Voynichmanuscript

Uit Oncyclopedia
Ga naar: navigatie, zoeken
Een pagina van het manuscript. Houdt u het alstublieft uit uw hoofd om bij het zien van de onderkant van de afgebeelde plant te denken aan Tentakelverkrachting.

Het Voynichmanuscript is een mysterieus, geïllustreerd handschrift met een inhoud die voor geen enkel mens te doorgronden is. Hoewel niemand ooit de tekst van het Voynichmanuscript heeft begrepen, heeft het een bepalende rol gespeeld bij enkele ingrijpende gebeurtenissen in de wereldgeschiedenis. Volgens Wikipedia is het in de Tweede Wereldoorlog ingezet als wapen door de Graaf van Crypto en wijst het de weg naar de heilige graal. Wikipedia beweert overigens net als Oncyclopedia dat de inhoud van het manuscript door geen mens begrepen is. Dit maakt maar weer eens duidelijk dat Wikipedia een onbetrouwbare kliedermuur is waarop iedere Flapdrol uit Akersloot kan beweren wat hij maar wil.[1]

Het manuscript wekt op het eerste gezicht de indruk van een kruising tussen een reclameblaadje van een tuincentrum en een schrift dat de eerder genoemde Akerslootse idioot op de basisschool vol heeft gekalkt met onleesbare beloftes dat hij vast en zeker op GroenLinks zou gaan stemmen als hij later groot zou zijn. [2] Een dergelijke beschrijving getuigt echter van een kortzichtigheid waar zelfs de gemiddelde atheïst 'u' tegen zou zeggen. Het Voynichmanuscript is namelijk geproduceerd door een wetenschapper uit een beschaving die veel verder gevorderd was en is dan de onze.[3] Als deze wetenschapper echter had kunnen voorzien wat zijn manuscript zou veroorzaken, had hij zich waarschijnlijk bedacht voordat hij de mensheid cultureel zou verrijken met zijn pen. Iedere wijsneus die het nu in zijn hoofd haalt om te gaan beweren dat hieruit blijkt dat de wetenschapper in kwestie hier toch niet zo hoogontwikkeld was bewijst meteen dat hij of zij zelf nogal onderontwikkeld is. Wetenschappers kunnen de toekomst namelijk helemaal niet voorspellen.[4] Tenzij deze wetenschappers voorspellen dat de aarde op zal warmen en de belastingen daarom omhoog moeten natuurlijk, maar daar gaat dit artikel niet over.

Vroege Geschiedenis van het Manuscript[bewerken]

Ontstaan[bewerken]

Illustratie van een vrouw en hoe deze gefabriceerd diende te worden.

De wetenschapper die het Voynichmanuscript heeft geschreven heeft zijn naam bovenaan zijn tekst gezet. Het is dus onmogelijk om te achterhalen wat zijn naam is geweest. Wel bekend is het feit dat deze anonieme wetenschapper een ruimtenazi was die werkzaam was voor Enki in zijn project om mensen te maken. De taak van de wetenschapper was het verzamelen van informatie over de op aarde aanwezige levensvormen en het aan de hand daarvan ontwerpen van een geschikt werkras voor het delven van goud. Dit valt af te leiden uit de in het manuscript aanwezige illustraties waarvan links van deze paragraaf een voorbeeld getoond wordt. Wie denkt dat het feit dat de functie van deze afbeeldingen bekend is aantoont dat de inhoud van het Voynichmanuscript helemaal niet zo mysterieus is kan oprotten naar Akersloot. Het zijn namelijk de teksten die ondoorgrondelijk zijn, niet de illustraties.

De wetenschapper gebruikte zelf gefabriceerd Perkament als materiaal om zijn manuscript op samen te stellen. Dit deed hij omdat hij wilde experimenteren met het maken van nuttige voorwerpen uit organisch aards materiaal en om verveelde Harry Potter fans bij toekomstige geschiedenislessen te houden. Of de tekst van het manuscript is geschreven in een oude anunakkitaal of in een code die alleen door ingewijden in het project om mensen te maken te begrijpen viel is niet bekend. Men weet wel dat de wetenschapper zijn manuscript nooit af heeft kunnen maken. Toen hij veldwerk aan het verrichten was in een grot kreeg hij bericht van huis dat zijn vrouw ernstig ziek was. De door paniek getroffen wetenschapper snelde zich naar zijn ruimteschip en liet het manuscript per ongeluk in de grot slingeren. Door dit plotselinge vertrek van de wetenschapper liep het project om een werkras te scheppen enige vertraging op. Enki slaagde er ondanks deze tegenvaller toch in om de mensheid te scheppen.[5] Duizenden jaren gingen voorbij zonder dat iemand het manuscript vond. Dat een stuk perkament zo lang in een wilde omgeving intact blijft lijkt onmogelijk en is het ook. Dat het Voynichmanuscript toch niet verloren is gegaan ligt waarschijnlijk aan het feit dat de nazistische manier van perkament fabriceren nou eenmaal superieur was aan de manier die de mensheid later zou ontwikkelen.

Herontdekking[bewerken]

Ergens in de vierde eeuw voor Christus werd het manuscript gevonden door een wijze man met een baard die wij heden ten dage kennen als Plato.[6] Plato bezocht in zijn vrije tijd graag grotten omdat hij daar ongestoord kon filosoferen. Op een dag vond Plato in zijn favoriete grot een oud manuscript. Plato begreep de tekst die hij gevonden had niet meteen, maar raakte er al gauw van overtuigd dat hij de wijsheid van zijn voorvaderen gevonden had. Enthousiast nam Plato het manuscript mee naar zijn studeerkamer om het uit te pluizen. Tot zijn grote frustratie kwam Plato erachter dat hij ondanks zijn pretenties en lange baard niets begreep van het manuscript dat hij gevonden had. Dit is het punt waarop Plato brak en zijn vertrouwen in de intelligentie van de mensheid verloor. De ontdekking van iets dat hij niet kon begrijpen in een grot inspireerde Plato om te gaan verkondigen dat wij als mensheid eigenlijk allemaal in een grot leven en geen zak van de wereld begrijpen. Plato bewaarde het manuscript ondanks zijn frustratie in de academie van Athene. Na verloop van tijd werd het manuscript geleend door een taalkundige uit Constantinopel die een mislukte poging deed om het te ontcijferen en het verdomde om zijn geleende waar terug te brengen.

Roomse Periode[bewerken]

Het manuscript bleef enkele eeuwen stof happen in de bibliotheek van Constantinopel. Af en toe werd het afgestoft door een overenthousiaste student die zichzelf wilde bewijzen door de tekst te vertalen, maar veel meer dan de conclusie dat het manuscript onvoltooid was leverden dergelijke onderzoekjes niet op. In het jaar des Heeres 1204 werd het duffe bestaan van het manuscript gewelddadig verstoord. In dat jaar werd Constantinopel namelijk geplunderd door kruisvaarders die er genoeg van hadden om op iedere kruistocht uitgezogen en in de rug gestoken te worden door hun valse vrienden uit de Byzantijnse hoofdstad. De kruisvaarders namen het Voynichmanuscript samen met enkele andere klassieke schatten mee naar West-Europa. De schijnheilige kruisvaarders vonden wel dat zij de schijn dat hun wraakactie op Constantinopel iets met het geloof te maken had hoog moesten houden. Zij besloten dat het sturen van een deel van de buit naar de Paus de beste manier was om dit doel te bereiken. [7] Het manuscript maakte onderdeel uit van deze buit.

De gebeurtenis die het Voynichmanuscript volgens Petrarca beschreef.

De paus liet alle teksten die onderdeel uitmaakten van de buit onderzoeken door een team van classici onder leiding van Francesco Petrarca, in de hoop iets te vinden waarmee hij zich mee zou kunnen vermaken. De bijbel en al die uitgekauwde grappen van Horatius begonnen inmiddels namelijk wel erg saai te worden. Deze actie had weinig succes. De Byzantijnen van toen hadden ongeveer evenveel humor als de Arabieren van nu. [8] Petrarca had gelukkig wel iets nuttigs gevonden in de stapels antieke teksten, namelijk een geheimzinnig manuscript dat hij niet kon ontcijferen. Petrarca realiseerde zich echter dat hij wat talenkennis betrof de meest geleerde der geleerden in heel Europa was, en hij dus iedereen wijs kon maken wat de betekenis van de krabbels op het manuscript was. Dit betekende dus dat hij iedere denkbare vertaling uit zijn duim kon zuigen. De Paus kon van deze mogelijkheid profiteren. Hij was een door macht geobsedeerde megalomaan die eigenlijk de baas van de hele wereld zou willen zijn. Als de eerste stap naar zijn wereldoverheersing was de paus van plan om Lazio in te lijven. De vorst van Lazio was pas net overleden en de paus zocht naar een goed excuus om zijn land in te lijven. Samen met Petrarca kwam hij op het idee om een zogenaamde vertaling van het manuscript te fabriceren die de paus het gezag over Lazio verleende. Het verhaal dat deze zogenaamde vertaling vertelde was dat keizer Constantijn de Grote na zijn gewonnen strijd tegen zijn rivaal Maxentius de Paus Lazio cadeau had gedaan om onze lieve Heer te bedanken voor zijn overwinning. Door een beroep te doen op het gezag van Constantijn zou de paus zo een stevige claim op Lazio kunnen leggen. Onderdeel van het plan was dat niemand de inhoud van deze Donatio Constantini tegen zou kunnen spreken, omdat Petrarca zogenaamd de enige was die de taal en de symbolen van het originele manuscript kon begrijpen. Petrarca zelf beweerde overigens dat de taal die in hen manuscript gebruikt wordt Oudgrieks was. Dit was een regelrechte leugen, maar aangezien niemand in het Europa van deze tijd Oudgrieks sprak trapte iedereen erin. Omdat geen enkele vorst met een hogere autoriteit dan keizer Constantijn kon komen werd de streek Lazio enkele eeuwen onderdeel van de Pauselijke Staat.[9]

Ontmaskering[bewerken]

Erasmus ontmaskerde de Donatio Constantini als vervalsing.

Na verloop van tijd raakte de kennis over het complot van Petrarca en de Paus en het feit dat de Donatio Constantini een vervalsing was in vergetelheid. Omdat geen van de kerkelijke archivarissen Oudgrieks sprak beweerde de kerk dat de oorspronkelijke tekst van de Donatio Constantini in deze taal was opgesteld zonder zich ook maar te realiseren dat zij logen. Dit kwam behoorlijk slecht uit toen keizer Karel V van het Schijnheilige Spaanse Rijk in het jaar des Heeres 1521 bekend maakte dat hij Lazio graag in zou willen lijven. Keizer Karel vroeg de paus om hem uit te leggen waarom Lazio door een geestelijke bestuurd zou moeten worden. Omdat de Paus zich realiseerde dat Karel zich inmiddels tot het Lutheranisme bekeerd had wist hij dat een beroep op de positie van de paus als plaatsvervanger van God geen overtuigingskracht zou hebben. Er zat voor de Paus dus niets anders op dan aan Karel V te bewijzen dat hij wel degelijk legitieme wereldlijke aanspraken had op Lazio door de Donatio Constantini en het zogenaamde origineel aan de keizer te tonen. Keizer Karel sprak geen Oudgrieks en ook geen Latijn en huurde dus de beroemde grappenmaker en klassieke talenkenner Desiderius Erasmus in om de teksten te interpreteren. Jammer genoeg voor de Paus was Desiderius Erasmus de eerste Europeaan sinds Petrarca die op het gymnasium op had gelet bij Oudgrieks, en zag hij dus vrijwel meteen dat het originele manuscript niet in het Oudgrieks geschreven was en al helemaal niet dezelfde boodschap bevatte als de Donatio Constantini. Bovendien wist Erasmus met zijn destijds ongeëvenaarde beheersing van de logica tot de conclusie te komen dat een beroep op de autoriteit van een dode keizer van een staat die niet eens meer bestond bijzonder zwak was. Keizer Karel wist dus genoeg en vroeg de Paus vriendelijk om zijn aanspraken op Lazio op te geven. De paus weigerde dit omdat hij heilig geloofde in het gezag van de Donatio Constantini. Keizer Karel beantwoorde deze brutaliteit met een oorlogsverklaring. De Paus en zijn Zwitserse Garde maakten geen enkele kans tegen Karel's huurlingen. De Paus verloor zijn gezag over Lazio definitief.

Een onbedoeld gevolg van deze gebeurtenissen was het begin van de renaissance. Het nieuws dat een leugen over wat Oudgrieks zou zijn de Paus eeuwenlang meer macht had bezorgd dan hem toekwam bewoog vele studenten ertoe om zich meer te gaan verdiepen in de klassieke oudheid. In tegenstelling tot Petrarca deden zij wel iets nuttigs met hun kennis, namelijk het toepassen van de klassieke vormentaal in gebouwen en standbeelden die nog altijd op het Italiaans schiereiland te bewonderen zijn.

Het Manuscript in Moderne Tijden[bewerken]

Keizer Karel heeft het manuscript nooit teruggegeven aan de Paus en heeft het in plaats daarvan opgeborgen in een koninklijk archief te Madrid. Toen het Schijnheilige Spaanse Rijk in het jaar des Heeres 1557 failliet ging was koning Filips II gedwongen om al zijn niet-noodzakelijke spullen te verkopen en begon het manuscript aan een rondgang langs talloze rommelmarkten tot het uiteindelijk in het jaar des Heeres 1912 door de Litouws-Amerikaanse taalkundige en boekhandelaar Wilfrid Voynich gekocht werd. Dit is hoe het manuscript aan zijn huidige naam is gekomen. Voynich organiseerde in samenwerking met de Universiteit van Yale een prijsvraag met een eredoctoraat en een grote uit studentenleningen betaalde zak prijzengeld. Talloze helderzienden codekrakers waagden een poging tot het ontcijferen van het Voynichmanuscript. Niet een van hen slaagde er echter in om de tekst van het manuscript te vertalen in iets begrijpelijks. Hoogstwaarschijnlijk zullen wij als mensheid ook nooit de betekenis van het mysterieuze Voynichmanuscript doorgronden.[10]


Ster504c.png
Gloria in exelsis Sophia!
Ingelijste versie:
21 oktober 2012
Dit sublieme artikel is de glorieuze overwinnaar van een Kool en geldt daarmee als voorbeeld voor eenieder die perfectie nastreeft! Het artikel is daarom ingelijst op de Hoofdpagina en in de Lijst der Giganten.




Notenbalk[bewerken]

WINNAAR
Kool1.2.png
  1. Zolang hij maar gebruik maakt van bronvermelding. Als iemand anders iets beweerd heeft is het namelijk altijd waar
  2. De naam van deze idioot mag niet genoemd worden wegens haatzaaiwetgeving. Wat overigens voor deze Akersloter pleit is dat hij de deze waanideeën uit zijn hoofd had gezet toen hij eenmaal de kiesgerechtigde leeftijd bereikt had.
  3. Nu weten wij als redactie van Oncyclopedia best dat u dit moeilijk om te geloven vindt aangezien men ook wel eens beweert dat Zandkaffistan ooit een verder ontwikkelde cultuur had dan Europa, maar geef ons toch maar het voordeel van de twijfel.
  4. Jazeker! Dit is een oordeel over het wetenschappelijk gehalte van de opiniepeilingen van Maurice de Hond.
  5. Het valt te betwisten of dit een succes was. Het kon namelijk onmogelijk de bedoeling van Enki zijn geweest om een ras te scheppen dat uiteindelijk zou ontaarden in een zekere hersendode Akersloter.
  6. Het is waar, de auteur van dit artikel weet ook wel dat zo goed als niemand heden ten dage ooit van Plato gehoord heeft. De auteur leeft echter liever in fantasiewereld waarin het volk der Aarde zijn klassiekers beter kent dan een niet bij de naam te noemen morosoof uit Akersloot.
  7. Vergist u zich niet, dit was een gore list. Het merendeel van de schatten die de kruisvaarders naar Rome stuurde was zo waardeloos dat zelf het dorpsmuseum van Akersloot deze niet zou willen tonen. Gelukkig voor de kruisvaarders konden enkele schatten die wel van waarde waren dit verdoezelen.
  8. Eigenlijk waren de Byzantijnen nog veel minder grappig omdat zij zichzelf niet voor aap zetten door te gaan janken als een speenvarken bij het vernemen van nieuws van een grap over hun profeet.
  9. Wie denkt dat deze geschiedenis getuigt van middeleeuwse achterlijkheid en obsessie met het verleden heeft het mis. Zulke dingen gebeuren ook nog in deze tijd. Denk maar aan de privileges die bepaalde minderheden denken te ontlenen aan het gegeven dat hun voorouders ooit op een suikerplantage gescheten hebben.
  10. Tenzij de ruimtenazi's ons een handje komen helpen natuurlijk!