelijk te dreigend vond, ging hij op zoek naar geestesverwanten. Die vond hij wonderwel!

Wanneer een trombonist alleen komt te staan, voelt hij zich héél klein.

Muzikale zielsverwanten[bewerken]

Onze muzikant, die zijn schat intussen om onduidelijke reden "trombone" gedoopt had[3], trof op zijn tocht een groepje muzikanten aan, die aan het bakkeleien waren over de samenstelling van wat zij een "orkest" noemden.

Musiceren in groep[bewerken]

Met dit begrip bleken zij een groep van samen musicerende muzikanten te bedoelen, elk op een totaal verschillend instrument. De komst van de trombonist, want dit woord had hij voor zichzelf uitgedacht, kwam als een verlossing: meteen waren ze het er allen over eens dat de samenstelling op punt stond[4], en dat ze alleen nog een geschikte opstelling moest gevonden worden. Dit was opmerkelijk snel in kannen en kruiken, en aan de trombonist werd gevraagd om te assisteren bij de ordehandhaving, en daarom achteraan te gaan staan. De grote reikwijdte van het wonderlijke uitschuifbare instrument was daar niet vreemd aan: wie babbelde, of niet kon stilzitten tijdens repetitie of concert, werd met een tik van de schuif ter orde geroepen.

Daar staat hij in het orkest, en nergens anders...

Klank- en beeldeffecten[bewerken]

Orkestrale manœuvers in het donker: trombonist vangt harpiste.

Ook nu nog oefent de trombonist deze functie uit, tot meerdere discipline in het orkest, en toe meerdere vreugde van de toehoorders én toekijkers. Want wanneer een trombonist met zijn schuif uithaalt, levert hij niet alleen een wonderlijk visueel spektakel, maar een nog veel wonderlijker geluid. Op dit onbeschrijfelijk akoestisch gebeuren zit elke ervaren concertbezoeker te wachten, en wanneer de orkestleden de hele tijd braafjes en oplettend stilzitten, of uitsluitend rumoerig zijn wanneer de tromboniste even niet te spelen heeft, dan wordt het concert als waardeloos beschouwd. Tijdverspilling, zelfs al probeert de trombonist de zaak te redden met bizarre geluiden . Hopeloos, zelfs al poetst hij zijn instrument tussen twee nummers eens extra op. Slechte pers. Ander en beter.

Inspiratie en uitspattingen[bewerken]

Halverwege de XXste eeuw werd een Amerikaanse componist zodanig gegrepen door de virtuositeit en bedrijvigheid van de trombonist van een bijzonder ongedisciplineerd orkest, dat hij meteen na de uitvoering een werk schreef voor 76 trombones, en dat ook zo noemde. De waanzin van deze onderneming was elke muziekliefhebber meteen duidelijk, en de compositie is nooit in de door de componist bedoelde bezetting uitgevoerd. Aangezien het melodietje wel iets hád, werd het meteen bewerkt voor standaardorkest, met één trombonist. Deze mag dan wel de melodie spelen, maar dat is niet meer dan normaal.

Soorten trombonespel[bewerken]

Verdienstelijke musicologen onderscheiden drie soorten trombonespel: het defensief spel, het offensief spel, en het interactief spel. Muggenzifters willen hierin nog verder gaan, en de al eerder beschreven toezichtfunctie als een vierde spel beschouwen, maar daar trappen wij niet in.

Defensief spel[bewerken]

Trombonisten zijn de enige militaire muzikanten die door andere militairen geapprecieerd worden, en dit omwille van het martiale aspect van een correct (militair correct althans) vastgehouden trombone, en de mogelijkheid om er, mits te beschikken over voldoende longinhoud, granaten mee af te vuren. Op de andere militairen die zich des voormiddags achter een instrument verstoppen, voorwendende dat zij een orkest vormen, terwijl zij niet eens notie hebben van het bestaan van een heus standaardorkest, en des namiddags aan de tapkast van de kantine hangen, wordt neergekeken. Zij zouden allang in hechtenis genomen zijn, ware het niet dat dat getoeter tijdens een parade door het publiek gesmaakt wordt, zeker als de danspasjes mooi synchroon lopen.

Ook militaire muzikanten verdedigen weduwen en wezen!

Menig conflict werd voorspoedig (en volgens belanghebbenden vooral voortijdig...) beëindigd door toedoen van het dappere gedrag van de trombonist. Pas toen een door het instrument geïnspireerde wapenfabrikant de bazooka uitvond, werd geen beroep meer gedaan op de trombonist. De achting voor instrument en bespeler zijn echter gebleven, en het Vierde Regiment Huzaren te Fiets, gelegerd te Yerseke, heeft zelfs een trombone in zijn wapenschild. Wie al eens geprobeerd heeft om al fietsend trombone te spelen, weet hoeveel respect voor de trombonist hieruit blijkt.

Offensief spel[bewerken]

En wie zegt dat ik niet durf? 'k Pak dat ding af van die Smurf!

Wanneer een trombonist, hetzij wegens gebrek aan artistiek en/of technisch niveau, hetzij wegens zijn slecht karakter, hetzij wegens beide, de toehoorder choqueert en zelfs beledigt met onesthetische klanken, dan spreekt men van offensief trombonespel. Professor W. Druyff, eminent musicoloog en postzegelverzamelaar, heeft de meest voorkomende van deze geluiden ooit willen repertoriëren, maar staakte zijn inspanningen toen bleek dat ons Westers schrift hiertoe te beperkt was[5]. Onze bevoorrechte relaties met de professor lieten ons toe een paar even frappante als neerschrijfbare klanken over te nemen uit zijn notities, en we willen u die niet onthouden:

  • Burp
  • Plurp
  • Prroeppoep
  • Pwap
  • Pwaaaarrp
  • Twatwatwasjlop
  • Twiiiiiiopp

Elke trombonespeler onder u zal deze klanken zeker herkennen, zonder dit openlijk toe te willen geven. Maar dat is begrijpelijk. Op een apart klein kalenderblaadje vonden wij een niet-sonore offensieve speltechniek: die van het overmatig oppoetsen van het instrument om aldus het publiek te verblinden. De professor twijfelde duidelijk aan de plaats van deze techniek tussen de andere.

Interactief spel[bewerken]

Demonstratie van de trombone voor astmalijders, tijdens de Expo 58 in Brussel.

Een minstens even interessante speltechniek is die van het interactief trombonespel. Deze is even eenvoudig als vermakelijk. Wanneer een trombonist de allerlaagste noten van zijn instrument wil laten horen, moet hij de schuif maximaal uitschuiven, zodat de klankbuis de maximale lengte krijgt. Op die buis zit echter geen remmechanisme, en indien de muzikant iets te zwierig naar zo'n lage noot mikt, belandt de schuif in het publiek. Wie als eerste de schuif terug aan de trombonist bezorgt ontvangt daarvoor een lintje. Dit interactief spel verklaart de aanwezigheid van die mysterieuze kartonnen doos naast de trombonist.



Potatohead aqua.png
Aan de schandpaal genageld!
Vastgenagelde versie:
6 november 2009
Dit artikel is een verschrikking! Daarom is het vastgenageld aan de schandpaal zodat iedereen er rotte groenten tegenaan kan gooien.


Notenbalk[bewerken]

  1. Deze persoon is dan ook de énige die eraan twijfelt, laat dat duidelijk wezen. Oncyclopedia levert geen halve informatie, tenzij de andere helft overebodige nonsens is, die wij dan met plezier cadeau doen aan Wikipedia.
  2. De boomsoort is in wetenschappelijke middens al een hele poos geleden geïdentificeerd: het gaat om de zogenaamde "Neander". Deze boomsoort is intussen geëvolueerd naar uiteenlopende nieuwe soorten zoals de "Palissander" en de "Oleander", maar het nu enigszins in onbruik geraakte synoniem voor mens, "Neanderdaler", verwijst er nog naar. Men merke op dat in vakliteratuur meestal de Duitse vertaling "Neanderthaler" gebruikt wordt. Dit is te wijten aan twee eeuwen dominantie van Duitse archeologen.
  3. Een initiatief dat toch aan de oren van minstens één zijner stamgenoten moet gekomen zijn, aangezien nu nog steeds vele Franstaligen het woord gebruiken om de paperclip mee aan te duiden.
  4. Dat was wat voorbarig: de werkelijk laatste toevoeging was die van de banjo, en de vóórlaatste die van de dirigent. Maar zij waren toch zooo enthousiast...
  5. Buitenlandse, bijna even eminente musicologen en postzegelverzamelaars zijn er intussen achter gekomen dat een kruising tussen Sanskriet en Arabisch de beste oplossing zou kunnen bieden, ware het niet dat heden ten dage niemand beide talen tegelijk beheerst. Een oude Koptische monnik in Zuid-Egypte zou hiertoe in staat zijn, maar de grijsaard ligt al sinds vorige maand wezenloos op zijn doodsbed. Wij durven hopen dat deze ontwikkelingen de Professor zullen aanzetten tot het voltooien van zijn "Tromboneklanken van AAARWB tot ZWORLP: het definitieve repertoire".