Zintuig

Uit Oncyclopedia
Ga naar: navigatie, zoeken
Haardlezen.JPG
WAARSCHUWING VOOR ONERVAREN LEZERS
Deze pagina is onmenselijk laaaaaaaaaaaang, en wordt dus bij voorkeur gelezen
tijdens de lange winteravonden, wat de houdbaarheid ervan beperkt tot de periode
21 december - 21 maart



ZIN RADIO ANI.GIF
Bouncywikilogo.gif
Voor de uilskuikens die de afgelopen eeuwen onder een rots hebben gelegen zonder krant of Twitter, heeft Wikipedia ook een artikel over: zintuig.

Heeft uw tuig weer eens geen zin, hebt u zin in nieuwer tuig:
vind een tuig dan naar uw zin, zin-, of vlieg- of ander tuig.

~ Confucius over zijn en/of andermans zintuigen.

Een zintuig is een door de mens uitgevonden en alleen door hem bruikbare en gebruikte techniek om de hem omringende omgeving te kunnen waarnemen. Andere levensvormen hebben geen zintuigen, ook micro-organismen en mineralen moeten zich behelpen met een minder ontwikkelde techniek, die door vrouwen "intuïtie" en door mannen "instinct" wordt genoemd.

Ontstaan der zintuigen[bewerken]

Gefossiliseerde schedels van mensachtigen zonder zintuigen. Stedelijk Museum van Golgotha (Israel).

De zintuigen werden ontworpen wegens een groeiende nood aan waarneming der omgeving: zo zijn de Neanderthalers uitgestorven door het ontberen van zintuigen, want na een paar duizend jaar van bestaan haalde het onafgebroken aanknallen tegen bomen, vallen in afgronden en stuiten op wilde dieren het uiteindelijk op een nochtans sterk doorgedreven voortplanting. Van het genetisch doorgegeven hechten van belang aan massale voortplanting zijn nog heden ten dage in een aantal culturen sporen terug te vinden. Het is daarentegen niet aan te raden om uitgerekend aan die volkeren welke verwantschap dan ook met Neanderthalers of andere prehistorische mensachtigen diets te maken. Een steen is gauw gesmeten.

De grote dertien[bewerken]

De voornaamste, door iedereen erkende zintuigen zijn met z'n dertienen. Omdat in de meeste culturen het getal dertien ervan verdacht wordt ongeluk te brengen, zijn er op de meeste lijsten slechts twaalf te vinden. Deze onnauwkeurigheid wordt steevast verdoezeld door twee van de dertien zintuigen als één zintuig te behandelen: zo wordt het beruchte "zesde zintuig", de helderzin of "helderziendheid", vaak behandeld als een variant op gedachtelezing, en soms zelfs als een variant op het zicht, het eerste en tevens oudste oudste zintuig. Wie goed oplet, ziet dat er in dergelijke lijsten de witruimte tussen het vijfde zintuig en het nieuwe zesde zintuig merkelijk groter is dan tussen de andere zintuigen. De Oncyclopediazintuigenlijst is tot op heden de enige complete, althans wat het Internet betreft.

Zicht (video)[bewerken]

Een visuele waarneming. Of een hallucinatie.

Het gezichtsvermogen, kortweg "zicht" en door wetenschappers "video" genoemd, is het allereerste door de mens ontwikkelde zintuig, en het is niet toevallig dat de daartoe dienende lichaamsdelen, de ogen, het hoogst in het menselijk lichaam zijn geplaatst. Met het oog worden voornamelijk visuele waarnemingen gedaan, nu vrij algemeen in kleur, maar in het prilste begin uitsluitend in zwart-wit. De kleurenvisie ontstond toen bleek dat louter nuances van licht en donker hen niet toelieten om bij het zoeken naar eten giftige van eetbare planten te onderscheiden. Het maximum bereik van een gemiddeld gezond oog is zo'n 48 km.

Gehoor (audio)[bewerken]

Een auditieve waarneming. Of een hallucinatie.

De omgeving zien bleek voor onze verre voorouders niet voldoende veiligheid te bieden, vooral waar het contact met andere levende wezens betrof. Als antwoord daarop ontwikkelden zij het gehoor (wetenschappelijke term: "audio"), dat hen toeliet om signalen op te vangen die buiten hun gezichtsveld ontstonden. Aan de achterkant van het menselijk hoofd ontstond een orgaan, dat "oor" werd genoemd, en zo konden zij zien wat zich vóór hen afspeelde, en horen wat achter hen gebeurde. Een verder verfijning was de toevoeging van een tweede oor, en het verschuiven van beide organen naar de zijkanten van het hoofd, wat niet alleen een mooiere stereoklank opleverde, maar ook een nóg preciezere lokalisering van auditieve signalen, want zo noemen we dergelijke waarnemingen. Later ontstond het gemakkelijker te onthouden en uit te spreken woord "geluid"[1]. Door middel van het oor worden auditieve waarnemingen verricht. Het oor is ontworpen voor een bereik van maximaal 4.800 km, honderdmaal zo groot als dat van het oog dus, maar de sterkte van het signaal is hier van groot belang, evenals de aanwezigheid van obstakels tussen de bron en de ontvangst.

Reukzin (olfo)[bewerken]

Een olfactieve waarneming. Of een hallucinatie.

In een periode van verveling ontstond een nieuw zintuig: de reukzin, door latere vorsers poëtisch "olfo" geheten, met het daarvan afgeleide "olfactief" voor al wat enigszins te maken had met het ruiken van wezens en objecten. Het zintuig werd in eerste instantie gebruikt om het vinden van een geschikte voortplantingspartner te bevorderen, omdat gebleken was dat goed zien en goed horen in deze materie geen garantie was voor een betrouwbaar contact. "Homo homini lupus", net wat u zegt. Tussen de ogen, maar een verdieping lager, bleek nog plaats te zijn voor een orgaan waarmee geursignalen konden worden opgevangen, en dit werd de neus. Waar ogen en oren qua vormgeving vrij fantasieloos waren gebleven, vond de intussen toch al iets verder geëvolueerde[2] mens er plezier in om de meest uiteenlopende neusvormen te ontwikkelen, en in één moeite door een indrukwekkende reeks uitdrukkingen met de neus als thema. Dit orgaan had van meet af aan een bereik van 4,8 km (als de wind goed zit), en trainen om dit bereik te vergroten is vrij vroeg een bijzonder moeilijke opdracht gebleken.

Smaakzin (gusto)[bewerken]

Een gustatieve waarneming. Of een hallucinatie.

Spoedig[3] ondervond de mens hoe frustrerend het was om te kunnen ruiken hoe lekker moeder de vrouw weer eens gekookt had[4], zonder die lekkernij te kunnen proeven. Deze frustratie leidde onvermijdelijk tot de ontwikkeling van de smaakzin of "gusto", waartoe zich in de mond een orgaan vormde dat om onduidelijke redenen "tong" werd genoemd. Het bereik van dit orgaan, dat overigens ook bleek bij te dragen tot de verfijning van de articulatie, wordt geschat op zo'n 4,8 mm: dit orgaan wordt dan ook al tot de "contactzintuigen" gerekend, waarbij een rechtstreeks contact tussen bron en ontvangst noodzakelijk is voor de overdracht van gegevens. In dit geval wordt de overdracht als "gustatief" bestempeld.

Tastzin (tacto)[bewerken]

Een tactiele waarneming. Of een hallucinatie.

Weer enige duizenden jaren verder werd de tastzin, de "tacto" gevormd, om ook zonder licht, "op de tast", "tactiel" handelingen te kunnen uitvoeren. Dit was ook in het voordeel van mensen wiens gezichtsvermogen het had laten afweten, en die dus niet langer achtergelaten dienden te worden omdat ze de gemeenschap ten laste waren. Het ontstaan van de tastzin was één der eerste ontwikkelingen die gehandicapte medemensen toelieten zich te redden en min of meer zelfstandig te leven. Hoewel de tastzin in een eerste fase beperkt was tot de binnenkant van de handen, breidde het zintuig zich weldra uit over de gehele menselijke huid, wat ook de voortplanting ten goede kwam: een cultuur van strelen en knuffelen kwam tot stand, tot meerdere vermenigvuldiging van onze diersoort. Net als de smaakzin wordt de tastzin tot de contactzintuigen gerekend: het bereik is beperkt tot een luttele 0,48 mm.

Helderzin (claro)[bewerken]

Een heldere waarneming. Of een hallucinatie. Hoogstwaarschijnlijk een hallucinatie.

Wanneer aan de primaire behoeften is voldaan, begint een mens zich bezig te houden met cultuur. Op zintuiglijk vlak werd de evolutie als voleind beschouwd met het verschijnen van de tastzin, en kon men zich toeleggen op het ontwikkelen van minder noodzakelijke, maar toch prettige zintuigen. Het allereerste daarvan was de helderzin, ook wel "helderziendheid" of "claro" genoemd. Het gebruik van de term "helderziendheid", hoe populair ook, dient ten allen prijze vermeden te worden, omdat het gedeelte "zien" in het woord laat veronderstellen dat het om een tweede gezichtsvermogen gaat. Het "zien" is in dit geval louter een ongelukkig gekozen (maar kort en voor luie mensen dus aantrekkelijk) synoniem voor waarnemen. Het gedeelte "helder" is een dichterlijke poging om uit te drukken dat mensen bij wie deze eigenschap goed ontwikkeld is, beter, meer, "helderder" waarnemen dan anderen, en dus ook zaken waarnemen die nog niet in de buurt zijn, en gebeurtenissen die nog moeten plaatshebben. Het hiervoor gebruikte orgaan is, in tegenstelling tot wat met andere zintuigen het geval is, het hele lichaam, en het bereik wordt niet in afstand, doch in tijd uitgedrukt, met een maximum van 48 jaar. Dit beruchte "zesde zintuig" deed van in den beginne zoveel onrust ontstaan, dat het meestal als een mythe wordt afgedaan, niet in lijsten van zintuigen wordt opgenomen, en in het beste geval als dubieuze variant op een ander zintuig wordt behandeld. We beschikken zelfs niet over een deugdelijk afgeleid adjectief, tenzij we genoegen nemen met "helder"...

Gedachtelezing (penso)[bewerken]

Een bedenkelijke waarneming. Of een hallucinatie.

Het zintuig waaraan de helderzin het meest wordt gekoppeld, is de al bijna even verdachte gedachtelezing, waarbij een persoon erin slaagt om waar te nemen wat een andere persoon in de omgeving denkt. Ook dit zintuig wekt onrust, vooral bij mensen wiens gedachten weinig sympathiek zouden overkomen bij anderen. Het voor dit zintuig gebruikte orgaan bevindt zich hoogstwaarschijnlijk in de hersenen, maar geen enkel neuroloog is er al in geslaagd om te bepalen waar dat dan mag zijn. Het bereik is wél al gemeten, en het zou bij de best ontwikkelden gaan om een maximum van 48 cm. Voor crypto-andersdenkenden volstaat het dus om minstens een halve meter bij hun medemensen vandaan te blijven om geen moeilijkheden te krijgen. "Pensatieve" waarneming wordt vaak toegepast bij zakelijke en politieke onderhandelingen.

Temperatuurzin (tempo)[bewerken]

Een lauwe waarneming. Gemiddeld toch. Of een hallucinatie. Komaan, brandend ijs?

Een aanvankelijk met wantrouwen begroete nieuwigheid was de temperatuurzin, de "tempo"[5]. Dat wantrouwen is best te begrijpen wanneer men de meest recente, zopas beschreven zintuiglijke ontwikkelingen bekijkt. Het aanvoelen van verschillen in temperatuur bleek uiteindelijk toch vrij nuttig, maar werd pas echt leuk na de uitvinding van de thermometer en bijhorende temperatuurschalen: er kon bijvoorbeeld ingespeeld worden op verschillen tussen reële en denkbeeldige temperaturen. Deze laatste bezigheid leidt sindsdien tot hilarische misverstanden, waarbij mensen doodvriezen bij 10 graden Celsius boven nul, of oververhit raken bij -10 graden Celsius. Net als bij de helderzin, worden temperatuursverschillen waargenomen met het gehele lichaam, maar onze hersenen moeten wel een gemiddelde berekenen van de door verschillende lichaamsdelen doorgegeven data. Sommige delen ervaren andere temperaturen dan andere, en dat heeft te maken met lokale opwarming en afkoeling, meestal te wijten aan onevenwichtig aangebrachte kleding. Het isolerend effect van lagen textiel beïnvloedt immers de waarneming van temperaturen, en het is voor het menselijk brein een hele toer om de gemiddelde waarneming te ijken aan de weergave door een thermometer. Temperatuursverschillen, in de volksmond voornamelijk aangeduid met een reeks woorden gaande van koud tot heet, met fris, koel, lauw en warm als tussenwaarden, zijn voor de mens waarneembaar tot op maximaal 48 m: daarbuiten is de waarneming té onbetrouwbaar gebleken om nog aanvaardbaar te zijn.

Luchtdrukzin (baro)[bewerken]

Een barometrische waarneming. Of een hallucinatie.

Al vrij vroeg (hou er wel rekening mee dat hier periodes van duizenden jaren gehanteerd worden) ontstond de drang om weersvoorspellingen te doen, ten behoeve van de zich ontwikkelende landbouw, en een weerman die geen luchtdruk hanteert is geen serieuze weerman. Het meten van de luchtdruk, duizenden jaren vóór de uitvinding van de barometer, kon enkel gebeuren mits een passend zintuig gegenereerd werd, en het bijhorend orgaan bevindt zich vlak achter de oren. Het zintuig kende oorspronkelijk een bereik van 48 km, zijnde de hoogte van de atmosfeer, maar die is sindsdien gekrompen tot 18 kilometer, getal dat dan ook gebruikt wordt om het bereik van de luchtdrukzin aan te geven, want die overige 30 km hebben tóch geen zin. Wél zin, althans taalkundig gezien, heeft de wetenschappelijke term voor dit zintuig, "baro", want zonder eigenlijk achterhaald te hebben waar dit vreemde woord vandaan kwam, lag het aan de basis voor het toestel waarmee in moderne tijden de luchtdruk zou gemeten worden en op een schaal uitgedrukt, de barometer.

Bewegingszin (moto)[bewerken]

Een bewogen waarneming. Of een hallucinatie.

Nog een luttele paar duizenden jaren later ontstond naast het wiel ook de behoefte om te voelen of men in beweging was of niet. Tot dan was dat geen probleem, omdat een mens volledig en lichamelijk instond voor zijn voortbeweging, doorgaans door te stappen, te lopen, te rennen, eventueel door aan lianen van de ene boom naar de andere te slingeren. Voortbewogen worden op een toestel met wielen vereist het besef van deze voortbeweging, ten einde de greep op de realiteit niet te verliezen. Na ettelijke vroege verkeersongevallen ontwikkelde zich de bewegingszin, en werd het verkeer er beduidend veiliger op. Het mag dan ook niet verwonderen dat de wetenschappelijke term ervoor, "moto", veelvuldig zou terugkeren in gemotoriseerd verkeer. Het orgaantje dat deze gewaarwording registreert bevindt zich binnenin het oor, en kreeg er na weer een paar duizenden jaren van experimenteren nog een functie bij, namelijk het in stand houden van het evenwicht van de zich steeds op ingewikkelder wijzen voortbewegende mens. Het bereik van dit zintuig is -48 mm: het betrokken orgaan registreert enkel hoe de mens zelf, op minimum 48 mm onder het huidoppervlak, beweegt, en vangt geen signalen van buitenaf op.

Oriëntatiezin (loco)[bewerken]

Een plaatselijke waarneming. Of een hallucinatie.

Weten dat men beweegt is interessant, weten waar men zich beweegt is dat nog meer, vooral wanneer men onbekend gebied verkent. In die dagen was er veel meer onbekend gebied op de planeet Aarde dan nu, en voor de zich verspreidende mens was het van groot belang om te weten waar hij zich bevond in vergelijking met het al bekende gebied dat hij net had verlaten. Wegenkaarten en GPS waren onbekend, om nog te zwijgen van het besef dat men zich op het oppervlak van een bol bevond, en dus op meer dan één manier in cirkels kon lopen. Oriëntatiezin was de oplossing, en ook deze subtiliteit, die men later ook "loco" zou noemen, vond een plaats dicht bij de hersenen: precies tussen de ogen. Het piepkleine orgaantje, een speldenkop groot, heeft de zoete naam van "Geweldig Leuk Orgaan Nodig Alert Solide Stipt", een term die veel later zou gerecupereerd worden om er een hoogtechnologische variant mee aan te duiden. Het bereik van het orgaantje wordt geschat op 20.000 km, al zijn er optimisten die beweren dat het ook wel eens 48.000 km zou kunnen zin, maar dat gewoon nog nooit iemand de moeite gedaan heeft om dat te meten.

Hoogtezin (alto)[bewerken]

Een hoogstaande waarneming. Of hoogzwevend. Of een hallucinatie.

Na het bevolken van vlaktes en valleien, bekroop een gedeelte van de bevolking de lust om al die drukte achter zich te laten, en zij zochten daartoe het hooggebergte op. Daar ontstond een nieuw zintuig, dat zich, via kruising, uiteindelijk in meerdere of mindere mate zou verspreiden over het gehele menselijke ras: de hoogtezin of "alto", het vermogen om aan te voelen hoe hoog men zich bevond in verhouding tot de zeespiegel. Het zintuig ontvangt gegevens via twee orgaantjes, die zich opmerkelijk ver van de hersenen, maar opvallend dicht bij de zeespiegel bevinden: tussen de grote teen en de ernaast liggende teen van elke voet. Het bestaat grotendeels uit kraakbeen, wat beginnende radiologen wel eens tot de conclusie leidt dat de patiënt wiens röntgenfoto's zij bekijken een afwijking in beide voeten heeft. Het bereik lijkt ongelimiteerd: elke astronaut en kosmonaut die buiten de dampkring is geweest blijkt, tenminste volgens uiterst geheime NASA-documenten die per ongeluk op de Oncyclopediaredactie zijn terechtgekomen, op elk moment feilloos de afstand tot de aarde, meer bepaald tot de zeespiegel van die aarde, te hebben kunnen zeggen zonder enige apparatuur of radiocommunicatie nodig te hebben.

Magnezin (magno)[bewerken]

Een magnetische waarneming. Of een hallucinatie.

Het allerlaatste zintuig dat ontstond, was de magnezin of "magno", waarmee magnetische straling wordt gedetecteerd. Het was meteen ook het allereerste zintuig waarvan gedurende duizenden jaren onbekend was

  1. waarvoor het eigenlijk diende,
  2. waar het bijhorend orgaan zich bevond,
  3. wat de gewaarwording eigenlijk betekende.

Pas toen voor het eerst met magneten werd geëxperimenteerd, en nog later, heel erg veel later, toen men lange repen met metaal bedekte kunststof repen ging magnetiseren om aldus klanken vast te leggen, werd duidelijk dat het zintuig nergens voor diende, en het om een gril der natuur ging. Dat onbestemde gevoel dat we krijgen wanneer we in een magnetisch veld komen: we zitten ermee, en kunnen er niks mee doen. Enkel diegenen die dit zintuig goed trainen, en erin slagen om het zodanig te verfijnen dat ze alle magnetische fluctuaties tot in het kleinste detail kunnen aanvoelen, smaken het genot om een magnetisch vastgelegd geluid te kunnen "horen" zonder dat er een hoogtechnologisch apparaat aan te pas komt. Het zijn die mensen die kunnen horen wat er op een audiocassette staat door het object dicht bij hun hoofd (ongeveer 4,8 cm) in een regelmatige beweging heen en weer te zwaaien. Deze mensen zijn echter zeldzaam, en sinds de digitalisering van de opnametechnieken des te zeldzamer, omdat ook audiocassettes nog nauwelijks te vinden zijn. Let wel, we hebben het hier over analoge golvingen: een enkeling beweert wel eens dat hij magnetisch vastgelegde digitale informatie op die manier kan voelen en interpreteren, maar daar is nog nooit deugdzaam bewijs voor geleverd.

Buitenzintuiglijke waarneming[bewerken]

Wanneer een persoon waarnemingen doet die buiten het bereik van als normaal beschouwde zintuigen vallen, dan spreekt men van buitenzintuiglijke waarnemingen. Tot de meest spectaculaire horen het waarnemen van leven op de planeet Mars, en van de groene kleur van de bewoners.

Low tech waarneming[bewerken]

Voor alle duidelijkheid dient gestipuleerd dat men niet van buitenzintuiglijke waarnemingen kan spreken indien er technologie aan te pas komt, zoals een telescoop, een radar, een zendmast of een satelliet. Deze waarnemingshulpen worden door zintuigspecialisten als "hightech" of "hoogtechnologisch" beschouwd, en de niet-geassisteerde waarnemingen als "low tech" of "laagtechnologisch".

Oefening baart kunst[bewerken]

Talloze experimenten hebben al aangetoond dat het mogelijk is, althans voor sommige menselijke specimens, om het gebruikelijke bereik van een zintuig uit te breiden door oefening. Zo zijn er mensen die zich oefenen in het ver kijken, met als ultiem doel: langs de kromming van de aardbol heen een tegenvoeter te kunnen aanschouwen. Het via deze weg kunnen bekijken van de achterkant van het eigen lichaam wordt dan weer als onrealistisch beschouwd, ook al wegens de vele obstakels die over een rechtlijnig traject van zo'n slordige 40.000 km het zicht ontegensprekelijk zullen belemmeren.

Realiteit of mythe?[bewerken]

Uitblinkers in buitenzintuiglijke waarnemingen door de gewone mens zonder pardon naar het rijk der fabelen verwezen, behalve wanneer ze ervan overtuigd zijn dat ze er een spoorloos verdwenen medemens mee kunnen weervinden. De beroemdste buitenzintuiglijke waarnemers, wiens daden opgetekend werden in de literatuur, behoorden tot een zevenkoppig gezelschap dat een tijdlang de beroemde Baron von Münchhausen vergezelde: de extreem ver horende Fransman Honoré Dupré en de extreem ver ziende Vlaming Jozef Van Genoelselderen. Hun exploten, waarmee ze minstens één keer het leven van de Baron redden, zijn terug te vinden in de nog altijd herdrukte avonturen van deze man. Helaas zal elke boekhandelaar u vertellen dat deze avonturen fictief zijn, aldus een smet werpend op de prestaties van deze twee mannen.

Hallucinatie[bewerken]

Een Hallucinatie. Of een fata morgana. Of was het een droom?

Zonder zintuigen geen waarneming, zoveel is intussen duidelijk. Toch kan een mens de indruk hebben dat hij waarneemt: sinds de ontwikkeling van de zintuigen zijn onze hersenen zó gewend dat er continu informatie binnenstroomt, dat wanneer er eens geen waarnemingen worden gedaan, de behoefte aan informatie zó groot is, dat de hersenen dan maar zélf dergelijke informatie creëren.

Fata morgana?[bewerken]

Het verschijnsel werd voor de eerste keer waargenomen en bestudeerd, in de XIIde eeuw, door de Moorse neurochirurg Fatima 'Fata' Morgana (Córdoba, 30 maart 1138 – Caïro, 13 december 1204). Zij noemde het verschijnsel oorspronkelijk naar zichzelf "fata morgana", maar besloot nadien deze benaming voor een ander type van onechte waarneming te gebruiken, en zette er de nog steeds gebruikte term "hallucinatie" voor in de plaats. Dat woord leidde zij af van de naam van haar toenmalige echtgenoot, Haroen 'Hal' Usama Al Sid.

Fata morgana![bewerken]

De reden waarom Morgana het begrip "fata morgana" voor een ander verschijnsel ging gebruiken ligt voor de hand: ze vond het een interessanter verschijnsel. De fata morgana, zo nam Morgana waar, treedt namelijk op wanneer in een toestand van extreme ontbering de hersenen fictieve waarnemingen laten ontstaan van zaken waaraan de waarnemer op dat ogenblik de grootste behoefte heeft. Deze diepmenselijke reactie greep haar zodanig aan, dat zij er de rest van haar leven aan wijdde, en, althans volgens personen uit haar omgeving, naar het einde toe zélf vaker en vaker werd geplaagd door fata morgana's. Morgana kwam aan haar einde toen zij in Caïro met open armen een menigte tegemoet liep die haar uitbundig juichend welkom heette, terwijl het eigenlijk ging om een groep woedende mannen die op het punt stonden om deze veel te geëmancipeerde vrouw te stenigen. Wat ook gebeurde, in het jaar 1204.

Dromen zijn bedrog[bewerken]

Eveneens verwant aan de hallucinatie, is de droom, vooral wanneer deze zó echt lijkt, dat de dromer maar niet kan achterhalen of hij iets gedroomd heeft of werkelijk meegemaakt. Het grootste verschil zit in de tijd: het twijfelen aan de echtheid van een realiteit treedt pas achteraf op, terwijl hallucinaties en fata morgana's op het moment zelf ervaren worden.

Creatief met hallucinaties[bewerken]

De eigenaar van een brein dat hallucinaties, fata morgana's en/of dromen genereert, wordt automatisch als een slachtoffer beschouwd. De eigenaar van een brein dat hallucinaties, fata morgana's en/of dromen opwekt in andermans brein is daarentegen allesbehalve een slachtoffer, maar puurt winst uit het verschijnsel. In zo'n geval spreken we over een "zinsbegoocheling", en de creatieveling een "zinsbegoochelaar". Het is een bijzonder lucratief beroep, waarvan de beoefenaar stelselmatig volhoudt dat hij het niet uitoefent. De eerste professionele zinsbegoochelaar, of tenminste de eerste die er officieel van verdacht werd zich daarmee bezig te houden, was niemand minder dan de al eerder genoemde echtgenoot van Fata Morgana, althans volgens een paar in Córdoba bewaarde stukken uit verscheidene processen waarin de man verwikkeld was.

Drugs en zintuiglijke waarneming[bewerken]

Behalve spontaan breinwerk en manipulatie van buitenaf, kan de zintuiglijke waarneming ook nog op overtuigende wijze in de war worden gestuurd door inname van allerlei substanties, zoals daar zijn drugs, alcohol en paddenstoel. De alteratie kan zelfs, afhankelijk van de dosering, zo ver gaan, dat zintuiglijke functies worden verwisseld, en de proefpersoon[6] bijvoorbeeld meen te horen met zijn ogen, te kijken met zijn vingers, en te ruiken met zijn oren. Deze verwisselingen verklaren dan ook de exotische lichaamstaal die door een dergelijk persoon wordt gehanteerd, en slechts kan vertaald worden door wie op de hoogte is van dit zintuiglijk veranderingsproces.

Alternatieve waarneming[bewerken]

Een nog perversere variant op de klassieke hallucinatie is de "alternatieve waarneming", in de volksmond ook wel "alternatieve feiten" genoemd. Het gaat in dit geval over reële waarnemingen, die door belanghebbenden tegen alle bewijs in ontkend worden te hebben plaatsgevonden, en waarbij diezelfde belanghebbenden als ultiem argument naar voor schuiven dat beide waarnemingen hebben plaatsgevonden, maar, hoewel tegenstrijdig, minstens evenveel waarde hebben, met een lichte voorsprong voor de door de belanghebbende gehanteerde versie. Wanneer deze genoeg aandringt, is het niet uitgesloten dat de tegenpartij begint te twijfelen, vooral wanneer er uitsluitend op ooggetuigen kan gerekend worden, en niet op beeldmateriaal of andere documenten. Een beetje alternatieve waarnemer drijft zijn waansysteem zó ver door, dat de gemiddelde toeschouwer aan eender welk bewijskrachtig document begint te twijfelen, want wordt tegenwoordig niet alles gephotoshopt?

Een buitenbeentje: humorzin (humo)[bewerken]

Een exacte half-om-halfverdeling tussen voor- en tegenstanders heeft ervoor gezorgd dat humorzin, ook "humo" of, vaker nog, "zin voor humor" genoemd, de grote dertien (nog) niet uitbreidt tot veertien. Het kunnen detecteren van humor in een situatie, een uitspraak of een beeld, wordt inderdaad niet door iedereen als een werkelijk zintuig ervaren. De jaarlijkse wereldconferentie waarop dit probleem wordt besproken, is dan ook voor exact 50% van de betrokkenen, en ook 50% van de toeschouwers, een festival van (onbedoelde) humor. Het probleem is er een van interpretatie: wat voor de één humor is, komt niet als dusdanig over bij de ander. De helft van de jaarlijkse vergaderaars neemt de zaak én het vergaderproces uiterst ernstig, want humor is een té serieuze zaak om aan amateurs over te laten. De andere helft neemt alles veel luchtiger op, en vindt het hele boeltje hilarisch. Daar komt nog bij dat humor wordt gedetecteerd met behulp van andere zintuigen: men kan humor bespeuren in iets dat gezien wordt, maar ook in iets dat gehoord wordt, minder in iets dat geroken wordt, nog minder in iets dat gesmaakt wordt. Er is evenmin een consensus bereikt om humorzin voor de helft te laten meetellen, en het totale aantal zintuigen op 131/2 te brengen.

Zie ook[bewerken]

Pieperster4.png
Gloria in exelsis Sophia!
Ingelijste versie:
1 maart 2017
Dit sublieme artikel is de glorieuze overwinnaar van een Peen en geldt daarmee als voorbeeld voor eenieder die perfectie nastreeft! Het artikel is daarom ingelijst op de Hoofdpagina en in de Lijst der Giganten.


Notenbalk[bewerken]

  1. Doordat de in die donkere tijden levende mensachtigen bar slecht hun reilen en zeilen documenteerden, voornamelijk te wijten aan een virtuoos falende administratie, ontstond over de toen ontwikkelde en uitgevonden voorwaartse stappen der mensheid menige paralleltheorie. Zo ook over het ontstaan van het gehoor. U kiest maar, wij van de Oncyclopedia zijn de slechtsten nog niet.
  2. Twee ogen en twee oren: toch al een fraai staaltje van vooruitgang, in vergelijking met bijvoorbeeld de worm of de paardenbloem!
  3. Spoedig naar prehistorische normen, want we hebben het hier over periodes van duizenden jaren. "Onthaasten" werd toen een vreemd woord gevonden.
  4. De reukzin dateert inderdaad van na de uitvinding van het vuur, dat hebt u goed gezien.
  5. Niet te verwarren met het tempo, een muzikale term die meer met temperament dan met temperatuur heeft te maken.
  6. Naar believen te interpreteren als "persoon die proeft" en "persoon op wie een proef wordt uitgevoerd".
Dit is een
Pieperster4.png
PEEN
Laat u niet vangen door het misleidende opschrift op de trofee: dit artikel werd wel degelijk eerste op/tijdens/in, kortom, winnaar van de Winterstop 2017!